Heb je een man nodig? (Ja)

In de film The Wife schrijft Joan, gespeeld door Glenn Close, boeken die gepubliceerd worden onder de naam van haar man, Joe. Het worden bestsellers, en Joe groeit steeds vaster in zijn rol als geniale auteur. Uiteindelijk krijgt hij de Nobelprijs voor zijn oeuvre en ze vertrekken naar Stockholm om de prijs in ontvangst te nemen. Joe stelt Joan aan een medewinnaar voor met de woorden: ‘Mijn vrouw schrijft niet, gelukkig’ (terwijl zij dus al zijn boeken heeft geschreven), en dan breekt de pleuris uit…
Maar uiteindelijk – spoiler alert! – bewaart zij het geheim.

Ik zag The Wife met een vriendin en naderhand bespraken we het verhaal. Onrealistisch, vond ik. Hoe zoiets kan beginnen, had de film wel aannemelijk gemaakt: de uitgeverij zocht een jonge joodse auteur, want dat zou scoren bij het publiek. En vrouwelijke auteurs werden in de jaren negentig niet zo serieus genomen. Dus zij vond het een goed idee dat hij haar manuscript zou inleveren onder zijn naam.
Maar na een paar bestsellers zou zo’n vrouw toch gaan protesteren, zei ik, en op zijn minst haar eigen naam erbij willen hebben op de cover?

Toen zag ik de film Colette en daarin gebeurt – weer een spoiler alert! – precies dat. Colette schrijft erotische, autobiografische romans die haar man publiceert onder zijn naam, Willy. Na een paar successen gaat ze protesteren: ze wil dat haar naam erbij staat op de cover. Als Willy weigert, stapt ze op en begint ze aan haar eigen carrière.

O wat een boeven zijn het toch, die mannen – pronken met de veren van hun vrouw.
Maar ik vroeg me af: waarom lieten die vrouwen dat gebeuren? Zowel Joe als Willy dwingt zijn echtgenote om te schrijven. Je kunt er verontwaardigd over worden: ‘kijk eens hoe hard hij haar behandelt.’ Maar zonder dat waren ze niet aan het schrijven gegaan – althans niet met de noodzakelijke zelfdiscipline, monomane toewijding aan hun eigen talent, en doorzettingsvermogen. Die mannen dringen hun vrouw een shot mannelijke daadkracht op, bij wijze van spreken.

The Wife vond ik uiteindelijk een naar verhaal, omdat Joan vooral boos en bitter is over de fraude waaraan ze zelf tot het eind toe dwangmatig blijft meedoen. Colette daarentegen vond ik verrukkelijk, omdat je ziet hoe de schrijfster in de dop groeit als mens. De mannelijkheid die ze nodig heeft, ontwikkelt ze in zichzelf. Maar dat heeft ze dus voor een deel wel te danken aan die boef van een man van haar, aan zijn drammerigheid waaraan ze zich onderwierp, en zelfs aan zijn egocentrisme waar ze dwars tegenin ging.

Heb je als vrouw een man nodig om je talent te ontplooien? Ja. Niet noodzakelijkerwijs in je huis of in je bed, maar wel in je ziel. Je animus noemde Jung het: de archetypisch mannelijke kwaliteiten die in je sluimeren en die je in liefdesrelaties meestal projecteert op je partner. Ik noemde al monomane toewijding, daadkracht, zelfdiscipline. Je kunt ook denken aan: risico’s nemen, bereid zijn te mislukken en op je bek te gaan, je ergens doorheen bluffen en de gevolgen voor lief nemen, regels overtreden, grenzen overschrijden en publieke afwijzing trotseren… En vooral: je vrij voelen om gericht te zijn op jezelf. Niet voortdurend angstig om je heen kijken of iedereen je dan nog wel aardig vindt.

Ik wens iedereen in 2019 vooral veel mooie, moedige, mannelijke kwaliteiten toe. En eh… ik kan je geen zelfdiscipline of monomane toewijding bijbrengen. Dat moet je zelf doen. Maar mocht je beter willen leren schrijven, kijk dan even hier naar de interessante nieuwjaarsaanbieding van mijn online schrijfcursus Schrijf met je lijf.

(De foto hierboven schijnt trouwens een torso van een vrouw te zijn – althans dat staat erbij op Pixabay: ‘Gymbunny’ en ‘Vrouw’.)

Geef een reactie