Podcast Hou van je lijf maar dan echt hè

Aflevering 19: Hou van je ogen, met Karin Hoogenboom

LT: Hallo, daar zijn we weer met de podcast Hou van je lijf, maar dan echt hè! En deze aflevering is ontzettend belangrijk: over ogen, met Karin Hoogenboom van de organisatie Volzicht. Hallo Karin, welkom. Wil je iets over jezelf vertellen?

KH: Ja, zeker wil ik dat. En dank je wel dat ik hier mag zijn en hierover mag vertellen. Ik heb mij gespecialiseerd in de gezondheid van de ogen en ik weet wat ogen nodig hebben om gezond te zijn en goed te zien. Ik gebruik ogen als ingang voor innerlijke heling.

LT: Jij zegt: ik weet wat ogen nodig hebben. Sinds ik je boek gelezen heb, shockeer ik mensen in mijn kringen met die vraag: weet je wat ogen nodig hebben? Namelijk: eieren met spek.

KH: Ja.

LT: Dat vond ik enorm verfrissend. Ik eet al veertig jaar geen spek meer en ik heb toch goede ogen, maar ik doe natuurlijk een heleboel andere dingen goed die jij ook beschrijft in je boek. Dat boek heeft mij de ogen geopend: Heel je ogen, heel je leven. Ondertitel: In vier stappen naar scherp, ruim en zielsgelukkig zicht. Voor de link, zie onderaan.

En vertel alsjeblieft over je eigen verhaal. Droeg jij vroeger een bril?

KH: Ik droeg vroeger een bril, vanaf mijn tiende, voor het bord op school. Op een gegeven moment wilde ik lenzen. Dat was nog in de tijd dat het harde lenzen waren en het is een marteling geweest van twee weken om daaraan te wennen. Ik denk dat ik een jaar of tien lenzen heb gedragen, maar daar had ik zo vaak last van. Toen ben ik weer overgestapt naar een bril.

Op een dag gingen we kamperen met mijn man en mijn gezin. Ik was ook heel gevoelig voor zonlicht, dus ik was de hele tijd aan het wisselen met mijn bril. Ik had mijn zonnebril op. En ik ben ook een beetje slordig van aard, dus ik had mijn andere bril ergens neergelegd op het gras. En mijn man is daar overheen gereden. Dus het montuur was helemaal vervormd.

LT: Je had geen bril?

KH: Nee, ik had toen even geen bril. Ik kon wel een nieuw montuur bestellen waar precies die glazen in pasten.

LT: Maar is dat het moment geweest dat je dacht: ik laat hem gewoon af?

KH: Nee, zover was ik nog niet. Maar ik weet wel dat iemand in die tijd tegen mij zei: als je slecht ziet, kun je je ogen laten laseren. Dus daar ging ik me eerst in verdiepen.

Ik had eigenlijk al bijna gekozen welke soort operatie ik dacht dat geschikt voor me zou zijn. De vraag was nog: in Nederland of Turkije? Want ik weet niet of dat nog steeds zo is, maar je kon het veel goedkoper in Turkije doen. Toen wees iemand me op een forum waar allemaal ervaringen stonden van mensen die gelaserd waren. Er waren best veel mensen heel blij, maar er waren ook mensen die er niet zo goed uitgekomen waren. En wat indruk op mij maakte, was het verhaal van een mevrouw die drie maanden zo duizelig was dat ze niet van de bank af kon komen.

Ik heb drie kinderen en die waren toen nog jong, en ik dacht: nou, dat kan niet. Dat kan ik me niet permitteren.

LT: En hoe ben je toen op het idee gekomen om je ogen wat beter te maken?

KH: Nou ja, ik was toen wel helemaal in de sfeer van: ik wil van die bril af. En ik merkte ook hoe irritant die bril was. Met die pootjes die elke keer zo drukten en die vieze glazen.

Toen ik een jaar of 22 was, had ik ooit van iemand een boek te leen gehad: Leren zien zonder bril. Ik was nooit verder gekomen dan bladzij tien, maar ik vond het verhaal heel geloofwaardig. Ik was toen aan het studeren, andere dingen aan het doen, en ik deed er verder niks mee.

Maar dat boek kwam weer terug in mijn herinnering: o ja, ik kan het ook zelf doen. Ik ben gaan googelen en ik vond een leraar die me heeft geholpen bij de eerste stappen.

Ik dacht meteen al, voordat ik ook maar bij hem was geweest: hier ga ik zelf ook iets mee doen. Het staat ook in mijn naam, het woord ogen. Het is echt mijn zielsmissie, zo voelt dat, om dit de wereld in te brengen.

In het boek gaat het niet alleen over mensen die van een bril af willen natuurlijk. Het gaat gewoon over je ogen zo gezond mogelijk houden, zodat je zo lang mogelijk zo goed mogelijk kunt zien.

LT: Ik was erg onder de indruk. Nog heel eventjes dat eieren-met-spekverhaal uitbouwen, want mensen zitten nu te sidderen op hun stoel: wat, moet ik eieren met spek gaan eten?! Maar jij zegt: hersens zijn een en al vet, ogen zijn vet. En voor je ogen heb je vet nodig. Dierlijk vet.

KH: Ja, dat zeg ik onder andere. Dus de verzadigde vetten, waarover geroepen wordt dat we die niet moeten hebben, die moeten we juist wel hebben.

