Podcast Hou van je lijf, maar dan echt hè!
Aflevering 15: Hou van je milt, met Inge Maassen
LT: In deze aflevering gaan we het hebben over de milt, in de serie met Inge Maassen van de Healing Tao. We gaan onderzoeken: wat doet de milt, hoe kun je beter voor je milt zorgen en hoe kun je meer van je milt gaan houden?
Hallo Inge. Hoe gaat het met jouw milt vandaag?
IM: Wat zal ik zeggen? Mijn milt is überhaupt niet mijn beste orgaan. Hij is lichtjes verkrampt.
Maar de meeste mensen weten niet eens waar de milt zit. Iedereen kent wel die steek in je zij als je hard loopt… dat is ongeveer de plek waar je moet zijn voor milt.
LT: Van vroeger vooral ken ik dat, als kind. Ik heb het eigenlijk nooit meer, maar ik loop ook niet meer zo vaak hard.
IM: Misschien liep je harder als kind. De milt ligt links-achter, net onder het middenrif, helemaal achter de ribben, vrij dicht bij de linker nier. Hij zit dus behoorlijk verstopt. En in het Taoïstische denken kun je zeggen: daardoor hoort hij ook meer bij het onbewuste. Net als de nieren zit hij aan de achterkant.
LT: Waarom is de milt nou een van die vijf heel belangrijke organen in het Taoïstische denken?
IM: Je kunt de milt een beetje zien als onze moeder. De moeder van alle organen. We hebben gezien dat het hart een soort vaderorgaan is — in een ouderwetse taakverdeling dan.
Het hart, zeggen de Chinezen, bepaalt als het ware of God bestaat en in welke vorm. En de milt bepaalt de rest. Die zorgt voor het eten en voor de kinderen.
LT: In de ouderwetse taakverdeling.
IM: Ja, precies. En ze doet dat ook nog eens een beetje aan de achterkant, niet zo zichtbaar. Zoals zo’n ouderwetse moeder ook niet zo zichtbaar aanwezig was.
Ik weet niet hoe het bij jou was, maar als ik als kind thuiskwam, was het eerste wat ik riep: ‘Mama, waar ben je?’ Ze moest er wel zijn.
LT: Mijn moeder klaagde daarover. Ze zei: ‘Dan zit ik hier met het theeblad. De kinderen komen binnen, smijten hun tassen in de gang, hun jassen op de grond en zeggen: we gaan spelen, dag! En dan zit ik hier.’
Is dat met de milt ook zo?
IM: Ja. En als je een goede moeder bent, dan ben je oké in jezelf en vind je het heerlijk als je kinderen gaan spelen. Geen enkel punt. Dan zit je met de thee op de achtergrond.
Het is een beetje een ondankbare taak. Het is holding space. En dat is eigenlijk best moeilijk, want het is een beetje egoloos. Het is een zijnskwaliteit. Die moeder moet er zijn.
LT: Mooi.
IM: Ja. Er zijn, in jezelf, neutraal ten opzichte van de buitenwereld. Dat is het mooiste. Zorgzaam, en ook zorgzaam voor jezelf.
Ik ken de moderne moeders niet zo goed, maar zo’n ouderwetse moeder zit daar met de thee en een doos koekjes en stopt sokken, of zit te borduren of te breien. Of kinderkleren te maken, of alvast de aardappelen te schillen. Of dat kind nou komt of niet, dat maakt niet uit. Ze is praktisch bezig voor het geheel.
LT: Maar wat doet de milt dan fysiek?
IM: Fysiek filtert de milt het bloed. Hij helpt oude of beschadigde bloedcellen op te ruimen en speelt ook een belangrijke rol in het afweersysteem.
Binnen de Healing Tao kennen we aan de milt daarnaast de kwaliteit toe van stevigheid en het ‘dragen’ van wat zich in het lichaam bevindt: de elasticiteit van de weefsels, de spieren en het bij elkaar houden van het geheel.
Als je bijvoorbeeld een beetje onderuitgezakt op de bank zit en eigenlijk niet in beweging kunt komen, kun je dat vanuit de vijf-elementenleer op verschillende manieren bekijken. Het missen van die aanzet-energie hoort bij een zwakke lever, maar fysieke krachteloosheid, altijd liefst willen liggen en gebrek aan stevigheid koppelen wij aan de milt.
