Podcast Hou van je lijf maar dan echt hè

Aflevering 13: Hou van je lever, met Inge Maassen

LT: Dit wordt de tweede aflevering met Inge Maassen, de Grand Old Lady van de Nederlandse Healing Tao. En vandaag gaan we het hebben over de lever.

We hebben allemaal een lever. Soms heb je iets op je lever. Levers houden er geloof ik niet zo van als je een fles wijn per dag drinkt. En meer dan dat weet ik eigenlijk niet van de lever. Maar Inge wel. Hallo Inge.

IM: Ha Lisette.

LT: Ik kan niet eens een vraag bedenken. Maar ik weet nog iets over de lever: hij heeft een enorm vermogen om zichzelf te vernieuwen en te herstellen.

IM: Ja, de lever heeft een waanzinnig groot herstellend vermogen. Dat is heel bijzonder. En binnen de Tao zeggen we dat de nacht een belangrijke tijd is voor de lever.

Stel dat die lever zich gezien voelt, gehoord; je hebt er een zachte blik naartoe. Hij heeft je hart, die lever, je houdt van hem. Dan wordt hij natuurlijk mooier dan hij was. En mooier en mooier.

Maar hou je helemaal niet van de lever zelf, of van dat wat de lever vertegenwoordigt, dan kan het zijn dat de levenskracht ervan minder wordt.

LT: Ah, dat vind ik al extreem belangrijk. En waar zit je lever?

IM: Het middenrif zit meteen onder de longen. Longen en hart, dan het middenrif, en daaronder, meteen rechts, zit de lever.

Je moet je voorstellen: hij is behoorlijk groot. Hij zit voor het grootste deel rechtsboven in de buik, verscholen achter de ribbenkast en vlak onder het middenrif. Maar hij loopt ook een stukje over het midden heen.

LT: Maar als je je lever echt voelt, ik bedoel in de zin van pijn of steken daar, dan is dat natuurlijk niet zo goed.

IM: Dat is niet zo best, nee.

LT: Wat voel je volgens de Taoïstische traditie als het goed gaat met je lever?

IM: Als het goed gaat met je lever, ben je een powerful iemand die zich kan voorstellen hoe zijn of haar toekomst er uitziet. En die daar ook een aanzet toe kan geven. Dus als je een plan maakt, is de lever erbij betrokken. En als je dat plan begint uit te voeren, ook.

LT: Wat doet de lever dan?

IM: De lever geeft de aanzet-energie. Fysiek heeft hij natuurlijk allerlei belangrijke functies, onder andere bij het verwerken en afbreken van stoffen in het lichaam. Maar energetisch is hij binnen de Tao echt onze krachtpatser. De kracht van nieuwe plannen, van de toekomst. Creatief denken, intelligent dingen bedenken die je wilt doen en dat voor je zien. Een schilderij of iets anders creatiefs voor je zien voordat het werkelijkheid wordt. Een architect bijvoorbeeld heeft die energie nodig.

LT: Eigenlijk moet iedereen een goede lever hebben, toch?

IM: Een goede lever is echt heerlijk om goed in het leven te staan. Met het zelfbewustzijn van de nieren daarachter kan de lever gáán.

LT: Gáán met die banaan. Dat is ook zo’n beetje de vorm van de lever, toch?

IM: Nee, het is echt meer een soort driehoek.

LT: O, pardon. Dat was een beetje te simplistisch.

IM: Maar goed. Je moet denken aan de kracht van een zaadje waar het eerste spruitseltje uit komt. En dan de power van dat minuscule plantje dat soms zelfs door asfalt heen naar buiten kan komen. Dat is de lever. Die heeft de aanzetkracht, heel powerful. Een goede lever weet wat hij wil. Het is lente, de grond wordt zachter, de zon schijnt en het plantje zegt: ik kom nú naar buiten.

Dat is een van de aspecten waar de lever voor staat: de toekomst en creatieve plannen. En de aanzet-energie ervoor. Iets nieuws beginnen.