LT: Voor je ogen en je hersens.

KH: Ja, voor je ogen en je hersens. En eieren bijvoorbeeld, zoals in gebakken eieren met spek, daar zitten veel zeaxanthine en luteïne in. Dat zijn antioxidanten die ook veel in je ogen voorkomen. Ook bijvoorbeeld in spinazie, maar daaruit neemt je lichaam het niet goed op. En als het dierlijk is, neemt het lichaam het heel makkelijk op.

LT: Maar spinazie met ei is bijvoorbeeld dan weer waarschijnlijk wel goed?

KH: Ja. Het is belangrijk met groenten dat je ze niet rauw eet. Dat is ook een beetje een hype, om dat soort dingen rauw te eten. Maar het moet bewerkt zijn, omdat er in groenten ook stofjes zitten om zichzelf te verdedigen. En als je ze dan rauw eet – een blaadje sla kan heus wel rauw, maar elke keer alleen maar sla en zo eten, daar voed je je ogen niet mee. En als je vooral spinazie en andijvie rauw gaat eten…

LT: Dat zou ook niet zo snel in mij opkomen.

KH: Spinaziesla, dat kan nog wel, met goede extra virgin olie erin. Maar zelf zou ik geen sla van spinazie maken, want er zitten veel antinutriënten in. Een keertje sporadisch misschien.

LT: Trouwens, je schrijft nog veel meer over eten. En vooral schrijf je: eet zonder gif, eet biologisch. En eet van dieren die buiten hebben rondgelopen, niet van dieren uit de gevangenis.

KH: Nee, niet van dieren uit de bio-industrie, want dat is helemaal niet goed voor ons.

LT: Nou, dat wist ik eigenlijk al. Dat is eigenlijk heel logisch. Een vette zeevis is dus ook goed.

KH: Vette vis is ook goed, vette vis in het algemeen.

LT: Heel interessant. Ja, grappig, de laatste tijd hoor je meer verdediging van vet en roomboter en slagroom, dat zeg jij ook. Maar ja, wat heb je aan slagroom als er geen suiker in mag? Want dat mag dan weer niet, voor je ogen.

KH: Ja, dat is een kwestie van wennen hoor. Wij eten thuis slagroom zonder suiker. Er kan eventueel een beetje goede honing in, dus honing die koud geslingerd is. Zo ben ik het gaan afbouwen. En nu, als ik er wel honing in doe, als er visite is of zo, dan klaagt mijn dochter: ‘Gatsi, hier zit zoet in.’

Dat is allemaal een kwestie van wennen.

LT: Ik snap je. Nou, lees vooral Karins boek, maar we gaan nog een heleboel dingen meer bespreken dan eten.

Ik heb zelf geen bril, hè, nog steeds. Eigenlijk heb ik gekke ogen. Toen ik rond de vijftig was, ben ik eens naar een opticien gegaan, want ik dacht: ik moet natuurlijk een bril, want iedereen moet een bril op mijn leeftijd. Mijn rechteroog kan goed ver zien. En mijn linkeroog kan goed dichtbij zien.

En dat is raar, want de hersenhelften die daarbij horen, die zijn juist eigenlijk andersom. Je rechterhersenhelft gaat over het geheel denken en je linkerhersenhelft gaat over de details. Een kip die een graantje pikt, kijkt met zijn rechteroog naar het graantje en met zijn linkeroog naar de omgeving. Maar ik moet dus geen kip worden, want dan kan ik het niet zo goed, dan heb ik een kippenbril nodig.

Maar omdat ik een mens ben, gaat het juist precies wel goed en kan ik nog steeds lezen en in de verte kijken. Maar die man zei toen tegen mij – en ik ben er nog steeds verontwaardigd over: ‘Jij hebt je hele leven nooit diepte gezien.’ Ik dacht: nou ja zeg, kom nou, ik doe mijn hele leven niks anders dan overal diepte in zoeken en diepte in vinden. Maar dat bedoelde hij natuurlijk niet.

KH: Maar misschien heeft het er iets mee te maken. Je ogen en de rest van je leven en je lichaam en je ziel hebben natuurlijk alles met elkaar te maken. Het is één geheel. Jij bent niet de enige die dat heeft, maar heel vaak weten mensen dat niet.

Het gaat erom dat de ogen samenwerken. En dat doen ze dan niet, in dit geval. Dan heb je wel het voordeel dat de een het ene goed kan en de ander het andere, waardoor je dus nog niet aan een bril bent gegaan. Maar ze horen met elkaar samen te werken. Dus dat is misschien een nieuwe ingang voor je.

Ik weet niet of je je daarin herkent, maar als mensen heel verschillende ogen hebben, dan zijn het vaak twijfelaars. Want je rechteroog kijkt in de verte en sluit het linkeroog af. Dan is het rechteroog overgefocust en het andere in de onderfocus. En bij dichtbij kijken is het andersom. Maar als je dan in het midden bent, krijg je een soort verwarring.

En wat dan vaak gebeurt, is dat mensen heel erg kunnen twijfelen. Ik weet niet of je dat herkent? Of misschien van vroeger?

LT: Ja, vroeger was ik een enorme twijfelkont, natuurlijk. O, interessant, dus ik was alsmaar aan het twijfelen: welk oog?

KH: Ja, nou, als ze dan samenkomen, geven ze namelijk alle twee een ander soort beeld.