LT: Eerlijk gezegd ben ik juist iemand die onmiddellijk na het opstaan begint te racen en heel veel doet. Is er ook iets met vroeg opstaan?
IM: Dat is meer de lever. Dat is het kind in ons. Je weet: kinderen worden wakker en willen opstaan.
LT: Ja, precies, dat heb ik ook. En de milt heeft niks te maken met ochtend- of avondmens?
IM: De milt hoort bij het midden. In de Chinese orgaanklok is de latere ochtend de milttijd. Maar de milt hoort dus niet specifiek bij heel vroeg in de ochtend of juist diep in de nacht.
LT: En wat kunnen we doen voor onze milt?
IM: De milt hoort binnen de Chinese vijf-elementenleer bij de maag en de alvleesklier, en bij de mond en de smaak. Je kunt de milt zien als onderdeel van het hele gebeuren rond voeding en spijsvertering.
Vandaar ook dat moeder erbij hoort, want moeder is voeder. Zij zorgt voor voeding.
Dus goede voeding is natuurlijk het eerste waar je aan denkt.
LT: En wat is goede voeding?
IM: Daar zijn de meningen tegenwoordig wel over verdeeld.
LT: Ja, het is ook niet voor iedereen hetzelfde.
IM: Zeker niet. Daarom geven wij ook weinig concrete voedingstips. Er zijn voedingsdeskundigen die vanuit de vijf elementen heel specifiek bepaald voedsel adviseren bij bepaalde klachten.
Maar als je vanuit de milt denkt, denk dan vooral aan echt eten. Biologisch, waar mogelijk. Voedsel waar nog iets in zit, en niet eten zonder voeding.
Er is wel een miltdrankje dat leuk is om te vertellen. Je neemt ongeveer dezelfde hoeveelheid wortel, ui, kool en pompoen. Dus bijvoorbeeld van alles een kopje, klein gesneden. Dat laat je een uur koken. Het kookwater daarvan geldt binnen deze traditie als heel voedend voor de milt.
LT: Moet je daar dan een liter water bij gieten? Of moet het alleen maar onderstaan?
IM: Je hebt een goede milt, jij denkt meteen praktisch na. Je mag er rustig twee liter water bij doen. Je maakt eigenlijk een bouillon van die vier groenten. Die kun je dan drinken, bijvoorbeeld elke dag een glaasje.
Als jij merkt dat je vaak moe bent en moet gaan liggen, dat je als het ware niet overeind kunt blijven maar inzakt, dan raden wij zo’n drankje aan.
De ronde groenten voeden volgens de vijf-elementenleer de milt; de milt houdt van een zoetige smaak. Wij herkennen die zoetheid niet altijd meer in groenten, maar die zit er wel in. Als je ze goed kauwt, proef je dat ook.
LT: Eigenlijk zijn tegenwoordig alle groenten zoet.
IM: Een beetje zoetig misschien. Maar worteltjes zijn echt zoet als het goed is. Uien worden zoet als je ze langzaam laat stoven. Pompoen is zoet. Bij die groenten is het heel duidelijk.
LT: Maar kool niet. Daar heb ik geen zoetheid in ontdekt. Ik neem onmiddellijk aan dat die er is; ik eet alleen niet zo vaak kool.
IM: In koolsalade doe je dan weer krenten en rozijnen. Dat zit ook helemaal in onze keuken.
Maar terug naar de milt. Ik fietste laatst achter twee grote, sterke jonge mannen. De een fietste gewoon en de ander zat op een fatbike. Die vertelde hoe geweldig die fatbike was, omdat hij nou nooit meer moe werd op de fiets. Nou, die jongens waren misschien 23. En voor mij — en voor jou waarschijnlijk ook, maar wij zijn natuurlijk oudjes — is dat crazy.
LT: Ja, heel raar.
IM: Ik vind het vreemd als een gezonde, sterke jongeman van 23 zegt: ‘Ik word zo moe op de fiets.’ Zelfs als hij een uur zou moeten fietsen. Dat deden vroeger heel veel schoolkinderen. In Friesland tegen de wind in. Dus ik was best verbijsterd. Mijn eigen associatie is dan: krijgen deze mensen nog wel genoeg werkelijk voedend voedsel binnen?