Maar ook samenwerken. Een goede lever kan goed samenwerken. Dit zijn de houtkrachten; de lever vertegenwoordigt binnen de Healing Tao het element hout in het lichaam. Het ruimte innemen, het groeien. Vanuit het zaad omhoog dringen, naar buiten toe, het licht zoeken.

En als je tegen die plant zegt: je mag wel naar links, maar niet naar rechts, want daar zetten we een muurtje — nou, dat is prima. Een gezonde houtkracht past zich aan, maar die plant blijft zichzelf.

Dus je kunt je aanpassen. We pakken een andere kant, we zorgen wel dat we licht krijgen. We rommelen ons wel door andere plantengroei of obstakels heen.

LT: Inge, ik hou nu al meer van mijn lever. Het werkt meteen. Wat bijzonder om er zo naar te kijken. En wat is nog meer hout in het lichaam? Bij de nieren hadden we water, en botten en oren, heb ik onthouden. En bij de lever?

IM: De houtkracht noemen we uitgaande energie. De waterkracht zoekt de diepte, en de houtkracht zoekt de ruimte en het licht.

Daar hoort de galblaas bij. Die gaan samen. En gal, dat is ons lefgozertje, die galblaas.

LT: Je gal spuwen?

IM: Dat natuurlijk ook, ja. Boos worden hoort daarbij.

En verder horen de ogen heel sterk bij de leverenergie en de houtkracht. De ogen die van alles zien en daar in de hersenen een helder beeld van maken, waar je vervolgens bepaalde gevolgtrekkingen uit kunt halen.

Dus iemand met een goede lever maakt een plan. Maar stel, halverwege de uitvoering van dat plan veranderen de omstandigheden. Dan wordt het zicht anders. Nou, zo iemand past zich gewoon aan. Die kan makkelijk meebewegen en blijft toch zichzelf.

LT: Dus je visie op de toekomst hoort daarbij.

IM: Ja, en je droombewustzijn. De taoïsten zeggen: wij dromen eerst ons leven.

LT: Ah, mijn goeroe Barry Long zei dat ook: dat wij verreweg het meeste van ons leven al een keer gedroomd hebben. Alleen vergeten we vrijwel alles. Maar soms weten mensen nog iets. Ik heb zelf ook voorspellende dromen gehad, dus dat idee spreekt me meteen aan: wij dromen ons leven eerst bij elkaar.

IM: Droombeelden zijn dingen die je ziet. En binnen de Healing Tao verbinden we ook dat met de lever en de leverenergie.

En verder vallen binnen die traditie de spieren en pezen onder de hoede van de lever. Als de leverenergie niet goed kan stromen, kan dat zich volgens die visie ook uiten in spanning of juist slapte in spieren en pezen.

LT: En hoe gebeurt dat? Ik heb natuurlijk een enorme positieve insteek en ik wil liever niet allemaal doem en onheil rondbazuinen. Maar wat maakt volgens de Healing Tao dat het slecht gaat met die leverenergie?

IM: De lever is eigenlijk als een kind. We hebben gezien dat de nieren bij de voorouders horen, de grootouders van het systeem zijn als het ware. En de lever, dat is het jonge kind dat de wereld instapt. Helemaal blijmoedig. Maar als dat kind zwaar geremd wordt in zijn zelfexpressie, dan kan het zijn dat de lever gaat morren.

En ik moet je eerlijk zeggen: bij mij was dat wel het geval. Ik was zo’n boos kind. En ook wel verbeten. Zó boos. Ik zie mezelf nog staan als kind, met die woede van een driejarige. Ik liep ook heel vaak weg van huis.

LT: Had je ook driftbuien?

IM: Nee, dat kon helemaal niet bij ons thuis. Dus het was ingeslikte woede. En binnen de Tao zeggen we dan: dat is niet fijn voor de lever. De zelfexpressie kon er niet zijn.

Er was bij ons in de familie één iemand die boos mocht zijn, maar de rest niet.

LT: Dat was je vader zeker. Die mogen altijd boos zijn.

IM: Erg hè? Maar ja, oké, zo gaat het gewoon en zo gaat het nog steeds. Wat moet je dan met een kind doen dat boos is? Moet je dan zeggen: wees maar boos?