LT: Dus ik keek naar een man bijvoorbeeld en ik dacht: ja, welk oog moet ik nou vertrouwen? Geen van beide. Doe die man maar weer weg. Nee, grapje. Stom grapje.

KH: Maar goed, dat is een kenmerk, weet je. Ik ken wel iemand die het zo erg had dat ze echt een uur bezig was met boodschappen, want ze kon niet kiezen. Neem ik nou deze rijst of die? Of eerst pasta, en dan, ja, welke neem ik dan?

LT: Dat heb ik tegenwoordig juist helemaal niet meer. Ik merk het als ik kleren koop: ik loop naar een rek, ik pak iets, ik pas het, het is goed en ik neem het mee. Dat is nu.

Maar ik ben 71 en ik ben mijn hele leven in therapie geweest, vanaf ergens midden twintig tot en met nu. Ik doe niet anders dan dat en het is ook mijn werk geworden. En daar heb jij het ook over: los je emotionele problemen op. Of nou, zo zeg je het niet, zo luchtigjes. Maar: ga het aan.

KH: Ja, want ik bespreek meerdere dingen die invloed hebben op je zien. En een van de redenen is: emoties die je als kind hebt weggestopt.

LT: Dat heb je als kind wel heel slim gedaan, want dat was nodig om te overleven.

KH: Ja, precies. Maar als je daar op latere leeftijd niks mee doet, dan blijf je in die overlevingsstand.

LT: En dat is ook niet goed voor je ogen?

KH: Nee, dat beïnvloedt je zicht.

LT: Het gaat heel erg over ontspannen, je ogen ontspannen. Vandaar ook jouw belangrijkste advies: palmeren. Wil je dat even uitleggen?

KH: Ja, dan doe je je vingers over elkaar en die plaats je op je voorhoofd. En je handpalmen over je ogen. Dat is palmeren. Dan wordt het donker en dan komen de ogen tot rust, tot ontspanning. Het is een heel goede manier om tot ontspanning te komen. Je geeft jezelf de duisternis.

Dat is ook iets: in onze taal is licht goed, duisternis slecht. Maar ik kom altijd op voor de duisternis, want duisternis is echt zo belangrijk. Ons zelfhelend vermogen werkt optimaal op het moment dat we in het donker zijn, als we slapen. En dan ook echt donker. Niet met een nachtlampje, niet met een spleet in de gordijnen.

LT: Dat vond ik heel interessant. En er staat een chilling stukje in, ik weet het uit mijn hoofd, waar je zegt dat van de kinderen die in het donker slapen, helemaal in het donker, 10 procent bijziend wordt. En als ze met een nachtlampje slapen 35 procent. En als ze in een lichte kamer slapen, meer dan de helft of zo.

KH: Ja, daar is onderzoek naar geweest. Dat onderzoek uit 1999 vond inderdaad die opvallende percentages. Latere studies hebben dat verband overigens niet teruggevonden. Mogelijk speelde mee dat bijziende ouders vaker een nachtlampje gebruikten én vaker bijziende kinderen kregen.

LT: Ah ja, dus die percentages staan niet onomstotelijk vast. Maar donker slapen blijft een goed idee?

KH: Ja, daar sta ik nog steeds achter. Duisternis geeft ons systeem rust.

LT: Dus kindertjes moeten leren in het donker te slapen. En dat kunnen ze vaak niet, want ze zijn vaak bang. Dan zeg jij: laat het ganglicht aan en zodra ze slapen, doe je het uit.

KH: Ja, dat was een van de manieren als mijn kinderen daar bang voor waren: even het licht aanlaten en dan uitdoen. Want die donkerte helpt ons ook weer te regenereren. Alles te verwerken wat er in die dag is gebeurd.

LT: Ik heb verduisterende gordijnen omdat er vlak voor mijn raam een lantaarnpaal staat, buiten op straat. Hij was een keer kapot, o, heerlijk. Maar toen hebben ze hem meteen weer gerepareerd. Ik doe gewoon de gordijnen heel goed dicht. En verder alles uit. En dan is het wel heel donker.

Dus ik wist dat, of ik voelde dat al aan, dat donker goed was. Maar nu zeg jij met dat palmeren: je legt dus je handpalmen over je ogen, je ogen zijn ook dicht, en dan zeg jij: dan zie je een fluwelig zwart.

KH: Als het goed is.

LT: Nou, ik zie ontelbare kleine lichtpuntjes als ik mijn ogen helemaal dicht heb en in het duister lig. Vlekken van lichtpuntjes.

KH: Binnen de traditie waarin ik werk, zien we die lichtpuntjes en vlekken als een teken dat het visuele systeem nog niet helemaal tot rust is gekomen. Dat is mijn ervaring ermee; het is geen algemeen aanvaard oogheelkundig gegeven.

LT: Nou, ik geloof niet dat ik dat fluwelige zwart ooit in mijn leven heb meegemaakt.

KH: Nee, dus voor jou kan het interessant zijn om ermee te experimenteren en te kijken wat er gebeurt als je steeds dieper ontspant.

LT: Er is ruimte voor verbetering. Maar het gekke is: een van mijn eigen trucs, die heel goed werkt om in te slapen als ik ’s nachts wakker lig, is dat ik ga kijken naar die vlekken achter mijn ogen. Het is helemaal donker en mijn ogen zijn dicht, en ik kijk naar de veranderende, bewegende lichtpuntjes die vlekken vormen. En die vlekken veranderen langzamerhand in filmpjes, in beelden. Dan ben ik eigenlijk aan het dromen en dan val ik in slaap.