Wie eet er nou nog kool? Misschien op een bepaalde manier klaargemaakt in een kant-en-klaarmaaltijd. En kant-en-klaar hoeft natuurlijk helemaal niet slecht te zijn. Maar ik heb zelf vaak het gevoel dat er iets ontbreekt als ik zo’n maaltijd heb gegeten. Ik wil niet betweterig of truttebellig worden, maar vanuit de Healing Tao zou je zeggen: onze milt wordt daar verdrietig van. Moeder Milt heeft goed materiaal nodig om het lichaam te voeden.
Het is als een moeder die te weinig geld krijgt van de heer des huizes, zo zou je het kunnen zien. Of die te weinig tijd heeft om werkelijk voor de kinderen te zorgen.
LT: Ik heb eens iets over kool gehoord van een biologisch-dynamische boerin. ‘Moet je eens kijken naar een kool,’ zei ze. ‘Een kool heeft ruggengraat. Dat kun je zien als je hem doorsnijdt. Dus van een kool krijg je ruggengraat.’ Maar tegenwoordig, zei zij, eten mensen liever komkommer en tomaten. Dat is allemaal heel lekker en in de zomer is het prima. Maar het is waterig en luchtig; er zit niet die ruggengraat in. En áls mensen kool eten, snijden ze misschien de ruggengraat er juist uit.
IM: Ja, absoluut. Of dat stronkje van de witlof, weet je wel? Dat is dan weer te bitter.
LT: Dus wij gaan nu allemaal kool eten.
IM: En bouillonnetjes maken van pompoen, kool, ui en wortel. Of winterpeen. Het maakt niet uit wat voor wortel en ook niet zoveel wat voor kool. Boerenkool is ook goed.
LT: O, maar boerenkool is juist heel erg in: kale in het Engels. Bijvoorbeeld in een kale smoothie. Dat is dus ook goed voor je milt?
IM: Ook. En er zitten natuurlijk allerlei andere voedingsstoffen in waar je lichaam ook iets mee kan. Dan krijgt moeder Milt het idee: ik kan alles en iedereen weer voeden.
Want de milt is in de Chinese leer verbonden met het element Aarde. De aarde ontvangt regen en zonlicht en alles wat nodig is voor groei. Ze schept een omgeving waarin bomen, planten en voedsel kunnen groeien.
De aarde neemt op wat ze nodig heeft. En dat kunnen wij ook. Aarde weet: dit is belangrijk, dit neem ik op, en vanuit mijn zijnskracht kan ik doen wat mijn taak is. Die taak kan zijn: een zanderige woestijn dragen, maar ook een jungle of een groentetuin voeden.
En je wilt dat je milt gaat glimlachen.
LT: Hoe zorg ik dat mijn milt glimlacht?
IM: Er zijn talloze meditaties die je kunt doen. Je kunt je ogen zacht maken en warm geel licht visualiseren; geel hoort bij de milt.
Of lekker met je tong langs je tanden gaan om speeksel te maken. Dat speeksel slik je door als een soort bal en je volgt het in je verbeelding via de slokdarm naar de maag en verder door het spijsverteringskanaal.
Binnen de Healing Tao noemen we zoiets een speeksel-chi-bal. Chi betekent levensenergie of vitaliteit. Het speeksel is natuurlijk echt, en met je aandacht en verbeelding maak je er een oefening van.
Het is sowieso belangrijk dat je mond niet steeds uitdroogt. Speeksel beschermt onder andere je mond en je gebit. Daarom is door je mond ademen ook niet ideaal: je mond droogt er gemakkelijker van uit.
Je kunt dus met je tong voor en achter langs je bovengebit gaan, en daarna langs je ondergebit. Eerst de ene kant op en dan de andere.
Wat ik daarna doe, is mijn mond dichthouden en rustig door mijn neus ademen, terwijl ik mijn aandacht in mijn mond houd. Dan komt er meer speeksel.
LT: Ik moet het even wegslikken, want ik kan niet praten met mijn mond vol speeksel.
IM: Dat klopt natuurlijk. Je houdt je mond dicht en verzamelt dat speeksel. Als je het nog mooier wilt maken, trek je er met je zachte blik in je verbeelding wat zonnekracht bij. Dus je voelt dat speeksel daarmee en denkt aan de zon.
Dan slik je het door.
Dat noemen we een speeksel-chi-bal: een zachte bal van speeksel en energie. Je laat hem door de slokdarm naar beneden zakken en volgt hem met je aandacht langs de maag en vervolgens verder door je spijsverteringskanaal.
