Podcast Houd van je lijf, maar dan echt hè.
Aflevering 28: Hou van je lichaam na een bevalling
Lisette: Hallo, leuk dat je luistert naar de podcast Houd van je lijf, maar dan echt hè. En vandaag heb ik een heel fijne gast, namelijk mijn eigen dochter, Pauline Bijster. Zij heeft een boek geschreven, Een nieuw leven… waar gaat het over?
Pauline Bijster: Ja, hoi, leuk dat ik hier mag zijn. Ik heb een boek geschreven over je lichaam, je geest en ook je leven en relatie na een bevalling. Eigenlijk gaat het over de vrouw in de maanden of jaren na een bevalling.
Lisette: Hoe je herstelt?
Pauline: Ja hoe je weer jezelf wordt. Wat veel ingewikkelder blijkt te zijn dan de meeste mensen denken of waar de hele maatschappij van uitgaat. Ik denk eigenlijk dat iedere vrouw of iedere persoon met een baarmoeder die een kind heeft gedragen en gebaard dit wel weet. Alleen de rest van de maatschappij niet, zeg maar. Het wordt ontkend, maar
heel veel vrouwen ploeteren maanden of jaren nog een beetje, ze worstelen, ze hebben pijn.
Er zijn allerlei soorten klachten, mentale klachten: angst, eenzaamheid, depressie. Of fysieke klachten: schildklier, bloedsuikerspiegel, darm, micriobioom. Of ze hebben nog rugpijn, incontinentie. Je kan honderd dingen noemen. En ik denk dat heel veel vrouwen weten dat ze na de periode van een zwangerschap en een bevalling en een kraamtijd niet meteen zich goed voelden. Maar na de kraamtijd wordt daar wel vanuit gegaan, dan is het klaar. Die kraamtijd kan zes weken of drie maanden duren en dan ga je weer aan het werk, dan begint het leven weer, heb je geen controles meer voor je eigen gezondheid, dan ben je weer normaal. Dat is hoe onze maatschappij, onze geboortezorg dit heeft ingericht.
En het is niet waar. In werkelijkheid zijn de meeste vrouwen op dat moment, na die drie maanden, helemaal niet klachtenvrij. Ze zijn nog heel moe of nog een beetje verdrietig. Ook zelfs nog na zeven maanden en tien maanden en na twaalf maanden… Dat blijkt ook uit onderzoek, maar wij weten dat niet. Dus de meeste vrouwen denken: dat ligt aan mij, ik doe iets fout, ik heb het gewoon niet goed, of ik ben eigenlijk zwak, of ik ik doe niet genoeg mijn best ,of ik had beter moeten sporten, enzovoort.
Dat dacht ik zelf ook.
Lisette: Ja, vertel over jezelf. Want hoe kwam je ertoe om dit boek te schrijven?
Pauline: Ik heb vijf kinderen. Bij de eerste twee was ik heel jong. Die waren een beetje onvoorbereid… Toen heb ik ook dat hele proces doorgemaakt, ik heb het af en toe wel lastig gehad, maar ik had geen idee.
Lisette: Ik weet nog dat jij zo mager werd van die borstvoeding. Zo erg dat zelfs ik, holistische oma, tegen je zei: “Stop met die borstvoeding. Want je verdwijnt gewoon.” Je was echt een streepje, je was zo breekbaar.
Pauline: Ja, na de eerste was ik inderdaad heel veel afgevallen. Mijn bloeddruk was zo laag dat ik flauw viel. Ik had borstontstekingen, blaasontstekingen. Maar ik wist niks. Ik had een baby, en ik moest nog studeren, dus ik ging gewoon door. De tweede keer weer hetzelfde. En de derde keer was mijn leven anders. Dat was een paar jaar later, ik had een andere relatie.
toen heb ik andere klachten gehad. Ik kreeg een soort angststoornis die ik nooit eerder had gehad en ook niet kende van mezelf. Bij mijn laatste baby was ik wat ouder, 39. Het was een enorm gewenste baby. En ik stond er helemaal vol vertrouwen in. Ik had een super goede zwangerschap. Ik was gelukkig en super gezond. Ik heb tot zes maanden gesport; ik was denk ik fitter en sterker dan ik ooit in mijn leven ben geweest.
We aten gezond. Mijn relatie was stabiel. Ik dacht: vergeleken met al die vorige keren moet het nu wel makkelijk gaan? Want nu heb ik het toch op orde. En ik weet wat me te wachten staat. En we hebben ook wat meer te besteden.
Lisette: Het was veilig. J
Pauline: Ja, en ik vond die periode na de bevalling, maar eigenlijk nog meer na de kraamtijd, elke keer heel pittig maar wist ik dat dit ging gebeuren, ik was me er heel bewust van. Dus nu gaat het goed., dacht ik. Nu ga ik het goed doen, hoe dan ook. Als het moeilijk wordt, zoek ik een therapeut. Als ik echt pijn krijg, ga ik naar een huisarts. Ik ga het gewoon goed doen deze keer, ik ga het oplossen, ik ga helemaal stralend het eerste jaar door.
En dat lukte echt helemaal niet weer. Dus weer opnieuw… Grappig genoeg kreeg ik allerlei andere klachten. Deze keer was het geen angst en ook geen borstontsteking. Maar wel enorme pijn in mijn rug en in mijn handen en armen. Echt enorme pijn. Ik kon soms de baby niet vasthouden, zoveel pijn deed het. En die rugpijn, bij elke stap die ik zette… Dus ik dacht echt: wat is er met mijn lichaam gebeurd? We hebben ze nou weer verzonnen? Weer iets nieuws. Maar is het kapot of zo?
