Podcast Hou van je lijf, maar dan echt hè
Aflevering 12: Hou van je nieren, met Inge Maassen

Hoe weet je of nieren, lever, hart, milt en longen een tekort aan energie hebben, ‘leeg’ zijn, of juist verkrampt door een teveel aan samengeperste kracht? Je innerlijke organen zijn niet zichtbaar zoals je buik of je voeten, maar volgens de Healing Tao kun je ze toch leren ‘zien’ met je innerlijke oog. Je kunt ze versterken en, binnen deze traditie, zelfs helpen helen.

In de volgende vijf afleveringen vertelt Inge Maassen hierover. Zij is al ruim dertig jaar docent Healing Tao, gebaseerd op de traditie van het taoïsme. Met je innerlijke oog kun je glimlachen naar je organen, zegt zij, en erin ademen.

Deel 1: De nieren

Vitaliteit en levensenergie komen volgens de Healing Tao voort uit gezonde nieren. Er is een rechtstreeks verband tussen de verschillende organen en onze emoties; zo hoort angst bij de nieren. Van je nieren kun je dan ook leren hoe je met angst en onzekerheid om kunt gaan. Wat helpt? Het bange, onzekere kind in jezelf omarmen.

Inge vertelt hoe je achter jezelf kunt gaan staan: de energie aan de achterkant van je lichaam versterken door rug-bewustzijn te creëren. En hoe je kunt leren luisteren naar andere mensen zonder je nier-energie uit te putten.

LT: Inge Maassen, die nu tegenover mij zit, is Healing Tao-docent en dat is ze al dertig jaar. Zij weet er heel veel van en we gaan kijken wat we op een leuke, sappige manier kunnen overbrengen in deze gesprekken over de yin-organen. Het wordt een serie van vijf. Inge heeft ook een e-boekje gemaakt met alle praktische tips: Hou van je yin-organen, hoe je je nieren, lever, milt, hart en longen kunt bevrijden en versterken. Dat kun je op haar site www.healingdao.nl bestellen.

Nou, hallo Inge. Wat ben ik blij dat je hier zit en dat je de tijd wilt nemen om deze opnames met mij te maken. Maar mijn allereerste vraag is natuurlijk: waarom deze organen?

IM: Ja, het zijn heel specifieke organen. Vanuit de Tao bezien bestaat al het tastbare uit een opgaande kracht, een neergaande kracht, een zich verspreidende kracht, een samentrekkende kracht en een kracht die alles verbindt en omvat. Daaruit bestaat alles, vanuit onze aardse blik, zal ik maar zeggen.

LT: De schepping, zeg maar.

IM: De schepping. Alles wat er is. De aarde bestaat daaruit, de planeten bestaan daaruit, wij mensen bestaan daaruit. Alles bestaat uit deze vijf krachten. En al die krachten staan onder de hoede van een specifiek orgaan.

De opgaande kracht, het streven naar het hogere, wordt beheerd door het hart. De naar beneden gaande kracht die de diepte zoekt, ook het onbewuste, wordt beheerd door de nieren; dat noemen we water. De uitgaande kracht, de kracht die aan alle kanten naar buiten wil, uitbotten als het ware, wordt beheerd door de lever. We noemen dat houtkracht. En dan de samentrekkende kracht. Soms noemen we dat metaalkracht, soms de kracht van de lucht. Die wordt beheerd door de longen.

Deze organen dragen dus ook het bewustzijn van zo’n kracht. En je zult ook merken in deze podcast: bepaalde gevoelens horen bij deze specifieke krachten.

LT: En dus ook bij de organen.

IM: Ja. Is zo’n orgaan verkrampt, dan heb je met bepaalde problematiek te maken. Is zo’n orgaan verzwakt, dan heb je weer met andere problematiek te maken. En de kunst is natuurlijk om ze allemaal zo plezierig, levendig en gezond mogelijk te krijgen. Allereerst is er dan het bewustzijn: hoe staat elk orgaan erbij?

LT: Je kunt dus veel zelf doen. We beginnen met de nieren, maar waarom eigenlijk? Wat is er in die volgorde aan de hand?

IM: Er zijn veel meditaties die beginnen met de longen. Want in de longen kun je echt moed genoeg hebben, zal ik maar zeggen, om de angst van de nieren aan te gaan. De nieren beheren de waterenergie, de naar beneden gaande kracht, maar ook het collectief onbewuste daarin. En de angst.