LT: Ik merk dat ik een beetje ga boeren van deze oefening. Klopt dat? Dat doen Chinezen de hele tijd, toch?
IM: Nou, nou… Misschien heb jij gewoon wat lucht mee naar binnen geslikt omdat je ondertussen zat te praten met al dat speeksel in je mond.
Als er lucht in je maag zit, moet die er ook weer uit.
LT: Fijn, fijn. En ik snap nu: deze oefening doe je met je mond dicht en je gaat niet ondertussen zitten praten met iemand. Je doet het gewoon even in jezelf.
IM: Precies. Je slikt die speeksel-chi-bal door en volgt hem met je gedachten of je verbeelding door je spijsverteringskanaal. Je kunt hem in gedachten helemaal tot aan de endeldarm volgen.
LT: Maar dan laat je een wind, of niet? We zijn nu in de poepjestijd aanbeland. Onder de zes vindt elk kind dat erg grappig.
IM: Je kunt ook gewoon voelen wat er in dat hele gebied gebeurt. Bijvoorbeeld heel zacht je wangen een beetje inzuigen en tegelijkertijd even je anuskringspier aanspannen en weer loslaten.
Er zijn allerlei van dat soort Taoïstische oefeningetjes. Zuig bijvoorbeeld je wangen eens zacht in. Ik voel dan dat er beneden in mijn bekken ook iets reageert; in het baarmoeder- prostaat gebied. Ik weet niet precies wat daarvan automatisch gebeurt en wat ik zelf doe, maar dat maakt voor de oefening niet zoveel uit. Het gebied rond mond, slikken, spijsvertering en bekkenbodem kun je zo als één doorgaande beweging ervaren.
En dat hoort voor ons allemaal bij zorgen voor mama milt.
LT: Je noemde eerder ook de ‘ophanging’ van de organen.
IM: Ja. Binnen de vijf-elementenleer koppelen we de milt aan het dragen en op zijn plaats houden van de weefsels in het lichaam.
Na een bevalling bijvoorbeeld verandert er natuurlijk enorm veel in buik en bekkenbodem. Borstvoeding zorgt door de afgifte van oxytocine ook voor samentrekkingen van de baarmoeder. In de Taoïstische taal zou ik zeggen dat dat hele proces van voeden, herstellen en weer stevigheid vinden bij de kwaliteit van de milt hoort.
LT: Maar is de milt ook van de ophanging van de huid?
IM: Binnen onze leer zeker. Ook de stevigheid van de huid.
Dus wij, oude vrouwen met onze uitzakkende kinnetjes en zo… Daar is natuurlijk niet alles tegen te doen. Als je geen facelift wilt — wat ik absoluut nooit zou willen — kun je in ieder geval goed voor jezelf zorgen en goed eten. Maar de een heeft nu eenmaal een andere huid dan de ander.
Binnen de vijf-elementenleer hoort de huid ook sterk bij de longen. En de huid onder je ogen wordt weer in verband gebracht met de nieren. Dus verschillende organen hebben verschillende relaties met de huid.
Maar de kwaliteit van het weefsel als geheel koppelen wij ook aan de milt.
LT: O ja. En kalknagels en zo? Dat komt nogal veel voor bij het ouder worden.
IM: Kalknagels zijn natuurlijk meestal een schimmelinfectie. Maar in onze symbolische taal zou je ook kunnen kijken naar de kwaliteit van je afweer en van je grenzen.
De milt gaat namelijk ook over grenzen: dit is van mij, dit is mijn lichaam. Ga niet over mijn grenzen, dan ga ik ook niet over die van jou. Dat moet je als kind leren. Een ouder moet een kind begrenzen, zodat het kind ook zijn eigen grenzen leert voelen. Dat geeft veiligheid. En die ouder moet natuurlijk ook niet voortdurend over de grenzen van het kind heen gaan. Want dan wordt het voor een kind heel moeilijk om te leren: wat is van mij en wat is van jou? Waar eindig ik en waar begin jij?
LT: En als dat toch gebeurt, kan dat heel pijnlijk zijn. Hoe kun je dan je milt helpen om die grensbewaking weer op orde te krijgen?
IM: Door aan dat trauma te werken. En ook door goed voor jezelf te zorgen, waaronder goede voeding.