Maar helemaal in het donker… ik kan me daar zelfs geen voorstelling van maken, dat er niks te zien is.

KH: Het is eigenlijk zwart, hè, wat je dan ziet. Dus je ziet ook wel wat, want zwart is ook iets. We hebben hier zwarte muren om ons heen in deze studio.

Weet je, in het begin zag ik ook niet dat zwarte. En op een gegeven moment ging ik dat wel steeds meer ervaren. En het is ook niet zo dat het bij iedereen altijd direct zwart is. We leven in een samenleving die boordevol spanning zit. En boordevol kunstlicht.

Als ik naar mezelf kijk: ik ben een jaar of zestien geleden hiermee begonnen. En toen zat ik boordevol spanning. Ik kan mezelf nog voelen staan en voelen dat mijn kaken aangespannen waren. Er zat zoveel spanning in mij. Dat is niet meer zo.

Toch reageer ik ook wel op de spanning om me heen, maar dan weet ik ook wat ik kan doen om het weer rustig te maken. En is het sowieso op een heel andere laag dan het ooit is geweest.

LT: Ik snap je goed. En het is hoopgevend, want je zegt eigenlijk gewoon: ga door, ga door, ontspan zoveel mogelijk. En zit er niet mee als er nog spanning zit, want ja, onze hele cultuur is één en al spanning.

KH: Dat is echt zo. En ons lichaam en onze ogen, die doen het zo goed mogelijk binnen de omstandigheden. Want we kunnen ook boos worden. Ik heb toevallig eergisteren nog een lijfdag gegeven. Ik vroeg aan de mensen: wie is er weleens boos op zijn ogen? Nou, iedereen stak zijn vinger op.

LT: Echt?

KH: Ja, mensen zijn gefrustreerd, boos, omdat het niet gaat zoals ze willen zien. Draai het om: binnen de omstandigheden doen je ogen optimaal wat ze kunnen. Je lichaam doet altijd alles wat het kan, ook als je ziek bent of zo.

LT: Bijvoorbeeld om jezelf schoon te maken, te ontdoen van gifstoffen?

KH: Ja, precies.

LT: Nou, ik zie dat ook allemaal zo. En in mijn praktijk is het strikt verboden om boos te zijn op iets van je lichaam. Als iemand zegt: ik ben onaardig tegen mijn lichaam, zeg ik: nou, dat is vanaf nu verboden. Zeg maar tegen jezelf: dat mag niet van Lisette. Ik ben heel streng daarin, want dat mag echt niet. Dat is zo gemeen.

Ik bedoel: inderdaad, je lichaam doet niets anders dan er zijn voor jou, zijn uiterste best doen voor jou. En dan ga je daar boos op zijn omdat het niet is volgens de plaatjes of zo? Volgens de illusies die wij koesteren? Dat mag helemaal niet.

KH: Nee, je kunt beter boos zijn op de omstandigheden en die gaan veranderen.

LT: Ja, als je boos bent, zoek iets om boos op te zijn. En sla op een kussen, weet je wel. Sla de boosheid eruit. Dat helpt allemaal heel goed. En ontspan.

Ontspan in het ongemak. Ontspan in de pijn. Ontspan in het verdriet, enzovoort. Daar gaat het om. Dat is eigenlijk de grootste levenskunst.

Oké, maar ik wil nog iets anders aankaarten wat ik zo belangrijk vond in jouw boek. Staafjes en kegeltjes. Dat heb ik vast wel een keer ooit op school in een biologieboek gelezen, maar ik was het totaal vergeten. Wil je iets vertellen over de staafjes en de kegeltjes?

KH: Ja, we hebben op ons netvlies lichtgevoelige cellen. Er zijn twee soorten: de kegeltjes en de staafjes. De kegeltjes zitten in de macula.

LT: Wat is de macula?

KH: De macula is de gele vlek achter op je netvlies, niet in het midden, want daar komen de oogzenuwen uit. Ik moet zeggen, ik weet niet eens precies waar de positie is, maar het is een gele vlek.

LT: Maar is het achter je pupil of achter je iris?

KH: Je netvlies is de binnenkant, de achterkant van je oogbol.

LT: O, wacht even, dat wist ik niet eens. Aan de voorkant is het bindvlies?

KH: Aan de voorkant zit je lens. En er zit ook een omhulsel. En aan de binnenkant is dat bekleed, dat is je netvlies.

De kegeltjes zitten vooral heel dicht op elkaar in de macula, en dat zijn er ongeveer zes tot zeven miljoen per oog. In het allermiddelste van je macula zitten alleen maar kegeltjes. En ga je wat verder naar buiten toe, dan krijg je steeds meer staafjes. Je hebt ongeveer honderdtwintig miljoen staafjes per oog. Dus dat is een gigantisch groot verschil.

LT: Dus ongeveer zes tot zeven miljoen kegeltjes en 120 miljoen staafjes per oog. Een overvloedig aantal. En wat gaat er mis?

KH: Op het moment dat we een bril gaan dragen, dat we er glas voor gaan zetten, ligt het accent op het scherpe zien. En eigenlijk gebeurt dat ook al met je computer. Dus er is heel veel accent op het scherpe zien, wat je doet met de kegeltjes. Dus die doen het meeste werk.