Waarom ik graag wil beginnen met de nieren, is omdat de nieren ook alles te maken hebben met onze voorouders. Ik vind het zelfs wel een logisch begin: bij de voorouders, dat wat vóór ons was, achter ons in de tijd.

Onze vader en onze moeder komen samen, met het zaadje dat het hardste zwemt en het eitje. Dat is dan de basis voor de creatie van ons fysieke lichaam op aarde. Maar die basis zit al vol met overgeërfde genen, dus je krijgt in dat pieperdepiepkleine zaadje en eitje een heleboel eigenschappen mee. Bijvoorbeeld goede longen of zwakke nieren. Dat krijg je mee du moment dat die twee samenkomen en in de baarmoeder gaan groeien tot jou als wezentje.

LT: Nou, ik weet van mezelf dat ik veel angst heb meegekregen. Het enige wat ik nu doe met angst, is toelaten, accepteren. Begrijpen, er niet meer boos over zijn, mezelf ervoor vergeven: oké, ik ben bang. Dat maakt het meteen al een stuk minder eng. En ik merk: als ik ermee ga zitten of liggen en de angst ga voelen, stroomt die vanzelf weer weg.

IM: Dat klopt, dat is allemaal nierenergie. Het is sowieso al heel mooi dat je probeert om die angst fysiek te voelen. Vaak zijn we gewoon bang in het hoofd en bedenken we van alles. Maar waar uit zich die angst? Dat is bij ieder mens weer anders. De een verkrampt op die manier en de ander voelt onrust en chaos in de buik.

LT: Of knikkende knieën. Bij mij zit het inderdaad in mijn buik, in mijn middenrif. Waar zitten de nieren precies?

IM: Die zitten achter in je rug. De meeste mensen weten niet precies waar. Ze zijn zo groot als oren, een beetje dikker, en ze lijken ook op oren. Oren met een hoedje. Dat hoedje is de bijnier, die ligt erboven.

LT: Als je grote oren hebt, heb je dan ook grote nieren?

IM: Dat zou kunnen.

LT: Maar ik weet dat oren groter worden naarmate je ouder wordt.

IM: Dat klopt. En ik weet niet of de nieren groter worden naarmate je ouder wordt. Maar als je een lijntje maakt van je navel naar je rug toe, in je taille dus, dan zit je ongeveer op de onderkant van de nieren. Daarboven zitten de nieren, best hoog. De bijnieren liggen vlak onder het middenrif. Je middenrif is dat diafragma dat op en neer gaat met het ademen. Dus als jij goed ademt, bewegen de organen in dat gebied mee. De adembeweging van het middenrif beweegt van alles in jouw lichaam, als het goed is.

De bijnieren kunnen in één klap heel veel energie mobiliseren en je focus helemaal scherp zetten: dat is onder andere het werk van adrenaline. Maar in de taal van de Tao hebben de bijnieren zelf geen energie, dus die slurpen dat in één grote slurpbeweging uit de nieren tevoorschijn. En dan kun jij gáán.

Je kunt jezelf dus uitputten als je voortdurend onder spanning staat. In ons tegenwoordige, harde leven blijft het vaak spannend. Je zet jezelf onder druk, je hebt haast, je moet presteren. En er zijn eigenlijk geen momenten van ontspanning en rust meer.

LT: Of te weinig.

IM: Of te weinig. En we durven ook vaak niet te rusten. Want als we rusten en ontvankelijk zijn voor wat er zich in ons afspeelt, komen al die verstopte angstgevoelens tevoorschijn. Of onrustgevoelens, gefrustreerde of boze gevoelens, whatever. Als fysiek gevoel is dat vaak unheimisch voor mensen.

LT: Ja, dat moet je maar net weten.

IM: Je moet het weten, maar je moet het ook leren. Jezelf toestaan om zacht te zijn naar jezelf, met wat er is. Dus ook zacht zijn naar je angst.

LT: Een paar weken geleden werd ik midden in de nacht wakker met een wonderlijke angst in mijn buik, waarvan ik absoluut niet wist waar die vandaan waardoor die kwam. Ik was nergens bang voor. Maar er zat voelbare angst. Dat enge gevoel herkende ik. Maar ik was niet bang. Ik dacht: o, dat is vast heel oude angst. Dus ik ging ermee liggen. Ik ging er gewoon mee zijn. Handen op mijn buik. Hallo, lieve buik. Hallo, ben je angst aan het verteren? Nou, doe maar.