Je kunt gaan oefenen in voelen wanneer iemand over jouw grenzen gaat. Maar als er op jonge leeftijd veel over je grenzen is gegaan, weet je vaak helemaal niet waar die grens ligt. Je weet niet goed wat van jou is en wat van de ander, wat klopt voor jou en wat niet. Soms weet je zelfs niet dat je überhaupt voor jezelf op mag komen.
LT: Nee. Ik heb dat zelf heel sterk meegemaakt. Vroeger kon ik helemaal geen nee zeggen. Dat heb ik eerder verteld en ook opgeschreven. Ik had een tijdlang briefjes op de telefoon geplakt en aan de binnenkant van de voordeur: Wil ik dit? Als iemand dan aanbelde, werd ik er even aan herinnerd dat dát de vraag was. Want ik zei altijd alleen maar ja tegen alles.
Maar nu merk ik dat mijn lichaam al nee zegt voordat ik erover heb nagedacht. Iemand vraagt iets en ik voel de nee. En daarna denk ik soms: lastig dat ik nou nee wil zeggen, want het moet wel gebeuren. Maar dan hoor ik mezelf al zeggen: ‘Nee, dat kan echt niet. Dat kan ik niet meer.’
Het is een rustiger nee geworden. Makkelijker, vrolijker en vriendelijker dan vroeger.
IM: Omdat je het met jezelf eens bent en achter jezelf blijft staan.
Als ik goed voor mezelf zorg, moet ik soms nee zeggen. Dan zorg ik op dat moment misschien even niet zo goed voor die ander, maar uiteindelijk ben ik wel degene voor wie ik als eerste en als laatste moet kunnen zorgen.
Ik ben mijn eigen mama milt. Jij bent je eigen mama milt.
En de milt hoort echt bij het midden.
LT: Wat bedoel je daarmee?
IM: De milt hoort bij het centrale kanaal.
LT: Het centrale kanaal, daar heb ik nog nooit van gehoord.
IM: Je hebt waarschijnlijk wel van chakra’s gehoord. Die worden in verschillende oosterse tradities voorgesteld als energiecentra die langs het midden van het lichaam liggen. Binnen de Healing Tao werken we ook met zo’n energetisch midden.
En dan nog even over de kindertijd. Als je ouders gaan scheiden of veel problemen met elkaar hebben, kan het voor een kind moeilijk zijn om zijn eigen midden te bewaren. Je loyaliteit gaat twee kanten op. Soms voel je je sterker verbonden met de ene ouder en krijg je daar tegenover de andere ouder weer schuldgevoelens over.
Dat is belangrijk voor ouders om te beseffen. Maar ze moeten natuurlijk ook niet alleen om die reden bij elkaar blijven en intussen elkaar de tent uitvechten. Het beste is als mensen op een zo goed mogelijke manier uit elkaar kunnen gaan en het kind het gevoel kan houden: ik mag van allebei mijn ouders houden.
LT: Ja, je ziet en hoort dat steeds vaker.
IM: Ik hoor bijvoorbeeld kinderen van gescheiden ouders zeggen: ‘Ik wil met mijn papa én mama op de foto.’ Bij hun eindexamen bijvoorbeeld. Dan staan die twee ouders daar samen met dat kind. Symbolisch zou ik zeggen: op zo’n moment kan dat kind weer even helemaal in zijn eigen midden staan.
LT: Mijn ouders zijn gescheiden toen ik vijftien was en ik was alleen maar ontzettend blij. Want daarvoor was het afschuwelijk, dus de scheiding was een opluchting. Maar ik ging wel helemaal richting mijn moeder. Ik dacht: mijn vader is waardeloos. Ik zag hem nog wel. Jaren later zei hij een keer: ‘Ik ben altijd van je moeder blijven houden.’ Dat vind ik nog steeds ontroerend. Op dat moment voelde ik: eigenlijk zijn het toch twee kanten van mij. Mijn moeder zei zoiets niet hoor. Mijn vader wel, en ik vond dat heel erg mooi. Dus als je het kunt opbrengen om je kind iets mee te geven van respect of liefde voor de andere ouder, kan dat heel waardevol zijn.
IM: Ja. Als je je eigen midden hebt, kun je achter jezelf staan. En dan ontstaat er ook een beweeglijk evenwicht tussen openstaan voor de buitenwereld en jezelf begrenzen, tussen ontvangen en geven, tussen werken en rust.