LT: Dat denk ik eigenlijk wel. Je mag niet je zusje slaan, je mag niks kapotmaken, maar je mag wel boos zijn. Het uiten van woede is toch iets anders dan de woede voelen. Voel het maar gewoon.

IM: En wat vooral helpt, is erin ademen. Woede maakt je groot, en groter en groter. Woede bolt je op, geeft je een enorme energie en power. Je kunt ineens drie verdiepingen van een huis lekker schoonmaken met woede. Het is een enorme kracht.

Dus laat die spieren maar lekker het werk doen. Dans. Laat die woede door je heen dansen en geef er op die manier expressie aan.

LT: Ik weet nog dat ik een keer heel boos was op mijn man. En toen ging ik drie kwartier rennen. Dat ging moeiteloos. Nog nooit zo lekker gerend. Maar toen ik thuiskwam, was ik helaas nog steeds even boos. Ik denk dat ik toen nog niet genoeg besefte: ik mag boos zijn, ik mag het ook echt in mijn lijf voelen.

IM: Precies. Fijn dat je dat zegt. Dus je boosheid toestaan, accepteren. En eigenlijk vooral met een zachte blik naar je boosheid kijken. Dat is natuurlijk extreem moeilijk, want je bént boos. En dan moet je ook ergens die zachte blik vandaan halen. Het vraagt een beetje afstand.

Wat ik zelf heb geleerd, is mijn kijkcentrum als het ware in het midden van mijn hoofd te plaatsen.

LT: O, leuk, ik ga het meteen proberen. Kijken of ik vanuit het midden van mijn hoofd kan kijken.

IM: Door je ogen heen, ja. Mijn aandacht is in het midden van mijn hoofd, achter mijn ogen.

LT: Helpt het om je vinger op je hoofd te zetten?

IM: Dat denk ik niet, want dan gaat je aandacht wat meer naar boven. Je moet dit echt met je verbeelding doen. Meestal zitten we met onze aandacht vooraan, vlak achter onze oogbollen. Nu verplaats je die aandacht naar achteren.

Het is ook spannend, want daarmee geef je de ander meer een inkijkje in je ziel.

LT: Is dat zo?

IM: Zo ervaar ik dat, ja. Als ik mijn blik naar achteren verplaats, worden mijn ogen zachter en kun jij als het ware meer van mij zien dan wanneer ik helemaal vóór in mijn ogen zit. Dat voorin zitten kan iets hebben van: blijf weg uit mijn ziel. Ik wil jullie wel zien, maar jullie mogen mij niet zien.

En nu gaan we dat zachter maken en naar achteren.

Maar als je in een onveilige omgeving bent en je wilt dat doen, dan ga je even weg. Je loopt even naar buiten. Het kan ook helpen om even iets anders te doen, een raam open of dicht te doen, anders te gaan zitten — even uit de situatie te stappen.

En het fijnste is als je je boosheid als het ware kunt omarmen. Ook al vind je de aanleiding misschien helemaal niet zo geweldig groot: je hebt het recht om boos te zijn. Het is jouw gevoel. Het is er.

LT: Ja, dat is heel belangrijk wat je zegt: al is de aanleiding niet zo groot. Soms schaam je je voor je boosheid.

IM: Maar dan mag je nog steeds boos zijn. Door het in jezelf te voelen kun je helder krijgen waar het precies om gaat. Bijvoorbeeld: het ging eigenlijk niet om wát hij zei, maar om de toon. Wat gebeurde er bij mij? Ik voelde me vernederd. Ik vóél me vernederd. En waarschijnlijk was dat niet zijn bedoeling.

LT: Nou, soms wel natuurlijk.

IM: Dan kun je dat zeggen: ‘Als je op die manier tegen me praat, voel ik me vernederd. Is dat je bedoeling?’ Dat kun je vragen. Maar dan ben jij wat rustiger geworden. En hij ook, of zij.