IM: Prachtig.

LT: Ja, en het werkte, want na een poosje was mijn buik weer helemaal zacht en ontspannen. En de angst was weg. En ik weet nog steeds niet waarvoor ik bang was. Als je heel jonge kinderangsten hebt, zitten daar geen woorden bij.

IM: Nee, en ook niet als je overgeërfde angsten hebt. Maar het is logisch dat die angst tevoorschijn wil komen. Want alles in ons lichaam wil gevoeld worden, gevoeld om te helen. Niet weggeduwd, niet ondergeschoffelt. Maar er gewoon “zijn”, aan het licht komen als het ware, in het bewustzijn.

Je hebt het dan over houden van. Maar de Chinezen zijn heel praktisch. Die zeggen: als mijn ogen er zacht naar kunnen kijken, is het goed. Dus je ogen, je blik ontspannen. Ik leg een hand op mijn ogen en dan beweeg ik mijn huid een beetje over het bot, om mijn ogen wat zacht te maken en te ontspannen. En soms bedenk ik ook iets wat mijn hart zacht maakt, wat me vertedert, spelende kindertjes of zoiets. Dat mijn ogen zacht zijn, kan ik echt voelen. En met die zachte blik ga ik dan naar de angst: het is oké, angst, precies wat jij doet dus.

Waar je zachte focus naartoe gaat, komt ook je adembeweging. Dus er komt beweging, ruimte. En dat is goed voor je nieren.

LT: Wat doe je dan met je nieren?

IM: Je staat achter jezelf. Je nieren zitten in je rug. Ben je in je nieren, kun je zijn in je nieren? Dan voorkom je eigenlijk dat je boos bent op je angst of bang bent voor de angst. Want je staat achter jezelf.

LT: Maar hoe ben je in je nieren? Kun je je nieren echt voelen?

IM: Je kunt er natuurlijk je handen op leggen. En kijken: als ik inadem, wordt mijn rug wat boller. En als ik uitadem, wordt mijn rug wat holler. Want waar je aandacht naartoe gaat, gaat ook je adem naartoe. Je middenrif en de bekkenbodem zorgen er samen voor dat er beweging ontstaat in het gebied van je nieren.

Als je aandacht in je nieren zit, hoef je niets te doen. Je aandacht is in je nieren. Ze bewegen mee, intern, op de inademing. Ze ontspannen op de uitademing. Ik kan dat vrij makkelijk, want ik heb lange armen en benen en in verhouding een klein, smal lijf. Maar als je niet zo gemakkelijk met je handen bij je nieren kunt, dan pak je gewoon een goede stoel met steun precies op die plek. Misschien zit je ook wel zo te luisteren. De meeste bureaustoelen zijn heel goed.

Je zet je voeten goed op de grond. En je kijkt: drukt het midden van mijn rug sterker tegen de stoel aan op de inademing en wat minder op de uitademing? Dan ben je bezig goed te zijn voor je nieren. Dan ben je je nieren goed aan het verzorgen. Want volgens de Healing Tao dragen je nieren ook je vitaliteit in zich; dat water is je vitale levensstroom.

Met al die bijnier-onttrekkerij van water in aan de nieren kunnen ze ook zomaar heel erg uitgeput raken. En dan is het lekker om gewoon te gaan liggen. Met je knieën gebogen, zodat het midden van je rug goed op de grond ligt.

LT: Of met je onderbenen op een bank of zo?

IM: Ja, precies. Dat je echt voelt: mijn rug ligt plat op de grond. En ik kan mijn nieren voelen ademen.

LT: Die houding, rug op de grond, bovenbenen recht omhoog, onderbenen op een bank, is ook goed voor je psoas. Dat is een bekende psoasoefening. Is er nog verband tussen psoas en nieren?

IM: Ja, die zijn rechtstreeks met elkaar verbonden. Voel alle angst en verkramping – stel dat die er is. Het Ervaar wanneer je niet vanuit jezelf je dingen doen, maar omdat je vindt dat het moet. Of omdat je denkt dat de ander wil dat je dat doet. Dus eigenlijk niet helemaal vanuit jezelf gaan, maar vanuit je wilskracht. Wat enorm uitputtend kan dat zijn!