Er is ook zo’n heerlijk gevoel van tevredenheid na gedane arbeid. Dat is voor mij echt een miltmoment. Je mag op je lauweren rusten. Je hebt gedaan wat je kon en je bent tevreden. Je kunt heerlijk een pilsje drinken.
LT: En je factuurtjes sturen. Dat doe ik altijd zo aan het eind van de dag. Een topmoment, met een glas wijn. Dan ben ik helemaal gelukkig, honderd procent. En dan is mijn milt dus ook gelukkig?
IM: Die denkt: alles is in evenwicht.
Mijn partner vindt het heerlijkste moment wanneer hij een taak van zijn lijstje kan doorstrepen. Dat zijn de echte miltmomenten.
En over dat midden wil ik nog iets zeggen. In mijn optiek vertegenwoordigt de sjamaan iemand die verschillende tegenstellingen in zichzelf kan verenigen: mannelijk en vrouwelijk, boven en beneden, links en rechts. Iemand die niet helemaal aan één kant hoeft te gaan staan, maar het midden kan bewaren.
Dat vind ik een prachtig beeld.
Ook voor mensen die zoeken naar hun verhouding tot mannelijkheid en vrouwelijkheid kan dat een verruimend beeld zijn: dat je verschillende kanten in jezelf kunt dragen.
LT: Ja, dat herken ik heel erg.
Na de overgang ervaar ik mezelf ook anders. Ik voel me niet alleen maar vrouw; ik voel me vooral mens. Ik heb kwaliteiten ontwikkeld die we van oudsher archetypisch met mannelijkheid associëren: ik ben ondernemend, moedig, verantwoordelijk. Ik ben soms een held. En de kwaliteiten die we archetypisch met vrouwelijkheid associëren — zorgzaamheid, empathie, warmte, aandacht voor mijn nageslacht — heb ik natuurlijk ook. Dus ik hoef voor mijn gevoel niet meer zo aan de ene of de andere kant te staan.
IM: En je lichaam verandert natuurlijk ook als je ouder wordt. De hormoonhuishouding verandert. Na de menopauze daalt de productie van oestrogenen sterk, en daardoor verandert ook de onderlinge verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke hormonen.
LT: En bij mannen verandert de hormoonhuishouding natuurlijk ook als ze ouder worden.
IM: Zeker. Maar misschien is het belangrijkste niet eens dat we daar één biologische wet van maken. Ik vind vooral het beeld mooi dat een mens gedurende zijn leven andere kanten van zichzelf kan ontwikkelen. Zachtheid, kracht, ontvankelijkheid, daadkracht — dat hoeft allemaal niet zo strikt verdeeld te blijven in mannelijk en vrouwelijk.
LT: Precies.
IM: En dat vind ik ook zo mooi aan het beeld van de sjamaan: iemand die verschillende werkelijkheden kan verdragen en verbinden.
LT: Dus het is heel fijn dat sjamanisme ‘in’ is.
IM: Vind je dat ‘in’?
LT: Ja, ik hoor overal mensen praten over sjamanisme en rituelen.
IM: Ik zit natuurlijk altijd al in het stukje van de maatschappij dat met dat soort dingen bezig is. Dus voor mij is het moeilijk te bepalen of het werkelijk steeds breder wordt.
LT: Volgens mij wel. Al zijn er natuurlijk ook genoeg mensen die het allemaal onzin vinden.
Oké. Terug naar de milt. Hebben we iets nog niet gezegd?
IM: Vanuit die neutraliteit is eigenlijk wat jij doet met je podcast Hou van je lijf, maar dan echt hè! heel erg milt.
LT: O, is dat ook al milt? Wat leuk.
IM: Wees oké met je lijf. Met de aarde waaruit je bestaat, als het ware. Wees daar werkelijk mee in orde.
LT: Wees je eigen moeder voor je eigen lichaam.
Ik zeg vaak: we behandelen ons lichaam zoals wijzelf als klein kind behandeld zijn door onze ouders, en misschien vooral door onze moeder. Als dat niet liefdevol genoeg was, kun je daar later iets in veranderen. Je kunt leren een andere moeder voor je eigen lijf te worden.
IM: En vader. Dat is voor mij echt heel erg milt: hou van je lijf en leer verstaan wat je lichaam je vertelt.
Ik vind het zo mooi dat jij en ik dat op onze leeftijd — met behoorlijk veel werk overigens — steeds beter geleerd hebben dat je je lichaam van binnenuit kunt horen. Dat je ineens merkt: nee, dit moet ik nu niet doen.