Want midden in een ruzie kan het natuurlijk wél de bedoeling zijn om de ander te vernederen, dat weet ik ook. Om te kwetsen en naar beneden te halen, en jezelf omhoog. Dat kan allemaal gebeuren.

Als ik boos was vroeger — en ik was echt vaak boos — dacht ik zelfs: wie de meeste energie erin steekt, heeft gewonnen. Ik ben het booste, dus ik heb gewonnen.

LT: Ja, zo werkt het vaak. Wie het hardst kan schreeuwen. Maar dat is wat ik bedoel: je mag wel boos zijn, maar je mag niet iemand slaan of iets kapotmaken. Nou trouwens, ik heb ook weleens een glas kapot gegooid en dat mocht best van mij. Toch had ik er de rest van mijn leven spijt van, want het was een heel mooi antiek glas.

IM: Superzonde. Dus dat kun je beter niet doen. Maar je kunt wel die energie voelen. Voelen en helder proberen te krijgen wat de boosheid veroorzaakt. Dikwijls zijn er veel meer gevoelens in het spel. Soms is er eerst een moment van schrik: wat gebeurt hier? En daaronder kun je ook pijn voelen: dat iemand zo met mij omgaat.

Bij mij zat daar ook die kracht van de boosheid, maar ik durfde die helemaal niet meer te uiten nadat ik als klein meisje een paar keer op mijn neus was gevallen. Dan werd ik boos op mezelf. En dat kan net zo hard zijn als boosheid op een ander.

Maar het is nog moeilijker om dáár zacht naartoe te worden. ‘Wat ben ik een lafbek,’ weet je wel, omdat ik het niet durfde.

LT: Dan ga je jezelf uitschelden. Wat erg. Wat pijnlijk. Terwijl je meestal eerst door iets of iemand geraakt bent.

IM: Dus als je boos bent op jezelf, moet je dat eerst bewust krijgen: ik ben nu bezig boos te worden op mezelf. Ook frustratie kan die kant op gaan. Het heeft vele handen en voeten.

En dan kun je beseffen: ik ben nu boos op mezelf omdat ik heb afgeleerd om boos te zijn op anderen. Want dat werd helemaal de kop ingedrukt. Dat mocht absoluut niet.

Maar eigenlijk is er geen reden om mezelf zo aan te vallen. Misschien ben ik nog steeds boos op die ander, maar durf ik dat niet te denken omdat ik het niet aandurf om dat te zeggen.

En als je dat allemaal helder krijgt, dan kun je beginnen met zachte ogen te kijken. Dan kun je beginnen er toch expressie aan te geven. Misschien niet rechtstreeks naar die ander — misschien is dat te gevaarlijk — maar dan kun je kijken: hoe geef ik er wél expressie aan?

Ik heb onlangs een paar schilderijen gemaakt van het boze meisje in mij, van vroeger. Ontzettend leuk om te doen. Dan omvat je als het ware dat boze kind. Dat bij mij dus echt krachtig en sterk aanwezig was.

LT: Ah ja, dat vind ik heel mooi. En dat boze kind kun je ook op schoot nemen. Ik denk dat je een boos kind gewoon liefdevol moet vasthouden. ‘Duw maar en trap maar en schreeuw maar. Dat is helemaal goed. Ik hou je vast.’

Ik heb het een keer gedaan met een kleinzoontje van me. Hij was toen een jaar of drie en hij wilde naar zijn opa. Dat mocht niet, want die lag nog te slapen. Dat jongetje werd ontzettend boos en begon met dingen te smijten. En ik zei: ‘Je mag wel boos zijn. Kom hier, natuurlijk ben je boos.’ En ik hield hem vast. Hij kalmeerde.

Mijn dochter vertelde dat hij de volgende dag thuis naar de voordeur liep. Ze vroeg: ‘Waar ga je naartoe?’ ‘Naar oma.’

Ik was zo geroerd. En ik dacht: dit is echt voor het eerst van mijn leven — en ik was al boven de zestig — dat ik goed met boosheid ben omgegaan. Want ik was zelf helemaal niet boos. Ik begreep hem volkomen.