LT: Dus je gaat in een soort schaarste, zo noem jij dat toch. Je zoekt eigenlijk vrijwillig de schaarste op in plaats van de overvloed.

KH: Ja. Wat ik mensen ook leer, is om hun blikveld weer te vergroten.

LT: En hoe doe je dat, je blikveld vergroten? Sinds ik je boek las, kijk ik op de fiets niet alleen maar naar de weg voor me, maar ook naar gebouwen, toppen van bomen, de hemel en zo. Ik ben dat bewust gaan doen, gewoon een groter blikveld hebben.

KH: Ja, door naar meer verschillende dingen te kijken. Maar wat je ook kan doen, is dat je terwijl je voor je kijkt, bewust bent van de zijkant. Dat is heel belangrijk.

Dus als je je handen naast je hoofd zet en een eindje van je af, dan kijk je vooruit, maar je ziet ook nog steeds je handen. De zijkanten van je blikveld. En als je dat in beweging doet, of je beweegt je handen in je blikveld, dan activeer je al heel snel de staafjes.

LT: O, wat goed. Dit is makkelijk, zeg. Dus handen naast je, op ooghoogte naast je hoofd, een beetje ver weg.

KH: Je kan je handen helemaal strekken. En je kijkt vooruit en dan beweeg je je vingers. En dan ben je je staafjes aan het activeren.

LT: Fantastisch. Weet je wat ik lang geleden als tip kreeg van een spirituele leraar? Mijn goeroe Barry Long zei: je hebt geen ogen in je achterhoofd. Maar als je tóch met je achterhoofd kijkt, dan wordt je blik breder. Dus dat is net doen alsof je met je achterhoofd kijkt.

En een vrouw waar we een paardencoaching hadden, zei: paarden zijn prooidieren. Als je daar heel gefocust naar gaat kijken, worden ze bang. Hoe moet je kijken naar paarden? Je moet je blik breed maken, je blikveld breed maken. Je moet je dus bewust worden van de zijkanten van je blikveld. En dat is weer hetzelfde.

Dan maak je dus je ogen zacht en dan ben je minder eng. Het geldt voor mensen ook. Je kan het oefenen samen. Als ik gefocust kijk naar jou, dan ben ik eigenlijk eng. En ga ik mijn ogen verzachten, zie ik ook de hoeken van de kamer, en dan ben ik niet meer zo eng. Bijzonder toch?

Het is dus goed voor jezelf, maar het is ook goed voor de ander. Voor de wereld.

KH: Ja. Wat ik in mijn werk zie gebeuren bij mensen die oefenen met hun blikveld vergroten en hun perifere zicht meer gebruiken, is dat ze breder en meer gaan zien. En ik zie bij hen ook meer ontspanning en rust ontstaan. Dat werkt vaak door op andere vlakken van hun leven.

LT: Dus het gaat niet alleen om wat je ziet, maar ook om hoe je kijkt?

KH: Ja, precies. Voor mij hangt dat met elkaar samen. Als je blik ruimer wordt, ontstaat er vaak ook innerlijk meer ruimte.

Er is trouwens ook onderzoek naar voeding en maculadegeneratie. In een grote Japanse studie hadden mensen die meer verzadigd vet aten minder vaak vroege maculadegeneratie. En in een Australische studie werden mensen vijftien jaar gevolgd. Degenen die twee tot vier eieren per week aten, hadden ongeveer de helft minder kans op de vergevorderde vorm van maculadegeneratie dan mensen die hooguit één ei per week aten.

Het bewijst natuurlijk niet dat eieren of verzadigd vet op zichzelf maculadegeneratie voorkomen, maar het zijn wel interessante verbanden. Vroeger bestond er nauwelijks tot geen maculadegeneratie en dan heb ik het over honderd jaar geleden, voordat er grote hoeveelheden suiker en plantaardige olie zoals zonnebloem, sla, koolzaadolie, werd gegeten. Mijn inziens kan voeding zeker wel maculadegeneratie voorkomen. Maar dan wel het complete verhaal, niet alleen een ontbijt met spek en ei.

LT: Kijk, daar komen die eieren met spek weer.

KH: Ja. Het bewijst natuurlijk niet dat eieren of verzadigd vet op zichzelf maculadegeneratie voorkomen, maar het zijn wel interessante verbanden.

LT: Ja, dat zeg je ook in je boek, daar begin je eigenlijk mee: denk niet dat het een quick fix is. Wij willen overal altijd maar een quick fix. Ik zie niet meer goed: bril, hup, klaar. En jij zegt: nee, het is een proces. Ga het aan, het blijft de rest van je leven duren.

KH: Het is een oneindig proces. En ik baseer ook heel veel op hoe natuurvolkeren dat deden, vooral met voeding. Er zijn verhalen bekend dat zij planeten konden zien die wij niet met het blote oog kunnen zien. En ze konden heel goed in het donker zien, weet je, wat wij meestal niet meer kunnen.

LT: Nou, omdat we het ook nooit doen.

KH: Nee, we doen het nooit. Ik weet wel dat ik een keer in een sauna was die heel donker was en dan komen mensen binnen: ‘O, ik zie niks.’ Ik kampeer graag en dan lopen mensen met zaklampen, anders zien ze niks.

LT: Dus jij beveelt aan om eens een beetje meer te experimenteren met in het donker wel kijken?