Dus ging ik deze keer inderdaad heel snel naar hulpverleners toe. Naar een huisarts. En een osteopaat. En een coach. En een gynaecoloog en een fysio. En steeds met dezelfde vraag: help. Ik voel me zo raar. Ik heb last hier en hier en hier en hiervan. Kunnen jullie me helpen?
Want ik wil hier graag vanaf.
Maar tegelijkertijd dacht ik, waarom is dit eigenlijk zo? Want wat is hier nou aan de hand? Is het echt zo dat mijn lichaam veranderd is? Hoe werken hormonen dan? En hoe werken hersenen? En hoe werkt dat ruggenmerg? En die darmflora. Is het wetenschappelijk bewezen dat ik anders ben nu dan voor die bevalling? Dat mijn darm zo raar voelt? Of heb ik het verzonnen?
Waar komt het vandaan? En hebben andere mensen dit ook?
Dus in die periode ontstond het idee van een boek. Ik ging het gaan vragen; ik heb in totaal 37 mensen geïnterviewd: wetenschappers, gynaecologen, artsen, maar ook verloskundigen, doula’s, coaches, therapeuten. Een beetje een mix van harde wetenschap en mensen die in de praktijk met postpartum vrouwen werken.
Hersenwetenschapper Dick Swaab zit er ook bij, daar ben ik als eerste naartoe gaan. En ik heb ze allemaal dezelfde vraag gesteld. Wat gebeurt er eigenlijk? Herken je mijn verhaal? Klopt het? Wat gebeurt er eigenlijk in het lichaam? Of in je hersenen en je hormonen?
En waarom voelt dit zo stroef? De antwoorden waren best schokkend: eigenlijk was het nog veel erger dan ik dacht. Het was nog veel minder mijn eigen schuld dan ik dacht.
Lisette: Precies. Ik geloof dat dat de kern is.
Pauline: Heel veel vrouwen denken: ik heb het gewoon niet goed gedaan. Ik heb natuurlijk jarenlang op schoolpleinen gestaan en met andere moeders gesproken. Wat heel vaak gebeurt is dat vrouwen merken dat het niet zo goed met ze gaat, en iets de schuld geven. Niet per se zichzelf. Ik hoorde vaak: “Ja maar ik had ook echt een traumatische bevalling. Dus daarom.” Of “Mijn relatie is niet goed, dus daarom.” Of “We zijn net verhuisd nadat ik bevallen was en dat was echt heel zwaar. Dus daarom.” Of “We hadden een tweeling, dus daarom.” Of “Ik ben ontslagen op mijn werk, of “Ik kreeg een burn-out.”
Ze zoeken naar een oorzaak, maar niet naar de goede oorzaak: namelijk, je hebt een baby gekregen.
Nou, in zekere zin spelen al die dingen natuurlijk ook een belangrijke rol, en hebben die effect. Maar mijn punt is eigenlijk dat het voor iedereen altijd op een of andere manier pittig is. Kijk, een slechte relatie heeft natuurlijk een negatieve invloed. Maar dat werkt andersom ook.
Lisette: Een van de meest schokkende cijfers uit je boek vond ik dat 80% van de stellen in het eerste jaar na een baby ernstige relatieconflict hebben.
Pauline: Ja, een crisis. 50 tot 80 procent. Dat is toch bizar veel. En natuurlijk, door een heftige verhuizing of een gecompliceerde bevalling wordt het nog heftiger. Of als je alleenstaand bent, dan is het nog heftiger. Maar mijn punt is eigenlijk: deze periode vraagt heel veel van een lichaam en van een vrouw. Van een geest, van een ziel. Dus hoe dan ook, en niemand heeft een perfect leven, niemand heeft een perfecte bevalling, niemand heeft een perfect huis, en hier lopen we allemaal tegenaan, vroeger of later. Zelfs al heb je wel bijna alles, bijna perfect. Nou, dat dacht ik dus de laatste keer. Als ik nou alles op orde heb…
Lisette: Wat maakt het pittig?
Pauline: Neem de hippocampus, het stukje van je hersenen dat te maken heeft met concentratie, geheugen. Nou je geheugen, je concentratie en je vermogen om nieuwe dingen te leren, nemen af na een bevalling. Het duurt twee jaar om de hippocampus weer in zijn oorspronkelijke staat terug te krijgen. Dus dat is best wel lang.
Lisette: Dat is het mommy brain, toch?
Pauline: Dat mogen we officieel nog niet zeggen, want de de correlatie is nog niet wetenschappelijk aangetoond. Er is veel kennis, maar we kunnen nog geen conclusies trekken.
Maar ik ga nog even een paar cijfers noemen. De hoogleraar van het AMC zei: het duurt ongeveer twee jaar ongeveer voordat je hormonen stabiel zijn, zoals vroeger.
Weefsel en spieren in je buik, in een gezond, fit lichaam waar niks mis is gegaan na een gezonde bevalling, hebben iets van vijftien maanden nodig om te herstellen.
Lisette: Zo. Terwijl er zelfs vrouwen zijn die binnen die periode nog een baby krijgen…
Pauline: Ja, precies. Dus alleen al die natuurlijke, biologische processen, waar we niet eens invloed op hebben, zijn heftig. Je microbioom verandert – dat is wetenschappelijk bewezen. In het derde trimester van de zwangerschap al. Dat is voor een gezonde baby. Maar die verandering, daar hebben vrouwen vaak last van. En die blijft, want die is niet meteen na de bevalling terug veranderd in het gezonde systeem. Dus die blijft een tijd onstabiel. En hoe lang dat is, weet niemand, want het onderzoek stopt na de bevalling: daarna gaan ze het microbioom van de baby’s onderzoeken.