IM: Vriendelijk blijven, maar wel even tegenhouden, ook voor de veiligheid van het kind. Je kunt niet alles zomaar vrije expressie geven. Dus je moet soms belemmeren en blokkeren: deze kant op. Maar de houtkracht in dat kind moet wel zichzelf kunnen blijven.

LT: De houtkracht in het kind. Wat klinkt dat mooi. Ik vind die taal van de Tao zo mooi.

IM: Oké, dus we zijn al een heel eind. De lever gaat over woede, en binnen de Chinese traditie heeft hij ook een belangrijke functie in de nacht. Fysiek speelt de lever natuurlijk een grote rol bij het verwerken van allerlei stoffen, waaronder alcohol.

Ik kan me voorstellen dat wanneer je alcohol gebruikt om bepaalde gevoelens niet te hoeven voelen — boosheid, frustratie, oftewel zelfgerichte woede — je eigenlijk twee dingen tegelijk doet: je dempt het voelen én je geeft je lever extra werk.

LT: Dat kan dan een reden zijn waarom mensen drinken?

IM: Dat denk ik. Als iemand woede of frustratie voelt waar geen expressie aan gegeven kan worden en alcohol gebruikt om dat minder te voelen, dan krijgt die lever natuurlijk ook de alcohol te verwerken. Binnen de Tao zouden we zeggen: op den duur raakt de hele leverenergie dan uitgeput of gestagneerd.

LT: Toen ik in de overgang was, moest ik stoppen met wijn drinken omdat ik niet kon slapen. Ik viel wel in slaap, maar ik werd altijd om drie uur wakker. Iemand zei tegen mij: ‘Dat is je lever, dat is het uur van de lever, binnen de Chinese orgaanklok de tijd die bij de lever hoort.’

En toen zei iemand anders tegen mij: ‘Je moet ophouden met drinken.’ Daar werd ik meteen boos van. Bemoei je met jezelf, dacht ik, dat ga ik echt niet doen. Maar ik begreep dat juist die heftige reactie voor mij betekende dat alcohol wel erg belangrijk aan het worden was.

Nou, toen ben ik cold turkey gestopt met wijn drinken. Vervolgens heb ik zeven jaar helemaal geen alcohol gedronken. Ik vond het ook niet eens meer lekker. Als iemand zei: ‘We vieren iets, drink even gezellig mee, een bodempje champagne…’ Ik vond vroeger niks lekkerder dan champagne, maar dan bracht ik het naar mijn neus en dacht ik: getver, drankje van de dokter. Dus ik was er echt helemaal vanaf.

Ik wist ook vrijwel zeker dat ik de rest van mijn leven nooit meer zou drinken. Maar we gaven vrienden die kwamen eten wel wijn. En als ze de fles niet leeg hadden, trokken we die met zo’n pompje vacuüm om hem beter te bewaren. Ik stond een keer dat pompje te doen met mijn neus er vlakbij en dacht: jeetje, wat ruikt dat eigenlijk lekker.

Toen ben ik weer begonnen te drinken. Maar nu merk ik heel snel wanneer het genoeg is. Mijn hele lichaam zegt op een gegeven moment: nee. Daar luister ik naar. En als ik wijn drink, drink ik het liefst goede wijn, bijvoorbeeld biologisch-dynamische wijn, en dan geniet ik er intens van.

IM: Is hier een vraag aan verbonden?

LT: Nou nee, dit is mijn verhaal. Zo is het mij overkomen.

IM: Wat ik er mooi aan vind, is dat je nu een dusdanig lichaamsbewustzijn hebt dat je weet: tot zover en niet verder.

LT: Nou, mijn lichaam doet het.

IM: Ja, maar jij luistert naar dat lichaam. Kijk, de zintuigen zijn de eerste aanraking met de buitenwereld. In je mond kan iets verrukkelijk smaken, maar ondertussen kan je lichaam heel duidelijk zeggen: nee, dit willen we niet (meer).

Als je lever fysiek echt niet goed functioneert, kun je daar natuurlijk moe en sloom van worden. En in de taal van de Tao zeggen we ook: als de leverenergie niet stroomt, krijg je jezelf moeilijker in beweging.