Je ligt lekker op de grond, je nieren komen tot rust, er komt adembeweging. Ook de psoas kan dan ontspannen en tot rust komen. De psoas verbindt de rug, het lichaam, met de benen. Dus ook de heupgewrichten raken meer ontspannen. Je staat meteen beter op de aarde.

Veel mensen denken: als ik een lange staart bedenk, dan aard ik goed. Maar dan aard je je gedachten, niet je lichaam. Je lichaam is geaard als je erin woont. En dan hoef je je helemaal niet speciaal nog eens te verbinden met de aarde, als je in de diepte van je lichaam woont. Lekker ook in je skelet, en in je bronenergie in het baarmoeder- en prostaatgebied.

Dan ben je verbonden met je vitaliteit. En je bent geaard. Je bent op de aarde, als het ware. We zijn natuurlijk ook van de aarde gemaakt, zo letterlijk als het maar kan. Van het spul van de aarde. De vijf elementen waar wij het over gaan hebben, die zijn van de aarde.

LT: Ook puur fysiek, want alles wat je eet of drinkt, komt uit de aarde.

IM: Ja, en de lucht die de aarde aantrekt, als het ware, in haar atmosfeer. In de taoïstische taal heet dat postnatale energie. En prenatale energie krijg je van je voorouders. En daar zijn de nieren weer mee verbonden.

LT: En die oren, kunnen we het over oren hebben? Want jij zei daarnet: die zijn ook met de nieren verbonden. Dat vind ik grappig. Leg eens uit?

IM: De oren, nieren en bijnieren, de geslachtsorganen en de blaas horen in de Chinese optiek allemaal bij de waterenergie. Het skelet hoort er ook bij.

Grappig hè?

LT: Ja, dat is heel grappig.

IM: Het skelet is niet zo waterig. Maar hoe flexibeler het skelet, hoe meer kracht, hoe meer energie je hebt. Binnenin het skelet wordt nieuw bloed aangemaakt, in het beenmerg. Uiteindelijk, als je ouder wordt, is er steeds minder beenmerg. En op een goed moment wordt dat beenmerg vet en dan, nog ouder wordend, wordt het beenmerg lucht. Ken je dat? Dat zijn Die hele oude mensen die zo licht zijn, die een soort vogels geworden zijn?

LT: Waar ik aan moet denken is dat Rolfers zeggen: botten zijn vloeibaar. Je kunt krom groeien in je schouders, maar je kunt ook weer rechter groeien als je er aandacht aan geeft en je houding verbetert. Ze zeggen: bot is niet vloeibaar zoals water, dat het heel snel verandert, maar het verandert wel.

IM: Wat je dan eigenlijk verandert, zijn de banden en pezen die het skelet krom trekken. Het skelet is natuurlijk echt de basis van je lichaam. Dat is je houvast, als het ware. Als ik aan jou vraag: draagt jouw lichaam je hoofd?

LT: Ja, als ik rechtop zit wel. Als ik een goede houding heb, mijn schouderbladen een beetje als contragewichtjes, en mijn schouders niet opgetrokken en naar voren maar gewoon rustig, dan kan ik een houding vinden waarin mijn hoofd gedragen wordt.

IM: Dat is mooi hè? Dan kunnen de spieren en pezen wat meer ontspannen. En je skelet kan oprijzen. Het draagt je hoofd. Maar dat gebeurt niet als ik op mijn telefoon zit te kijken. Dan gaat alles weer helemaal naar voren.

Lopend op straat bedenk ik me dat vaak: loop ik met mijn gedachten ver voor me uit? Of loop ik in mijn lichaam, in mijn skelet, met voeten die over de aarde rollen?

LT: O, wat mooi gezegd. Loop ik met mijn gedachten als een wolkje voor me uit waar ik achteraan ren?

IM: Ja, precies. Dat doen veel mensen. En dan heb je achter je niks. Dat is dat veld, dat energielichaam dat door je heen en om je heen zit als een soort ei. Met een armlengte zijwaarts, boven je, onder je voeten, maar ook achter je. Dat energie-ei waar je als het goed is in vertoeft. Bij veel mensen is dat als het ware naar voren en omhoog getrokken, tot ongeveer bij de knieën. Achter je is niks.