Lisette: Oh joh. En dat is natuurlijk het probleem: veel wetenschappelijk onderzoek is lange tijd voornamelijk niet over vrouwen en vrouwengezondheid gegaan. Dat was nooit het belangrijkste. Maar wat denk jij dat daar de oorzaak van is?
Pauline: Er zijn tegenwoordig ook wel steeds meer boeken over: dat er zoveel wetenschappelijk onderzoek gaat over mannen. Kanker bij mannen wordt beter onderzocht dan bij vrouwen. Heel vaak zijn proefpersonen ook alleen maar mannen geweest. Dus dan weten we helemaal niet eens hoe het vrouwenlijf reageert.
Lisette: Vrouwen zijn ingewikkelder, geloof ik. Fysiek.
Pauline: Ik denk niet dat dat het is. Ik denk gewoon dat dat een soort blinde, een patriarchale blinde vlek was.
Maar in ieder geval, ik heb dus geprobeerd zoveel mogelijk van die cijfers en feiten te vinden over de biologische situatie. Dat hielp al enorm, want die organen hebben dus tijd nodig, en niet een paar weken, maar echt maanden tot jaren.
Lisette: Dus het bevallingsverlof is te kort?
Pauline: Ja, en tegelijkertijd denk ik dat natuurlijk ook vrouwen zijn die heel graag weer willen werken. Het ligt niet alleen aan het verlof. Het zou wel enorm helpen als het verlof langer was, maar graag ook flexibeler. En natuurlijk voor mannen even lang en voor zzp’ers even lang, zodat je geen ongelijkheid krijgt op de arbeidsmarkt. Een langer verlof zou een van de oplossingen kunnen zijn om in ieder geval maatschappelijk de acceptatie te vergroten dat het herstellen langer duurt dan zes weken. Die acceptatie is er nu eigenlijk niet. En de zorg is er ook niet echt. Want wat ik heel vaak heb gehoord en wat mensen die ik interview ook vaak horen is dat er weinig kennis is over de klachten bij zorgverleners, huisartsen bijvoorbeeld. Niet om die overal de schuld van te geven, die hebben het ook heel druk, maar bij heel veel dingen wordt gezegd: “Het gaat vanzelf over” of “Het hoort erbij.”
Lisette: Dus eigenlijk zou elke huisarts dit boek moeten lezen.
Pauline: Eigenlijk wel. En de doela’s en de fysiotherapeuten. En de kraamzorg. Eigenlijk wel.
En politici dus, want die moeten dat verlof gaan veranderen. Eigenlijk werd ik tijdens het onderzoek steeds activistischer. Ik ging denken: oh, maar dat verlóf moet anders. En de zorg moet anders. En de studies en de subsidies moeten beter verdeeld worden. Ten behoeve van vrouwengezondheid.
Dit is een heel belangrijk onderdeel van vrouwengezondheid, denk ik. Want rond de 87% van alle vrouwen krijgt een keer in hun leven een baby. Of maakt een abortus of een miskraam mee. Als je die meetelt, is het cijfer waarschijnlijk nog hoger. Dus dit is een heel belangrijk onderdeel van vrouwengezondheid. Dus ik ben inmiddels zelf van binnen activistisch.
Maar voor het boek leek ik me handiger om het wat vriendelijk op te schrijven. Want ik weet niet of ik kan regelen dat artsen en werkgevers en politici en kramenorganisaties mijn boek lezen. Dus ik heb het zo geschreven dat het voor vrouwen zelf een steuntje in de rug is. Ze kunnen dingen herkennen waar ze tegenaan lopen. En ik heb er ook simpele tips in gezet. De dingen die ik gehoord heb van de mensen die ik heb geïnterviewd.
Lisette: Wat je zelf kunt doen om het makkelijker of beter voor jezelf te maken?
Pauline: Ja, en ook tips voor werkgevers bijvoorbeeld. Want het kan gebeuren dat een vrouw op haar werk terugkomt, na drie maanden en dat haar leidinggevende alleen maar zegt: “Oh, fijn dat je er bent, we hebben je enorm gemist. Bam, hier is een stapel werk.”
Ik kreeg een mail van een vrouw die schreef: heel erg bedankt voor je boek, i voelde me enorm gezien. Zij was niet eens vervangen tijdens haar verlof op haar werk: al het werk lag er gewoon allemaal. Zo’n werkgever denkt dat het veel gedoe is, dan moet je weer een sollicitatieprocedure aangaan en het is administratief ingewikkeld, en iedereen is al overwerkt, ze is een paar maanden weg, weet je wat, we laten het gewoon. Maar dat is natuurlijk heel trurig, want die vrouw komt terug en er ligt gewoon letterlijk werk van een aantal maanden op haar te wachten, een rijstebrijberg van werk.
Lisette: …terwijl je zwakker bent dan ooit?
Pauline: Nou je niet zwakker, dat is niet het goede woord. Terwijl je nog in een belangrijk herstelproces is. Een coach raadde aan om terug te keren op je werk alsof je terugkeert uit een burn-out. Het is niet helemaal vergelijkbaar, maar wel deels. Want je bent iets gevoeliger, je bent in jezelf gekeerd. Je kan eigenlijk niet echt lange dagen aan. Dat soort dingen. Dus in plaats van proberen even werk van een paar maanden weg te werken zou je eigenlijk heel rustig moeten beginnen. Halve dagen of een paar dagen minder.