LT: En wat moet je dan doen?

IM: Kijken of je toch jezelf in beweging kunt krijgen. Wat wij veel doen tegenwoordig is zitten. Dan zet je je lichaam als het ware vast. En we kijken veel naar beeldschermen, waarbij ook je ogen heel lang ongeveer dezelfde kant op kijken.

Dus als je daarna moeilijk uit die lig-zithouding komt, zou ik zeggen: kom in beweging.

LT: Meer gaan lopen, wandelen?

IM: Ja, meer lopen, meer wandelen. Oefeningen doen, yoga. Je spieren gebruiken. Beweging is heel belangrijk voor een goede stroom van de lever-energie. En ook je ogen bewegen.

Dat hele stoere spieren oppompen vindt die houtkracht trouwens ook wel lekker. Dat heeft een enorme aanzet-energie.

LT: O echt? De Schwarzenegger-variant?

IM: Nou, als spieren alleen nog maar hard en gespannen zijn en niet meer kunnen ontspannen, is het weer te veel.

Het skelet is voor mij je diepste fysieke structuur. Daaromheen zitten spieren en pezen die je vorm en bewegingskracht geven, maar die moeten natuurlijk wel soepel kunnen blijven. Inspannen én ontspannen.

Dus lekker sporten is prima. Inspannen en ontspannen — dan gaat je energie stromen. En als die energie gaat stromen, kunnen er ook gevoelens bovenkomen. Voelen is voor heel veel mensen bijzonder moeilijk.

Maar goed, verder kun je lekker gezonde groene dingen eten.

LT: O, groen is de kleur van de lever.

IM: Ja, binnen de vijf elementen is groen de kleur van de lever. Dus ik associeer groene groenten ook graag met de lever. En zuur is de smaak die bij de lever hoort. Zout hoort trouwens bij de nieren. En die beginnende plantjes: sprouts, kiemen, horen bij de lever.

LT: Dat past natuurlijk helemaal bij hout en lente.

IM: Precies. En wat ik zelf altijd heerlijk vind als het lente wordt, of ’s morgens vroeg, is dat vroege ochtendlicht. Het licht dat door de groene blaadjes van de bomen heen komt.

Dus voor de nieren ga je lekker langs de zee lopen, en voor de lever ga je door het lentebos wandelen. Je loopt door het bos en oefent om vanuit het midden van je hoofd te kijken, zodat je dat groen echt binnen kunt laten komen. Dat lentegroen, het licht door de blaadjes. Voor mijn gevoel gaat dat rechtstreeks naar de lever. Dat is ontzettend prettig.

LT: In het Engels heet dat dappled sunlight. Dat vind ik zo mooi, die bewegende vlekken van zonlicht door de bladeren. Ik heb een kamerlinde voor het raam en daar komt het licht doorheen.

IM: O, wat leuk. Dat zou mijn lever heerlijk vinden. Mijn leverenergie is jarenlang zo verkrampt geweest; ik moet ook echt goed voor mijn lever zorgen.

LT: Omdat je nooit boos mocht zijn?

IM: Precies. En ik wist ook helemaal niet hoe dat moest.

LT: Hoe heb je het geleerd dan? Wanneer?

IM: Vooral door er steeds meer bewustzijn op te krijgen. Door ook die energie te leren gebruiken. En uiteindelijk door geweldloze communicatie toe te passen: de ander vertellen wat er in mij gebeurt en hoe ik me voel.

En ja, dat vraagt natuurlijk dat je het eerst zelf bewust hebt en dat je het durft.

LT: Het vraagt best een soort durf en moed.

IM: Ja, het vraagt moed. Zeker.

LT: Die komt weer uit je hart.

IM: Nou, in de Tao komt moed uit de longen.

LT: O echt? Dat is interessant.

IM: Daar gaan we het een van de volgende keren over hebben. Wat heel apart is in de Tao, is dat de longenergie de leverenergie begrenst.