KH: Dat is goed voor je ogen, en dan krijg je steeds meer te zien. Er is altijd wel ergens een glimpje of een zwak schijnseltje licht.

Het grappige is, ik heb ook een retraite voor mijn deelnemers waarbij we echt in het donker zijn. Dat noem ik de duisternisretraite. Daarbij doen we onder andere een wandeling in het donker, in het bos. En dan kan je in het begin heel erg het gevoel hebben: ‘Ik zie niks.’ Maar dat verdwijnt. Want door dat alleen al te doen, activeer je die staafjes en dan ga je steeds meer zien.

LT: Tegenwoordig doe ik als ik ’s nachts wakker word geen lichtje aan en ga ik zonder licht naar de wc. Maar het is natuurlijk niet helemaal donker in mijn huis, er komt licht binnen van de straat.

KH: Ja, met die omstandigheden leef ik ook. De omstandigheden zijn niet ideaal. Maar je kan het wel zo ideaal mogelijk maken voor jezelf.

LT: Jij schrijft ook heel grappig, lichtvoetig. Heel prettig om te lezen. Waar ik om moest lachen, is dat jij zegt: niet de hele dag aan zo’n waterflesje lurken. Niet die sloten water, die liters water door je lichaam heen laten gaan. Want je spoelt alle mineralen weg.

Terwijl alle andere gezondheidsgoeroes zeggen: water drinken, water drinken, water drinken. En jij doet dat niet.

KH: Nee, je mag wel water drinken. Water is wel goed. Maar het is beter dat je momenten hebt dat je veel drinkt, en het dan weer laat. Drink een glas en doe dan weer een paar uur niks. Dat hangt ervan af wat je aan het doen bent natuurlijk. Het is ook belangrijk dat je het niet alleen maar uit het water haalt. Ik prijs ook aan om bouillon te trekken bijvoorbeeld.

LT: Ja, jouw bottenbouillon. Ik zei dat tegen mijn dochter: we moeten bottenbouillon gaan maken. En toen zei zij: ‘Ja, dat is voor alles goed. Dat weet ik al lang, dat zegt iedereen.’ Zij is een keer in Amerika naar zo’n heel hippe vrouwenconferentie geweest en daar waren ze allemaal bottenbouillon aan het trekken.

Het ruikt verrukkelijk. Maar ik weet eerlijk gezegd niet of ik als verstokte vegetariër mezelf kan bewegen om dat te gaan doen.

KH: Je kan beginnen met vis. Visbouillon.

LT: Ik weet niet of dat zo lekker ruikt als bottenbouillon. Dus jij gaat naar de slager en je zegt: geef maar een stuk schenkel of zo, met lekker veel vet merg erin. En dan zet je dat op het water of in het kokende water. Of wat voor botten doe jij?

KH: Van alles. Ik heb momenteel nog een varkenspoot in de vriezer liggen om daar bouillon van te trekken. Ik doe het met kip, kippenbotjes.

LT: Ja, als je kip hebt gegeten. Dat heb ik nog wel eens gedaan, zelfs toen ik al vegetariër was geworden. Want mijn kinderen aten wel kip en dan ging ik die botjes opzetten met water. Want je hele huis ruikt verrukkelijk.

KH: Ja, kippenbouillon vind ik zelf ook de allerlekkerste. Dus ook als ik een andere bouillon trek, gooi ik er nog wel kippenvleugels bij, omdat het zo’n lekkere smaak is. Maar wel biologische kippen.

LT: Gelukkige kippen.

KH: Gelukkige kippen. Alsjeblieft. Dat kan ook. Dan begin je gewoon met kippenbouillon maken, als je dat zo lang niet hebt gedaan.

LT: Ja, ik weet niet of het nodig is. Ik denk dat mijn ogen het wel uithouden tot ik naar Huis mag. Ik kijk nu even naar boven. Dus ik weet niet of het voor mij nodig is.

Maar ik wil het wel graag doorvertellen. Want ik vind het allemaal verfrissend. Het zijn allemaal dingen waar ik niet zo snel op was gekomen. Het is nieuw en verrassend, en tegelijkertijd ook wel overtuigend wat je zegt.

Je hebt vier stappen. Wil je ze noemen?

KH: Het eerste is: zet je bril af. Ontspan je ogen, en daarvan is één onderdeel om je bril af te zetten. Want op het moment dat je die bril opdoet, geef je ze direct al spanning.

LT: Dat is al zo bijzonder, dat je eigenlijk je ogen helemaal niet een plezier doet met een bril.

KH: Het wordt gezien als een onschuldig hulpmiddel, maar ik ervaar dat genuanceerder. Dr. Bates ontdekte al dat oogspieren die gespannen zijn, de oogbol beïnvloeden. Volgens hem had iedere oogklacht zijn eigen oogspierspanning. Hij heeft dit onderzocht op de oogbol van een konijn met de oogspieren van het konijn. In een recente studie bleek de oogas tijdens die aanspanning iets langer te worden en bij ontspanning weer iets korter. De onderzoekers noemen dat een mogelijke factor bij het ontstaan van bijziendheid.

Wat ik daarnaast in mijn eigen werk zie, is dat mensen pas gaan merken hoeveel spanning ze bij het kijken ervaren als ze leren hun ogen te ontspannen. Soms voelt een oude bril dan ineens te sterk of niet meer prettig. En lopen zonder bril kan juist als ontspannend worden ervaren.