En je kunt dat ook met eten oefenen. Als je tijdens het boodschappen doen met je aandacht in je buik, maag en milt blijft, kun je eens voelen: waar heb ik eigenlijk behoefte aan?
Maag en milt noem ik nu even samen, want de maag is veel gemakkelijker voelbaar; de milt ligt meer verscholen naar achteren.
Je staat bijvoorbeeld voor de groenteafdeling bij Odin of Ekoplaza en kijkt: welke groente lacht me toe? Waar krijg ik zin in?
Ik vind groenten voor maag en milt heel belangrijk.
LT: Maar eerder zei je dat vlees en vis essentieel zijn voor de uitgaande kracht. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ik eet al vijfendertig jaar geen vlees meer en ik ben nog steeds enorm goed in mijn uitgaande power. Ik ben geen bleek watje geworden.
IM: Geweldig. En we zijn natuurlijk allemaal verschillend. Sommige mensen voelen zich goed bij vlees, anderen niet.
LT: Ik ben nog een blauwe maandag lerares geweest. Toen vroeg ik aan Jan van Baarle, die met acupressuur werkte: ‘Wat moet ik eten om een goede lerares te zijn?’ Hij zei: ‘Vlees.’ Ik was toen al vegetarisch, dus ik heb het niet gedaan. Maar volgens hem had je om zo’n grote groep aan te kunnen die extra kracht nodig. Ik herinner me dat als de dag van gisteren. Ik was geschokt. Hoezo vlees? Ik wilde helemaal geen vlees. Maar ja, ik was ook een enorm slechte lerares. Ik heb het maar kort volgehouden en toen heb ik de school en mezelf ervan verlost.
IM: Ha! Maar zo’n groep dragen vraagt inderdaad een bepaalde uitgaande en verbindende kracht. Al zou ik zelf niet zeggen dat je daar per se vlees voor nodig hebt.
En een middelbare-schoolklas is natuurlijk ook heel iets anders dan een groep mensen die speciaal voor jou komt.
LT: Totaal anders. Dus voor mijn huidige groepswerk heb ik het kennelijk niet nodig.
Nou, dat was een klein zijpaadje.
IM: Sommige mensen zijn sowieso veel minder met eten bezig.
LT: Onbegrijpelijk. Ik vind eten een van de allerbelangrijkste dingen. Maar ik ben een Stier.
IM: O ja, dan geniet je er ook echt van.
Er zijn ook mensen die heel graag van eten zouden willen genieten maar wier maag tegen van alles sputtert. Ze krijgen maagzuur of andere klachten.
Dan kan het helpen om eens te leren waar je maag eigenlijk zit en hoe die eruitziet. Kijk desnoods naar anatomische afbeeldingen. Dat maakt het gemakkelijker om met je aandacht in dat gebied aanwezig te zijn.
En zoek ook eens op waar de milt ligt: linksboven achterin de buik, achter de ribben.
Binnen de Healing Tao kun je vervolgens tijdens het eten met je aandacht naar dat gebied gaan en daar bijvoorbeeld een warme gele kleur visualiseren.
Dan eet je rustig, misschien terwijl je lekker naar buiten kijkt.
LT: En niet met de krant erbij.
IM: Precies. Als je tegelijkertijd de krant leest, ben je én voedsel aan het verwerken én een heleboel informatie aan het verwerken.
Ik vind het veel prettiger om tijdens het eten niet ook nog de wereldproblematiek tot me te nemen.
LT: Ja. Ik weet het hoor. Ik weet het.
IM: Als je voor de televisie eet, kies dan desnoods iets rustigs. Een natuurfilm. Niet tegelijkertijd de hele chaos van de wereld.
We krijgen tegenwoordig zóveel informatie over alles wat er overal misgaat en ook nog mis zou kunnen gaan. Het wordt daardoor moeilijker om gewoon even een tevreden mens te zijn.
Ik heb soms het beeld dat mensen vroeger op onze leeftijd wat vaker in een tuintje zaten te wieden. Oude mannetjes zaten op een bankje te kleppen. Je dronk een kopje koffie en deed een roddeltje met de buurvrouw.
Niet dat vroeger alles beter was. Maar die voortdurende stroom wereldnieuws was er niet.