Bij de Nederlandse wet is geregeld dat een vrouw het eerste half jaar na een bevalling recht heeft op een uur pauze extra per dag. Naast dat ze recht heeft op pauze om te kolven. En naast recht op lunch. Dus dat betekent dat het eigenlijk in de wet grappig genoeg al staat. Alleen weet bijna niemand dat: dat je zo’n beetje de hele middag vrij zou kunnen nemen.
Kolven mag je alleen als je ook echt borstvoeding geeft. Dus stel dat je borstvoeding geeft en je gebruikt dat uur extra… dan zou je inderdaad van een acht uurige werkdag drie uur niet hoeven te werken. Je kunt ook zeggen: die één uur per dag extra rust zet ik in om bijvoorbeeld één ochtend vrij. Dat kan je opzoeken, gewoon op een Nederlandse overheid website. Maar niemand weet dit.
En als mensen het weten, durven ze waarschijnlijk ook niemand te vragen. Want dat is natuurlijk ook nog een ding. Ga je dit voor jezelf opeisen?
Lisette: Precies, dat is volgens mij heel erg belangrijk. Toen ik jouw boek las, dacht ik terug aan hoe het in mijn tijd was. Wij waren van de tweede feministische golf en wij gingen allemaal keihard werken. Geen haar op ons hoofd dacht eraan om te klagen, waar dan ook over. Niet over overgang of menstruatie of wat, iets vrouwelijks. Want we waren allemaal doodsbang dat de mannen dan zouden roepen: “Nou, dan ga je toch lekker niet werken, dan blijf je toch bij je aanrecht.” Het was een voorrecht om te mogen werken. Dus je hield je mond. Je slikte het in. En achteraf denk ik: ik heb twee kinderen, jou en je boer. Na jouw geboorte heb ik één jaar niet gewerkt, toen zat ik in een uitkering. En na de geboorte van Jan zat ik zelfs twee jaar zelfs twee jaar in de WAO.
Pauline: Ik denk dat dat voor veel vrouwen eigenlijk een gezonde periode zou zij. Maar daarbij wil ik ook meteen toevoegen: het is niet alleen werk. Want er zijn echt vrouwen die heel gelukkig worden van hun werk. En die zouden niet gebaat zijn bij een verlof van een jaar. Die zouden gebaat zijn bij een partner die heel veel doet. Bij een huisarts die hun klachten serieus neemt. Bij een zorgverzekering die die oplossing vergoedt voor die klachten, of dat nou een psychotherapeut is, of een bekken-fysio, of een gynaecoloog. Want anders wordt het heel duur. Bij een goed opvangsysteem en een normaal toeslagsysteem. Dat hebben we niet in Nederland. Het is zo ingewikkeld en zo duur dat dat ook vrouwen tegenwerkt.
Lisette: Begrip en steun.
Pauline: Begrip en erkenning voor de fysieke feiten. Want heel veel vrouwen kunnen natuurlijk heel goed werken. En inderdaad, ze vinden het leuk, ze willen graag. Als zij daarbij grenzen kunnen aangeven en weten wanneer het even niet meer gaat, en kunnen zeggen: “Die ontsteking neem ik serieus en ik word hiervoor geholpen. Ik heb steun en zorg en thuis is het gefixt.” Dan kunnen ze ook werken.
Maar je kan niet alles. Je kan niet ´n geen zorg krijgen ´n geen steun ´n geen geld… ´n geen hulp ´n geen opvang en dan toch heel hard werken en die baby doen. Want dat is natuurlijk in principe altijd de grootste taa: die baby alles geven wat je wil en wat je hebt. En ook nog jezelf oplappen. Dat allemaal tegelijk. En dat is de realiteit voor veel vrouwen.
Lisette: Als je het zo zegt, is het zo logisch en tegelijkertijd zo schokkend.
Pauline: Het is schokkend dat het taboe is. Een Belgische krant had een artikel over mijn boek en erboven geschreven: ‘Het taboe’. Ik dacht, ja, dit is eigenlijk een taboe.
We willen nog steeds niet klagen, je wilt geen klagende vrouw of klagende moeder zijn.
Lisette: En boos zijn op je partner helpt natuurlijk ook niet. Dus als we allemaal stoppen met de schuld ergens anders te leggen, worden die relatieconflicten ook minder grimmig.
Pauline: Ik weet niet of vrouwen vaak hun partners de schuld geven.
Als borstvoeding niet lukt, kunnen vrouwen daar ook echt maanden depressief van raken. Dat snap ik. Maar depressieve gevoelens komen bij 70% van de vrouwen voor, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Dat is echt veel. En niet dat 70% een postpartum depressie heeft. Maar de cijfers zijn ook steeds hoger. Ik denk dat mensen ook eerlijker worden.
En zeven maanden na een bevalling zijn die cijfers nog hoger dan drie maanden erna. Vroeger dachten we altijd: postpartum depressie komt meteen. Maar uit onderzoek blijkt dat het helemaal niet zo is, dat het ook een jaar later kan opspelen. Het komt ook door dat slechte slapen natuurlijk, met een baby die als maar wakker wordt – stress en slecht slapen.