LT: Maar niet goed naar het bord kunnen kijken is ook niet fijn, natuurlijk. Wat moeten kinderen dan doen?

KH: Nee, natuurlijk. Ik zeg ook niet dat iemand die een bril nodig heeft hem zomaar altijd moet afzetten. Ik wil mensen vooral uitnodigen om te ervaren wat hun ogen doen, hoeveel spanning erin zit en of ze hun ogen ook momenten zonder correctie kunnen geven wanneer dat veilig en praktisch kan.

Er is natuurlijk wel een verschil tussen min 1 of min 10 of plus 1 of plus 6. En de gangbare verklaring voor het grotere risico op latere oogproblemen bij sterke bijziendheid is dat het bijziende oog anatomisch langer is en daardoor kwetsbaarder wordt.

LT: Wat jij ook beschrijft, dat ik niet wist, is dat je ogen nooit lang hetzelfde zijn.

KH: Ze bewegen de hele tijd, ze veranderen. Je meting kan variëren. De opticien maakt uiteindelijk een bril voor een bepaalde sterkte. Wat ik interessant vind, is wat er gebeurt als je je ogen vervolgens weer meer ontspanning en bewegelijkheid geeft.

LT: Dus je zegt: bewegen, sowieso. Je hele lichaam bewegen.

KH: Ja, ontspannen en bewegen. Het grappige is: het is nog niet eens zo dat je zelf de hele tijd hoeft te bewegen. Kijk, wij zitten in deze studio en er beweegt eigenlijk niks. Als jij er niet zou zitten, was het helemaal een doodse boel. Nu hebben wij elkaar nog, maar er beweegt niks. Heel veel mensen zitten in dat soort omstandigheden te werken.

Buiten is dat heel anders. Ooit liep ik in het bos met mijn kinderen, mijn zoontje was een jaar of drie, vier en we waren konijnenhollen aan het kijken. En hij zei: ‘O, er is zoveel te zien, mam.’ Dat is ook al zo als je op een terrasje zit en je ziet alle bewegingen om je heen, dan ben je zelf niet eens aan het bewegen.

LT: En dat is beter voor je ogen?

KH: Ja, dat is belangrijk. Niet alleen voor je ogen, voor alles. Beweging, alles stroomt in het leven. En dat moeten wij ook willen.

LT: Dus ontspannen en bewegen. En dan is de volgende stap emoties. Toch?

KH: De tweede stap is dat je je ogen voedt. Daar hebben we het al over gehad. En de derde stap is dat je jezelf ontgift, je ogen ontgift. Daarin zit ook dat emotionele stuk. Want als dat geen ruimte krijgt, dan hoopt dat zich op in onszelf.

Het grappige is: als je de oefeningen doet voor je ogen en meer gaat bewegen en die bril af gaat zetten, dan komt er als vanzelf ook al emotie los.

LT: De emotie komt los, dat snap ik wel. Want het is allemaal verstard, verstarring. Dat is wat ik als rebalancer ook tegen mensen zeg: het echte leven, het natuurlijke leven, stroomt. Alles stroomt.

Maar wat er niet mag zijn van ons, omdat we er te bang voor zijn, dat gaat vastzitten. En als het er weer mag zijn, gaat het stromen. Dus je hoeft nooit enorm bang te zijn voor je eigen onderdrukte emoties. Want waar je bang voor bent, is die vastgezette hoop. Maar als het loskomt, gaat het stromen. Dan wordt het een golf. Dan komt het eerst op en dan gaat het weer neer.

Het wordt nooit zo erg als je denkt dat het is. En het belangrijkste is: je hart is er groot genoeg voor als je volwassen bent. Maar dat is weer een ander verhaal.

KH: Ja, maar het heeft ermee te maken. Wat ik in mijn eigen praktijk bij kinderen weleens zie, is dat problemen met zien samenvallen met veel spanning thuis, bijvoorbeeld rond een scheiding. Ik kan niet zeggen dat het ene het andere veroorzaakt; daar is geen onderzoek voor. Maar voor mij is het wel een reden om niet alleen naar de ogen te kijken, maar naar het hele kind.

LT: Dat is in die omstandigheden waarschijnlijk sowieso belangrijk. Kinderen moeten hun emoties vaak wel wegstoppen, want die zijn echt nog te klein. Hun hart is nog niet groot genoeg. Pas als je volwassen bent, kun je terug gaan kijken en denken: wat had ik het eigenlijk moeilijk als kind. En dan kun je dat werk gaan doen. Vind ik, hoor.

Maar terug naar de stappen.

KH: De laatste, dat is de ogen openen voor overvloed. Dat gaat over staafjes en kegeltjes, maar het gaat ook verder. Als we beginnen met de overvloed van onze eigen lichtcellen in de ogen te zien en te gebruiken, krijg je een veel wijdere blik op het leven in zijn overvloed. Dat is ook emotioneel heel belangrijk.

Natuurlijk, er is heel veel mis op deze wereld. Er zijn heel veel toestanden. Maar het mooie is dat als je anders gaat zien met je ogen, als je er meer ontspanning en beweging in krijgt, dan ga je ook letterlijk anders zien. Er komt meer kleur, meer scherpte, meer diepte, meer contrasten.

Daarom zeg ik ook: zielsgelukkig zicht, want als dat gaat verschijnen, als je die schoonheid gaat zien, ja, daar wordt een mens zielsgelukkig van.