En voor dat gevoel van: het is goed zoals het nu is, kan dat enorm schelen.
LT: Nou, ik heb een nutstuintje, een volkstuin zonder huisje. En ik merkte het gisteren nog. Ik was echt overloaded door allerlei dingen van de dag daarvoor. Toen ben ik twee uur gaan wieden en radijsjes zaaien. Daarna was ik weer helemaal rustig en gelukkig.
IM: Precies.
Dus behalve aandachtig eten is praktisch werk doen voor mij heel erg milt. Werken met je handen. Iets concreets verzorgen.
Een vriendin van mij werkt met demente ouderen. Ze zorgt als een moederkloek voor ze: ze is aanwezig, ze zingt liedjes met ze. Sommige mensen kunnen nog prachtig muziek maken, of koken en bakken. Er blijven soms allerlei vermogens bestaan, ook wanneer andere dingen verdwijnen. Maar die vriendin loopt er voortdurend tegenaan dat het praktische zorgwerk vanuit kantoor georganiseerd wordt door mensen die zelf nauwelijks op de werkvloer komen.
Ze zegt: ‘Ik kom ’s morgens binnen en na mijn tweede kopje koffie moet ik eigenlijk naar de wc. Maar soms lukt het de hele dag nauwelijks om even weg te gaan, omdat er niemand is om het over te nemen.’
En als er meer personeel is, wordt de groep soms gewoon groter.
Daar zit voor mij iets heel wezenlijks.
De mensen die het praktische werk doen — timmeren, metselen, zorgen, verplegen, lesgeven, bedienen — krijgen maatschappelijk lang niet altijd de waardering die bij dat werk past. Terwijl mensen die bepalen hoe dat werk georganiseerd moet worden veel verder van de praktijk afstaan.
Bij die vriendin komen degenen die de besluiten nemen bijna nooit op de werkvloer. Ze heeft ze vaak uitgenodigd: ‘Kom nou eens kijken hoe het hier werkelijk is.’ Dat gebeurt niet.
Dan kan er een scheiding ontstaan tussen abstract denken en praktisch weten. En dat vind ik heel erg on-milt.
Want de aarde vraagt telkens: wat is er hier, wat is er nu nodig? Het leven verandert en dus moet je kunnen meebewegen. Een abstract plan kan prachtig zijn, maar de werkelijkheid hoeft zich daar niet aan te houden.
LT: En dat abstracte denken wordt natuurlijk ook nog vaak door geld gestuurd.
IM: Zeker.
Voor mij hoort bij milt ook een gevoel voor eerlijke verdeling. Niet: iedereen moet precies hetzelfde krijgen. Wel: wat heeft ieder mens werkelijk nodig?
Een kind heeft een andere portie nodig dan een volwassene. Iemand die zwaar lichamelijk werk doet heeft andere behoeften dan iemand die de hele dag achter een bureau zit. Gelijkheid betekent niet dat iedereen identiek is.
Als je alleen vanuit abstracte systemen denkt, kun je dat gemakkelijk vergeten. Dan komen ideeën in de plaats van werkelijk kijken.
LT: Nou, wat is er nog meer te zeggen over de milt? Ik vind het mooi hoe jij telkens vanuit één orgaan naar het hele leven toegaat.
IM: Ja. Het opent zich steeds verder. Elk orgaan wordt groter en wijder en belangrijker. Je gaat zien hoe ongelooflijk belangrijk ons lichaam is, en vooral onze verhouding tot ons lichaam.
Als we ons in dat lichaam min of meer thuis voelen — met mama milt erbij — en er is dat gevoel van: het klopt zoals het is, dan ontstaat er ook ruimte voor andere mensen, andere ideeën en andere vragen.
Dat vind ik ook zo prettig aan een bepaalde leeftijd. Wij kunnen soms echt op onze lauweren rusten. Andere mensen mogen anders zijn. Andere ideeën hoeven geen bedreiging te vormen; ze kunnen ons ook verrijken. Je hoeft niet voortdurend iets van je af te houden als je zelf stevig genoeg in je midden staat.
Ook dat is voor mij typisch milt. Ruimte hebben voor anderen.
LT: Belangrijker dan ooit.
Nou, er is natuurlijk nog veel meer te zeggen over de milt, maar we laten het hierbij om de podcast niet te lang te maken.
Dank je wel, Inge.
En onze volgende aflevering gaat over de longen.