Lisette: En wat zijn jouw praktische tips? Geef eens een paar waaraan je zelf iets gehad hebt. Jij had het in je boek over een stuitje dat scheef kan staan na een bevalling. En ik had een cliënt in mijn rebalancing praktijk die had dat ook. Zij zei: “Dat kan je wel recht laten zetten, maar het is heel invasief, en het duurt heel lang, het doet ontzettend veel pijn en het kost ook nog veel geld.” En dat vertelde ik aan jou. En jij zei: “Nee, dat moet je naar een bekkenfysio, die doet het in vijf minuten.” En dat heeft ze ook gedaan. Fantastisch.
Pauline: Ja, de bekkenfysio. Daar moet eigenlijk iedere vrouw naar toe na een bevalling. Iedereen, of je ergens last van hebt of niet, moet naar bekkenfysiotherapie.
Maar, kijk, hier komen we op het volgende punt. In Frankrijk is dat ook voor 100% voor iedere vrouw vergoed tot tien behandelingen. Dat is een heel vrouwvriendelijk systeem. In Nederland niet. Je moet dat zelf betalen. Als je tenminste zo’n enorm karige basisverzekering hebt als ik zelf.
Dus dat vind ik nog best wel een punt weer. We komen weer terug bij de politici. Waarom geef je dit niet aan vrouwen? Want het is echt heel simpele zorg, die veel problemen later kan voorkomen. Want wat gynaecologen ook zeggen, is dat de lichamelijke problemen die vrouwen krijgen rondom en na je zwangerschap, een soort voorbodes zijn van problemen in de menopause: zwangerschapsvergiftiging, maar ook suikerziekte, hartritmestoornissen, schildklierproblemen. Dat zijn eigenlijk je zwakke plekken en die genezen wel weer vanzelf, dus na een paar jaar denk je: oké, alles is weer over, niks aan de hand. Maar dat zijn de dingen die terugkomen in de menopause, zeggen de artsen.
Dus als je het nu goed aanpakt, heb je een soort kansmoment om te weten waar je gevoelig voor bent, waar je zwakke plek zit. Waar je lichaam extra ondersteuning nodig heeft. Dan kan je daar ook op inspelen op andere momenten, als je hormonen veranderen. Dus er beter voor zorgen, beter voor jezelf zorgen. Totdat die politici wijzer zijn geworden, en zeker met de huidige bezuinigingen vrees ik dat er niet enorm veel meer wordt vergoed en dat is natuurlijk ontzettend stom. Want je voorkomt heel veel kosten later.
Op werkgebied voorkom je ook burn-outs. Mensen die in langdurige depressies terechtkomen, kosten nog veel meer geld.
Maar tot de tijd dat dat politiek wordt opgelost, moeten vrouwen beter voor zichzelf gaan zorgen. Dan halen ze maar geld ergens anders vandaan, voor zichzelf.
Lisette: Dat is toch moeilijk voor vrouwen.
Pauline: Dat is enorm moeilijk. Mijn boek is hopelijk ook een soort steuntje om dat toch te doen. Ga maar wel naar die bekkenfysio, geef geld uit aan jezelf. Doe het. Of die masseur, of de rebalancer.
Neem ook de tijd. Sporten na een bevalling kan, maar je moet er wel voorzichtig mee zijn. In principe is bewegen altijd goed. Maar je moet niet heel zware training doen, geen road cycle of crossfit, want dat kan je lichaam nog niet aan. Je spieren moet je rustig opbouwen. Er zijn programma’s voor, dus je kan dat.
Een sportcoach zei: een groot voordeel van sporten zoals yoga en krachttraining, is dat je meer in je lichaam terechtkomt. Soms kunnen vrouwen pas als ze weer naar de yogales gaan of als ze weer beginnen met krachttraining, voelen waar ze eigenlijk pijn hebben. Zoals lage rugpijn, die je een beetje kunt negeren in het dagelijks leven: die komt eruit tijdens dat soort activiteiten. Volgens deze coach is dat nou echte zelfzorg, niet je nagels laten doen, maar dit. Die pijn in je onderrug voelen en denken, hé, daar moet ik wat mee. Want mijn lichaam vraagt mij iets. Dus ik ga naar een bekkenfysio, of naar een goede masseur. Of naar een sportcoach. Of naar een gyropractor. Of gewoon naar mijn eigen huisarts en dan zeg je: “Ik heb rare lage rugpijn, die pijn klopt niet, help.” Dat is waardevolle zelfzorg.
Lisette: Ja mooi, goed voor jezelf zorgen is niet alleen naar de kapper of een lekkere crème kopen, goed voelen waar het pijn doet. Heel goed voelen wat je lichaam nodig heeft.
Pauline: Dat moeten we leren. En dat is niet leuk, want het doet pijn. Je komt misschien ook in oude pijn terecht. Heel veel vrouwen komen bij bevallingen in oude trauma’s terecht. En postpartum depressies komen vaker voor bij vrouwen met jeugdtrauma’s. Maar ja, hoeveel vrouwen hebben nou géén jeugdtrauma’s?
Lisette: Volgens mij is er niemand zonder trauma, mannen ook niet, hoor. This is planet trauma, zei Peter Levine. If you don’t want to be traumatized, you’ve come to the wrong planet.
Pauline: En dat komt allemaal boven, omdat je kwetsbaar bent en open.
Lisette: Beatrijs Smulders, ook geïnterviewd in het boek, zegt zelfs: het is niet alleen je eigen trauma, je eigen jeugd. Zij trekt het nog veel groter: vrouwen hebben eeuwenlang de meest vreselijke dingen meegemaakt rondom zwangerschappen en bevallingen, verkrachtingen en illegale abortussen, en gewoon doodgaan. Keizersnedes waar de moeder aan overleed en de baby vaak ook.
