Heilige hooligans

Ik zag op televisie de beelden van de 150.000 Feyenoord fans in Rotterdam die euforisch joelend vierden dat de club landskampioen was geworden en dacht eraan hoe ik ooit, als bijna zeventienjarige, in mei 1970 in een dergelijke menigte stond, toen Feyenoord de Europa Cup gewonnen had. En hoe ontroerd ik toen was, meegesleept door het enthousiasme van de menigte. Hoewel ik mijn uiterste best deed om cool rond te lopen en erboven te staan, moest ik eigenlijk huilen. Niet van verdriet – gewoon van meegesleeptheid. Of zo.

Ik vond het maar niks, destijds, die ontroering; ik schaamde me voor mijn gevoel, dat weet ik nog goed. In de Chinese astrologie ben ik een Slang maar mijn ascendant of ‘innerlijk dier’ is Schaap of Geit, dat wist ik, en ik dacht: typisch iets voor een schaap om zich zo te laten beïnvloeden door de kudde. Geen eigenheid. Bah.

Inmiddels denk ik daar anders over. Nu geloof ik dat een feestende menigte die zich één voelt in gedeelde vreugde een soort voorafschaduwing is van de verre toekomst. Ooit zullen we allemaal, wereldwijd, weten en voelen dat we één zijn, alle mensen, niet alleen familie, maar zelfs één organisme, één geest, één bewustzijn.

In Happi.love, een speciale uitgave van Happinez, mocht ik een stuk schrijven over de Summer of Love van 1967, toen de wereld voor het eerst werd opgeschrikt door hippies en hun flower power idealen. The Village Voice, de krant van hippie-San Francisco, schreef toen: “Er moet een nieuwe vorm van vieren ontstaan, die bewust gedeeld wordt, zodat we de revolutie kunnen bedrijven met een wedergeboorte van compassie, bewustzijn en liefde, en de openbaring dat de hele mensheid één is.”

Natuurlijk is een menigte voetbalsupporters iets anders dan een menigte dansende hippies. Bij een voetbalkampioenschap gaat het aan de oppervlakte om een vorm van afscheiding: deze club is als enige de beste geworden. Deze mannen konden beter dan alle anderen zorgen dat er een bal tussen twee palen terechtkwam, terwijl andere mannen probeerden dat te voorkomen. ‘Wij’ waren dus beter dan ‘zij’. Tja.

En toch geloof ik vast en zeker dat het gevoel dat opkomt in zo’n menigte fans de bovenste laag is, het schuim op de golven zeg maar, van een diepe oceaan die we allemaal in ons hebben en waar we ooit bewust en vreugdevol in zullen zwemmen. Een oceaan van broederschap en zusterschap, van licht, van goddelijke eenheid. We zijn aan het oefenen in die eenheid en we doen dat in een uitdijende kring van bewustzijn: wij allemaal hier op de Coolsingel, wij allemaal in Rotterdam, wij allemaal in Nederland, wij allemaal in Europa, wij alle mensen in de wereld, wij alle voelende schepsels in de wereld. Het zal vast nog wel een tijdje duren voordat we geen wij-zij-denken meer nodig hebben, geen spelletjes, geen toeters en bellen, geen drank en geen laveloos gebrul. Maar het helpt mij wel om een voetbalfeest alvast in dat licht te zien.

 

Geef een antwoord