Waarom is opruimen zo erg?

Er zijn vast mensen die van opruimen houden. Mary – does it spark joy? – Kondo, de beroemde Japanse opruimcoach, schijnt als kind al voortdurend aan het opruimen te zijn geweest. Ze ruimde zelfs voor haar plezier, ongevraagd, rommel op van huisgenoten.

Nou, ik vind opruimen een ramp. Maar soms moet het wel. Nu ik aan het verhuizen ben naar een tijdelijk adres, is het zaak eindelijk eens echt uit te zoeken wat vreugde vonkt. Hele dagen breng ik door het het schiften en scheiden van inhouden van laden en kasten. En onder het opruimen vraag ik me af: waarom voel ik dat zinkende gevoel in mijn buik, waarom verlies ik mijn humeur (doorgaans best wel sprankelend) en krijg ik klaag- en zeurneigingen?
 
Er komt eerst méér troep – dat is een van de redenen. De vloer is bezaaid met kratten en dozen: deze voor de kringloop, die voor een zoon of dochter, dit kan weg en dat moet mee. Voordat ik dat allemaal heb weggesjouwd…
Het is vaak lastig te beslissen, dat is ook een reden. Ik twijfel zo. We hadden hier echt zo’n oma- en opahuis waar alles was. Als kleinkinderen vroegen om een hoed, een ketting, kurken of een springtouw, kon ik dat zó tevoorschijn halen. Wegdoen, die overvloed? Hoe dan? En dat leuke pakpapier bijvoorbeeld, rollen vol, met strikjes en stickers en touwtjes en lint, dat altijd in een la lag voor dat éne cadeautje dat ik (eens in de drie maanden of zo) zelf inpakte. Wegdoen? Hoe dan?
 
Maar het gaat ook dieper. Ik denk dat er oud karma zit in die kasten en laden. Die ellendige doosjes boordevol dingetjes – handenvol sleutels van vorige huizen en fietsen en god weet wat, paperclips, knopen, oude broches, dobbelstenen, verkreukelde fotootjes, haarspelden… De la vol ansichtkaarten en enveloppen en ongebruikt oud postpapier, de la met half-gebrande kaarsen en kerstlichtjes, de verzameling buitenlandse munten, die stapel oude kalenders, al die portretjes van dode familieleden… Het is me allemaal o zo vertrouwd, maar het benauwt me ook.

Het is het residu van een rafelig leven, waarin ik nooit alle randjes keurig netjes kreeg afgehecht. Momenten die ik heb overgeslagen, contacten die ik heb verwaarloosd, gebeurtenissen die ik niet genoeg tot me liet doordringen. Al die rommelige spullen zijn tastbare manifestaties van gevoelens die ik niet tot op de bodem heb doorvoeld, en die me nu nog steeds liggen aan te staren. Hier! Zie maar wat je met ons doet! Je stopte ons weg in een donkere la. Maar we bestaan nog steeds, we zijn lekker puh niet uit onszelf verdwenen.

Er wasemt weemoed uit de laden, er wolkt gemis op uit de kasten, er zweeft treurnis rond de stapels op de grond.
 
Ik weet eigenlijk wel wat me te doen staat. De pijn voelen, en de spullen wegdoen. Liefdevol. Geduldig en zorgvuldig. Eén voor één. Nederig doorploeterend. Met een open hart.
En vooral dankbaar voor heel dat rafelige, slordige, onaffe, rommelige verleden, dat me gebracht heeft waar ik nu ben.

4 Comment

  1. Jeannette says: Beantwoorden

    “Nu nog even doen” hoor ik als een echo èn en met liefde.

    1. Lisette Thooft Lisette Thooft says: Beantwoorden

      Ha ha, ja precies!

  2. Marij Otten says: Beantwoorden

    Ik ben zo iemand die er plezier aan beleeft om op te ruimen, ook voor een ander. Maar na mijn scheiding ben ik ook ‘als een gewoon mens’ door alle processen van afscheid nemen gegaan. Wij waren óók het huis waar alles altijd was (om van te lenen). Bijna tot in perfectie was ik er voor anderen, maar niet voor mijzelf. Dat heb ik moeten leren, en dat geeft verwarring. De gulden middenweg.

    1. Lisette Thooft Lisette Thooft says: Beantwoorden

      Dank je wel voor je reactie!

Geef een reactie