Pauline: Ja, vrouwen gingen dood tijdens het baren, maar het is nog veel erger. Vrouwen werden vermoord tijdens het baren en verkracht tijdens het baren. Het is een soort collectief vrouwentrauma, zegt Beatrijs, dat wij allemaal meedragen. Dus het is best een zwaar onderwerp, zwanger zijn en bevallen. En er zit heel veel pijn op, niet alleen letterlijk maar ook doorgegeven trauma. Als je er niet in gelooft, draag je die wond ook mee. Maar dan probeer je hem te ontkennen en niet te voelen.
Lisette: Natuurlijk is dat zo; er was vroeger ook veel vrouwenhaat.
Pauline: Ja, dat is waar ik het over heb. In principe was het enige belangrijk: een gezonde baby, en dat moest eigenlijk een jongetje zijn. Dat was waarom vrouwen echt letterlijk werden vermoord als dat fout ging. Of de baby werd gewoon weggehaald en op de rotsen gelegd als het een meisje was. Dat was de lange tijd heel normaal. En dat is ook vreselijk. Dan zit je daar met dat bevallen lichaam zonder kind. Dus dat speelt allemaal mee, en dat maakt het onderwerp een beetje treurig.
Lisette: Ik denk dat het vooral belangrijk is om het bewust te maken. Want alles wat er niet mag zijn, maakt het extra zwaar en moeilijk en eng.
Maar nu nog even iets leuks zeggen. Een baby krijgen is natuurlijk fantastisch.
Pauline: Ik hou superveel van mijn kinderen. Het is ook een heel bijzondere ervaring. Je kan enorm genieten van zwanger zijn, je kan zelfs genieten van bevallen. Je kan genieten van de kraamtijd. Dat is ook allemaal waar. En misschien is het het mooiste wat je in je leven hebt meegemaakt. Maar het moeilijke in onze wereld is dat dat is eigenlijk het enige verhaal wat je mag vertellen. Dus daarom is de rest een taboe. Het is en-en. Het is niet of-of. Het is natuurlijk niet alleen maar dramatisch. Dan waren we allemaal al lang gestopt met kinderen krijgen. Maar als je alleen maar die roze wolk mag vertellen of alleen maar zeggen hoeveel je van je kinderen houdt, dan ontken je dus de pijn. Ook die rugpijn, letterlijk. Of het seksuele trauma waar je mee zit. Of het trauma van de bevalling. Een heel hoog percentage van de vrouw heeft officieel een trauma van haar bevalling: PTSS van een bevalling komt ook veel voor. Als je dat allemaal ontkent, omdat je gelukkig moet zijn met de baby en gelukkig moet zijn met je leven, dan ontken je gewoon een deel.
Lisette: Dus het is én-én: en ik ben dolblij met het kind, ik ben stapelgek op het kind. En ik ben moe en ik heb pijn en ik ben kwetsbaar en ik heb hulp nodig. Dat vind ik wel ontroerend.
Pauline: Ja, en het is niet de normale boodschap, helaas, maar ik hoop dat het dat wel wordt. Idenk dat er wel steeds meer ruimte voor is.
Lisette: Ja, omdat lichaamsbewustzijn toeneemt. E
Pauline: Er zijn ontzettend veel lichaamsgerichte therapeuten, lichaamsgerichte coaches, die allemaal zeggen: ga voelen, ga voelen, ga voelen. En er zijn steeds meer bekende vrouwen, acteurs en zangers, in Amerika en ook hier, die hardop zeggen: ik vond het wel taai. Dat helpt natuurlijk ook. Heel lang heeft niemand dat ooit gezegd. Of je was een normale moeder en de wolk was roze, of je was een slechte moeder, er was iets mis met je en dan had je het moeilijk gehad. Maar het is allebei tegelijk zo.
Lisette: Nog even terug naar: wat kunnen we allemaal zelf doen? Deze podcast wordt veel geluisterd door iets oudere mensen. Maar die kunnen het aan hun dochters vertellen. Wat kun je zelf doen? Naast dit helemaal serieus nemen en gaan voelen, voelen, voelen, naar de dokter gaan als je problemen hebt. Waar heb je veel aan gehad?
Pauline: Ja veel heeft geholpen. De bekkenfysiotherapeut. Het is niet de oplossing voor alles, maar zij stelt vragen: hoe is je plas? Hoe is het daar beneden? Heel vaak is dat weefsel na een zwangerschap nog zwak. Vaak hebben vrouwen nog pijn. Veel vrouwen denken dat ze een verzakking hebben, maar klopt dat ook, en zo ja hoe erg is die verzakking? Er zijn veel gradaties van verzakking. Een bekkenfysio doet ook inwendig onderzoek, en naar aanleiding daarvan kan ze je helpen. Dus of door te zeggen: je moet echt naar een gynaecoloog, of je moet hier iets aan doen, want je gaat hier last van krijgen. Of ze kan je oefeningen geven om je spieren te gaan trainen. Bekkenbodem spieren. Bij je vagina heb je bekkenbodem spieren en je hebt ook spieren bij je anus, die zijn los van elkaar te trainen. E
Er zijn ook bekkenfysio’s met veel verstand van sport, die kunnen goed helpen met welke buikspieren je wel mag trainen en welke niet, en hoe je dat kan opbouwen. Maar ook voor rugpijn dus, voor pijn in je stuitje, moet je naar zo iemand. Een fysiotherapeut kan in principe alleen maar oefeningen geven, maar ik vind het voordeel dat ze heel veel kennis hebben over dat gebied.