Metaal is het element van de longen. En metaal kapt hout. Dus je kunt zeggen: het hout wordt bijgesneden tot een vorm die klopt voor de plant. Het hout kan helemaal zichzelf zijn, maar de longen houden het ook in toom. Daar gaan we verder over praten bij de longen.

LT: Even kijken. Hebben we alles gehad over de lever? Nou, vast niet alles.

O ja, ik wilde nog iets zeggen over die ogen, die je dus meer kunt bewegen. Daar hebben we natuurlijk de Basic Exercise van Stanley Rosenberg voor. Je houdt je hoofd stil en laat je ogen helemaal naar rechts gaan. Na een tijdje ga je daarvan meestal geeuwen. Daarna laat je je ogen helemaal naar links gaan en ook dan komt er ook vaak een gaap of een zucht.

Rosenberg, een craniosacraaltherapeut die in Denemarken werkt, gebruikt die oefening in zijn werk rond het autonome zenuwstelsel en de nervus vagus. Ik heb er zelf aan toegevoegd: ga ook eens met je ogen helemaal omhoog en helemaal naar beneden.

IM: Ik moet er ook van geeuwen.

LT: Ja, heerlijk. Ik noem hem de Oh My God. Want als je zo ‘Oh my God’ zegt en met je ogen rolt, is dat volgens mij een intuïtieve poging om iets dergelijks te doen.

De nervus vagus is de grote tiende hersenzenuw en speelt een belangrijke rol in het autonome zenuwstelsel. Rosenberg koppelt deze oefening daaraan.

IM: Ik kan het voelen. En als je moet gapen, is het heerlijk om het lekker groot te doen. Dan krijgt alles even ruimte.

LT: Heerlijk, geeuwen. Ik merk vaak dat mijn stem daarna een beetje lager is. Aan zulke subtiele signalen merk ik dat ik inderdaad wat meer ontspannen ben.

IM: En binnen de Tao is het bewegen van de ogen natuurlijk meteen weer verbonden met de lever. Überhaupt oogoefeningen.

LT: Weet je er nog meer?

IM: Ik weet: je handen op je gesloten ogen leggen en daarachter een paar keer rustig met je oogleden knipperen.

En je kunt heel zachtjes het gebied rondom je oogkassen aanraken. Met je vingertoppen langs de benige rand, zonder hard op de ogen zelf te drukken. Ik vind dat heel ontspannend.

LT: Dat vind ik sowieso heel bijzonder, want dan kun je echt voelen: daar zitten openingen in mijn schedel waarin mijn ogen liggen.

IM: Ja, en daarin zitten die grote oogbollen. Dus doe je ogen dicht en stel je voor dat die oogbollen bij iedere uitademing zachtjes iets naar achteren en naar beneden zakken. Alsof ze achteroverleunen in een lekkere leunstoel. Mijn ogen zakken even lekker achterover in de kussens.

LT: Waarschijnlijk kijk je dan anders de wereld in.

IM: Ja. En dan kun je oefenen, als je dat leuk vindt, om vanuit het midden van je hoofd te kijken. De ander toelaten, maar tegelijkertijd voelen wat je eigen lichaam doet terwijl je in gesprek bent of iets moois ziet.

Je aandacht ook bij jezelf houden, of zelfs vooral bij jezelf. Of je nu je nieren achter in je rug voelt of vanuit het midden van je hoofd kijkt: je krijgt wat meer ruimte. Maar op een goede manier, want je blijft verbonden met jezelf.

LT: In de nieren-aflevering hadden we het erover dat mensen tegenwoordig zo weinig ruimte achter zich hebben, helemaal naar voren gericht zijn. Geen energie meer achter zich hebben. Ik ben daarop gaan letten en inderdaad: soms zie je mensen helemaal naar voren gebogen en dan kun je gewoon zien dat die arme rug geen rugdekking heeft.

En hoe is dat met de lever? Is het dus helpend als je in het midden van je hoofd gaat zitten?

IM: Ja, in je hoofd in het midden gaan zitten. Maar de lever staat binnen de Healing Tao ook voor je fysieke power. Dus met een sterke leverenergie ervaar je ook meer kracht in je hele energielichaam.