LT: En ik denk dat dat eigenlijk onze bestemming is op deze aarde. Dat is de kern. Ga met meer overvloed zien. Ga je ogen wijder en meer ontspannen gebruiken en je hele levensvisie, je visie verandert.

KH: Je visie wordt wijder. Je kunt ook veel meer verbindingen gaan zien, oplossingen gaan zien. Als je een nauw blikveld hebt en je zit in een probleem, dan zie je ook de oplossingen niet.

LT: Ja, dat is zo prachtig. Nou, dit is eigenlijk een mooi slot, maar ik had nog een klein puntje. Want jij zegt ergens: zwelling, tranen en dat soort dingen, dat is allemaal een teken dat er gif in je zit.

Ik had vroeger heel vaak ontstekinkjes in mijn ogen. Ik dacht dat het strontjes heetten, maar toen zei een dokter: nee hoor, een strontje is veel erger. Dat waren gewoon van die pukkeltjes, waar mijn hele ooglid rood van werd en op een gegeven moment kwam er pus uit. Dat had ik best wel vaak. En nu niet meer.

Maar jij zegt dus: dat is eigenlijk ook een manier waarop het lichaam reageert en probeert op te ruimen?

KH: Ja, zo kijk ik ernaar. Je lichaam is voortdurend bezig zichzelf zo goed mogelijk in evenwicht te houden. Ook bij snot, koorts, tranende of ontstoken ogen zie ik dat niet als het lichaam dat tegen je werkt, maar als een lichaam dat ergens op reageert.

LT: Maar wat kan je dan het beste doen met je ogen? Is daar nog een tip of een truc of een advies te geven, als mensen dat hebben?

KH: Ja, het is natuurlijk lastig. Dat krijg ik vaak hoor, dat mensen een mail sturen: ik heb dit, heb je een tip? Het is niet één tip, het is het hele verhaal in zijn totaliteit. Met je aandacht naar je ogen toegaan en er goed voor gaan zorgen. En daar zijn heel veel stappen bij belangrijk.

LT: Ja, dat is heel mooi. Het is goed dat je dat nog eens zegt.

Hetzelfde geldt voor zonlicht. Op mijn zeventiende gingen we skiën en ik vond een zonnebril zo’n onzin, aanstellerij. Dus ik had geskied in stralend zonlicht zonder bril. En toen kreeg ik conjunctivitis, bindvliesontsteking. Vanaf dat moment droeg ik altijd een zonnebril. Altijd. Ik heb hem altijd bij me, altijd in mijn zak. En ik zet hem soms ook op bewolkte dagen op.

Sinds jouw boek ben ik daar ook anders over gaan denken. Misschien kan ik ook even kijken of mijn ogen wennen aan meer licht. Want jij zegt: ogen houden van duisternis, maar ze houden ook van licht.

KH: Ze houden ook van licht, ja. Zonlicht is belangrijk voor ons hele dag-nachtritme. En op het moment dat wij een zonnebril opzetten, schermen we onze ogen natuurlijk af van een deel van dat licht.

Ik merk zelf dat ik, sinds ik anders naar zonlicht kijk en minder snel naar een zonnebril grijp, ook minder snel verbrand. Ik zeg niet dat dat door het afzetten van die zonnebril komt; maar het is wel mijn ervaring.

Maar voor mij speelt er ook nog iets anders. Een bril of zonnebril plaatst letterlijk iets tussen jou en de wereld. Dat heeft invloed op hoe je je tot je omgeving verhoudt en ook op wat er innerlijk gebeurt.

LT: Dus jij draagt nooit meer een zonnebril?

KH: Bijna nooit. Ik doe wel eens een petje op als de zon fel is. En natuurlijk moet je je ogen beschermen in omstandigheden met heel veel UV, zoals hoog in de bergen en in de sneeuw. Maar in het gewone dagelijks leven grijp ik niet automatisch naar een zonnebril. Ik zoek liever de schaduw op of zet een pet op.

Zonnebrillen bestaan ook nog helemaal niet zo lang. Mensen deden vroeger altijd hoeden en petten op als het heel zonnig was. En ze zochten de schaduw op. In de Middellandse Zeegebieden gingen ze echt niet in het heetst van de zon liggen bakken. Dan namen ze juist de siësta. Dus dat zijn natuurlijke manieren om je te beschermen tegen te veel zonlicht.

LT: Hebben we iets heel belangrijks nog niet gezegd? Ik heb het gevoel dat we ongelooflijk veel terrein hebben gecoverd.

KH: Ja, ik kan hier nog drie uur over doorgaan. Het is ook een stukje ervaren. Vaak kunnen mensen zich niet voorstellen hoe je zicht anders kan zijn. Want je weet het niet.

En op het moment dat je het gaat ervaren en gaat zien… ja, dan komt dat geluksgevoel ook van: o, wow. We weten niet dat ons zicht veel dieper, veel kleurrijker, veel omvangrijker kan zijn dan dat het nu is.

LT: Mooi. Nou, heel erg bedankt voor dit. En lieve luisteraars, doe daar je voordeel mee. Kijk anders naar je ogen.

KH: Ja, dat is eigenlijk al de eerste stap. Ga van ze houden.

LT: Ja, ga van ze houden. En kom in beweging. Heel erg bedankt, Karin, voor je komst naar de studio. En luisteraars, tot de volgende episode.