Organisaties adviseren dat ook: ga een keer naar je huisarts. En sportmensen zeggen vaak: je moet sowieso gaan voordat je begint met sporten. Want je mag niet gaan sporten als het nog niet goed zit. Dus het is ook een soort check-up. Maar eigenlijk is dit: maak je onderlichaam weer van jezelf. Ga weer terug naar je basis in je lichaam en maak het weer van jou. Want het is natuurlijk negen maanden plus bevalling van de baby geweest. Je hebt het weggegeven, of je hebt het uitgeleend. En je hebt het uitgelubberd weer teruggekregen. En je moet het weer sterk maken.
Lisette: Je moet er weer in, je moet het weer gaan bewonen.
Pauline: Wat ook veel voorkomt is vitaminetekort, vitamine D-tekort, of ijzertekort. In principe wordt het tijdens een zwangerschap gecheckt. Maar daarna niet meer, dat is niet gewoon. in Nederland. Sommige huisartsen doen het, maar andere doen er heel moeilijk over. Je kan naar een orthomoleculaire arts. Maar je kan die waardes in principe laten testen. Als je echt een ijzertekort hebt, en ook nog bijvoorbeeld slecht slaapt, dan heb je zo’n achterstand. Maar daar kan je makkelijk iets aan doen.
En voeding. Vrouwen eten vaak niet goed met een baby in hun drukke leven. Het schiet daarbij in. De eerste paar weken heb je nog een kruishulp. Of je moeder, zoals in mijn geval, die dadels komt brengen en spinazie en zo. Maar welke vrouw let er na drie, vier maanden, als ze alweer begint met werken, nog goed op wat ze eet? Of ze wel genoeg binnenkrijgt? Terwijl het juist heel belangrijk is.
Ik ging zelf veel koffie drinken en veel koekjes eten. En dat is volgens mij het allerslechtste wat je kan doen voor een gezonde darmflora. Het is troost eten, omdat je er zo alleen voor staat. Want je krijgt toch ook ergens een eenzaam gevoel; we moeten het ook allemaal maar alleen doen.
Lisette: misschien moet de hele wereld dit veel meer horen.
Pauline: Nou, dat denk ik wel, want je moet echt sterk zijn en voor jezelf opkomen, je grenzen stellen in een periode dat je dus precies niet sterk bent en niet voor jezelf kunt opkomen.
Lisette: Dat is het hele punt. Want dat soort kracht heb je ook niet nodig om een goede moeder te zijn voor een pasgeboren baby. Daar voor moet je juist grenzeloos empathisch zijn om ervoor open te staan, toch? Anders gaat de baby dood, dan heb je het niet goed verzorgd. Dus dat is de natuur die ervoor zorgt dat je helemaal op de ander bent gericht, op de baby. En dan roepen wij nu allemaal: nee, je moet goed voor jezelf zorgen! Dus eigenlijk moet er toch een partner bij die dat voor je gaat doen. Of de hele maatschappij. Dit is waarom ze zeggen: it takes a village to raise a child.
Pauline: Kijk, dat is mijn punt. Dus prima als je een partner hebt. Maar ik blijf toch ook terugkomen op een huisarts en een kraamzorg en een verloskundige en een buurvrouw die tegen je zegt: “Hé, ik weet dat je nog steeds niet bent gegaan, maar ga nou wel naar die bekkenfysio..”. En een beste vriendin en een zus en een broer, enzovoort. Met z’n allen kunnen we dit natuurlijk wel voor iemand doen.
“We nodigen je uit voor dit feestje, maar we begrijpen het als je niet komt want je hebt toch zoiets prachtigs aan de wereld gegeven, namelijk een nieuw mens en daar mag ook wel wat tegenover staan.” Dat soort dingen.
Maar het is moeilijk. Deze aflevering heet: Hou van je lijf na een bevalling, maar ik vond dat best lastig de laatste keer, ik had echt pijn in mijn lichaam, heel veel pijn. En tot zes maanden zwanger had ik in de sportschool gestaan en was ik hartstikke sterk. Maar na die bevalling kon ik geen boodschappentas meer dragen. Het was echt alsof mijn spieren waren afgebrokkeld en mijn handen deden pijn. En ik kon niet slapen en ik was 15 kilo zwaarder of zo. Toen werd het langzaam tien, maar dat is twee jaar lang nog steeds tien kilo te veel geweest voor mij. Dus hoe hou je van een lichaam dat niet doet wat je wil?
Lisette: Daar komen we misschien ook op een ander essentieel punt. Echt houden van, daar heb ik het eigenlijk in al die afleveringen over, is onvoorwaardelijk houden van. Is niet: ‘ik hou pas weer van mijn lichaam als het doet wat ik wil.’ Maar ik hou nu ook van mijn lichaam, terwijl het mij nodig heeft, maar ik niet tevreden ben erover. Daar hou ik ook van.
Pauline: Het is niet alleen ‘niet tevreden zijn over je lijf’. Het is ook: er last van hebben. Het doet pijn. Het is slap en het is log en het is moe.
Lisette: Stel dat je lichaam je kind was. Je hebt een kind gebaard en je bent stapelgek op dat kind en je merkt er is iets met dat kind. Het heeft een gebrek. Hou je dan minder van dat kind? Natuurlijk niet. Je gaat eigenlijk meer van dat kind houden. Je gaat een beetje je best doen om het te helpen. Ja, niemand gaat minder van een kind houden. Tenminste, geen enkele liefhebend mens. Er komt eigenlijk een soort warmte, ren soort enthousiasme bij. En dan moet je met je eigen lichaam ook doen. Dat is het dan, ja. Oh, nu heeft mijn lichaam mij nodig. Nu ga ik echt goed zorgen voor mijn lichaam. Want het heeft me nodig. En daar speelt natuurlijk ook die maatschappij een enorme rol. Want als je dan influencers ziet die na drie maanden weer in hele strakke bikinis paraderen… dat is helemaal niet aardig.