En als je vanuit de nieren ook die achterkant van jezelf kunt voelen, dan krijgt die leverenergie als het ware ook rugdekking. Je veld wordt steviger.

LT: Want je nieren voeden je lever?

IM: In de vijf-elementenleer voedt water het hout. Dus als het water sterk is, voel je je veilig, kom je vanuit de diepte van jezelf en heb je je energie voorhanden.

De nierkracht is die van het doorzetten. En dan weet het hout: yes, ik heb die energie, ik kan echt gaan. Ik kan gewoon een restaurant beginnen, noem maar wat.

Mensen met een sterke houtkracht maar minder nierkracht kunnen fantastisch iets beginnen, aanzetten, en dan vertrekken ze weer.

LT: Die heb je ook nodig, toch?

IM: Je hebt eigenlijk alle elementen nodig. De een heeft dit wat sterker en de ander dat. Alles hoort erbij, iedereen hoort erbij.

LT: Is veel water drinken goed voor je lever? Of is water meer voor de nieren?

IM: Binnen de vijf elementen voedt het water het hout. Dus als het goed gaat met de nierenergie, heeft de leverenergie daar ook iets aan.

En oefeningen doen, je spieren een beetje belasten. Ik ben zelf iemand die graag op een ontspannen manier beweegt: wandelen, qigong doen. Ik ben natuurlijk ook een qigonger. Niet zozeer een bodybuilder.

Mijn leverenergie heeft de neiging gehad om te verkrampen, door die kindertijd waarin ik zo verschrikkelijk verkrampt ben geraakt. Maar nu voelt het gebied voor mij weer veel voller en vrijer. Ik ben natuurlijk niet meer zo sterk als toen ik jong was, maar die kramp is eruit.

LT: Dit is allemaal verantwoordelijkheid nemen voor jezelf, en ook voor je oude pijn. En daar met zachtheid naar kijken. En doen wat je kunt, met geduld en acceptatie.

IM: Ja, precies. Kijken hoe ver je komt. Want er is natuurlijk ook wat je van je ouders meekrijgt, waar we het bij de nieren over hadden. Als boosheid en frustratie generaties lang niet verwerkt konden worden, kan dat ook doorwerken.

Wij hebben allebei ouders die in Jappenkampen hebben gezeten, die vernedering en geweld hebben meegemaakt…

LT: Ik heb sterk het gevoel dat er in mijn familie ook gedronken werd om gevoelens niet te hoeven voelen. Mijn moeder was waarschijnlijk voortdurend een beetje boos, maar ze was een heel vriendelijk iemand. Op het laatst van haar leven dronk ze een fles witte wijn per dag.

Mijn grootvader was ook een enorm vriendelijke man, maar die dronk nog meer. Hij is uiteindelijk aan de drank gestorven. Maar hij was uiterst beminnelijk. Hij was nooit zichtbaar boos. Dus als ik dit gesprek zo hoor, denk ik: misschien was drinken voor hen ook een manier om gevoelens te dempen waar ze helemaal geen raad mee wisten.

IM: Omdat ze inderdaad niet wisten wat ze ermee moesten. Ze begrepen niet waar het vandaan kwam en hadden er geen taal of middelen voor.

En ook nu leven natuurlijk veel mensen met trauma en frustratie. Ik ben heel blij dat wij in een veilig land wonen, maar ook in een veilig land is er genoeg pijn. Dus er blijft altijd wel iets te doen, zal ik maar zeggen.

LT: Ik zie het allemaal als brandstof voor innerlijke ontwikkeling.

IM: Ja, zo kun je ermee werken. Leren vriendelijk te worden voor je eigen boosheid. Niet jezelf ook nog veroordelen omdat je zo stom bent om dáár nou weer boos over te worden. Het leren hanteren met humor en compassie.

LT: Nou, dan was dit de aflevering over de lever. Kleur groen, groene groente, hout, lente, beweging, boosheid en zachte ogen. En de volgende aflevering gaat over het hart.

Dus keep posted! Of stay tuned.