Lisette: Dat is niet aardig voor andere vrouwen. Doe dat gewoon niet, als jij het goed hebt en je bent een geluksvogel.
Pauline: Ik denk dat iedereen moet doen wat hij wil. Maar het kan helpen in een periode dat je er zelf last mee hebt, om bijvoorbeeld dat soort mensen even niet te volgen. Of zelfs van social media af te gaan. Dat dat voor je eigen geluk beter werkt. Want het lijkt natuurlijk altijd mooier dan het is.
Lisette: Ja, precies. Het is die schone schijn van buiten. Maar nu gaat het om de binnenkant.
Pauline: Ja, die schijn is natuurlijk aantrekkelijk. We willen allemaal de goede draagzak en de goede kinderwagen. En dan lekker met die baby lopen. En dan kan je laten zien hoe goed het met je gaat.
Lisette: Maar vanbinnen gaat het misschien helemaal niet zo goed. Van binnen doet het pijn en voel je je zwak en ben je oververmoeid, en hormonaal in de war. Dus dit is de boodschap van jouw boek: ga naar binnen, ga voelen, voelen, voelen.
Pauline: Ja, na mijn laatste bevalling kon ik heel lang echt helemaal niet sporten. Zelfs bijna niet wandelen. Klein stukjes wandelen en toen… Terwijl ik daarvoor hot yoga deed, elke week. Ik was best wel lenig en dat vond ik leuk. Toen mijn jongste zoontje een half jaar oud was of zo, ging ik naar een yin yoga les. Ik dacht: die hot yoga, dat lukt me niet nu, maar yin is natuurlijk veel zachter. Ja, Maar toen moest ik echt een beetje huilen tijdens die les. Omdat ik eigenlijk precies zoals die sportcoach zei, toen pas mijn lichaam goed voelde. Ik dacht, jeetje, zijn we hier? Wow, ik ken dit lichaam helemaal niet.
Lisette: Je zou dus zelfs kunnen zeggen dat een bevalling iets traumatiserends is. Dat klinkt afschuwelijk, maar het is natuurlijk ook wel iets Groots met een grote G. Zodat de neiging bestaat om daarna te dissociëren, om uit je lichaam weg te vliegen en in je hoofd te gaan zitten.
Pauline: Dat zou kunnen, ja. En het herstel is een belangrijk thema. Als je een erge ziekte hebt gehad of een operatie, moet je ook herstellen. Dat is het belangrijkste. Het kost altijd veel meer tijd dan je wilt, het gaat altijd veel trager dan je wil.t Je hebt altijd terugslagen, je gaat twee stappen vooruit en één terug. En dat is allemaal volgens mij van toepassing op deze periode.
Lisette: Ik zeg ook altijd tegen iedereen: alles in je lichaam gaat langzamer dan je denkt. Want wat je denkt, gaat razendsnel door de lucht. Net als in de digitale wereld. Maar je lichaam moet het allemaal cel voor cel doorakkeren.
Marika, in het boek heet ze Kiki Mae, geeft postpartum behandelingen, een soort massagebehandeling speciaal voor een vrouw na een bevalling. Fantastisch, ja, en er zijn meer mensen in Nederland die dat doen. Zij zegt: het gaat vaak over depressie of donkerte. Wat moet je doen als het donker wordt? Zij zegt: ik zou niet zozeer meteen een oplossing willen hebben of geven. Maar eigenlijk is de belangrijkste vraag: Wat heb je nodig om een tijdje oké te zijn met niet oké zijn?
Lisette: Oh geweldig.
Pauline: Dat is eigenlijk ook misschien een beetje de essentie. Wat heb je nodig om er oké mee te zijn dat het moeilijk is? Ja, dus wat is de beste tip of hoe los je het op? Je kunt niet zorgen dat je meteen weer helemaal oké bent na drie maanden, in alle opzichten: mentaal, fysiek, hormonaal.
Ik had het graag willen vinden, dat antwoord. Maar dat heb ik niet gevonden. Maar misschien is het enige wat je kan doen… jezelf helpen. Of geholpen worden om een tijdje oké te zijn met niet oké te zijn. Jezelf vergeven dat het zo moeilijk is. Dus dat is eigenlijk onvoorwaardelijk van jezelf houden. En de zachtheid daarbij. En ondersteuning zoeken die je lichaam nodig heeft om het zo goed mogelijk te dragen of door te komen.
Zonder ongeduld. Zonder van, hè, schiet eens op, ik wil weer de oude zijn. Nee, het duurt zo lang als het duurt. Ja, dat is moeilijk, hè?
Lisette: Dat is heel moeilijk, maar geef er maar bekendheid aan. Nou, heel erg bedankt. Ik vond het een heel mooi gesprek. En ik vind het een fantastisch boek. Net als alles wat jij schrijft. Daarin komt er altijd ergens een punt dat het zo ontroerend wordt, dan gaat het je raken. En dat is in dit boek ook: er zit een soort spanningsboog in van gevoel. Dus ik kan het alleen maar van harte aanbevelen.
Pauline: En het gesprek voelt ook heel fijn. Dankjewel.