Het is heel interessant om gewoon op een terrasje te zitten en naar mensen te kijken: hebben ze een veld achter zich? Dat kun je zien aan de manier waarop iemand loopt.

LT: Ja, ik zie het voor me. En als je denkt: ik heb vast niet zoveel energieveld achter me — voor mijn eigen nieren — hoe krijg je dat dan weer?

IM: Fysieke aanwezigheid geeft jou energie. Als jij fysiek aanwezig bent in je nieren, trek je dat veld weer terug naar achteren. Ook je schouderbladen komen daarin mee. Als je goed kunt ademen in je nieren, kunt zijn in je nieren, dan is dat veld ook achter je. En dan voel je je veel meer beschermd.

Dan hoef je niet vanuit die adrenaline-trilling met die adrenaline-uitstoot voortdurend op te letten wat er van je verwacht wordt en je op die manier veilig te stellen in de wereld. Nieren gaan over veiligheid, je veilig voelen.

LT: O, wow. Wat belangrijk.

Er is veel onveiligheid in de wereld, maar er is ook veel vermeende onveiligheid. Soms zeggen mensen dat ze zich onveilig voelen en dan denk ik: hoezo ben jij onveilig? Er gebeurt helemaal niks. Je krijgt misschien een nare opmerking naar je hoofd geslingerd, dat is alles — en toch kun je je heel onveilig voelen. Ik wil dat niet bagatelliseren: het kan oude pijn zijn, kindpijn. En dan zeg jij: je kunt jezelf veiliger maken door je energieveld aan de achterkant van je lichaam te versterken.

IM: En je nierenergie te versterken. Met name je nierenergie. Dat kun je ook doen door lekker langs de zee te lopen. Dat is een enorm inspirerende waterkracht, de zee. Of langs een kabbelend beekje zitten. Je sluit je ogen en je hoort dat water. Geweldig, dat geluid, omdat de oren er ook bij horen.

LT: Dus luisteren naar ruisend water is goed voor je nieren?

IM: Ja. En mooie live muziek ook. Geweldig energetiserend voor de nieren. En luisteren naar andere mensen.

LT: Podcasts luisteren, is dat ook goed?

IM: Als je vanuit je nieren luistert, zul je merken dat je na deze podcast energie hebt gekregen.

LT: Dat is een goede lakmoesproef.

IM: Waarmee heb je geluisterd? Met allerlei associatieve gedachten in je hoofd? ‘Ik doe het vast fout’, of: ‘Dat ga ik voortaan zus doen, of zo.’ Dat hoeft allemaal niet. Al die gedachten die jou naar de toekomst brengen, kunnen je uit je lichaam en uit het hier en nu halen. Dus wees gewoon lekker in je nieren terwijl je luistert. En laat het aan je lichaam over om te onthouden.

LT: O, die is goed. Ik zeg ook vaak tegen mensen als ze aantekeningen willen maken: als het echt belangrijk voor je is, weet je het nog. Maar jij zegt: je lichaam onthoudt het.

IM: Precies. Je oren samen met je nieren, die moet je openzetten, ontspannen en ontvankelijk maken.

Kijk, als ik mezelf zo boeiend vind dat ik meteen mijn associatie met wat jij zegt wil vertellen, dan ben ik eigenlijk niet aan het luisteren. Dan ben ik aan het kijken of ik ook een interessante opmerking kan maken.

Als ik gewoon in mijn nieren ben, ben ik aanwezig bij wat jij vertelt. Alles wat jij vertelt, wordt dan als het ware door mijn hele lichaam opgenomen. En jij als spreker voelt je veel meer gehoord, op een andere manier dan je gewend bent.

En bij die gewone babbelaars, mensen van wie je heel erg moe kunt worden, verzorg je je nieren. Pak de beste stoel in de ruimte. Zeker in het begin, want uiteindelijk kun je ook op een krukje goed in je nieren zijn. Zoek een kussentje en leg het achter je rug. Je kunt altijd zeggen dat je last hebt van je rug. Maar zorg dat je in je nieren bent en ademt.

En dan is het niet zo van: laat die ander maar kletsen. Nee, jij bent in jezelf en de woorden van de ander komen binnen. Die ander gaat zich ook beter gehoord voelen en zal daardoor misschien ontspannen. En jij bent zelf minder aan de praat. Je hoeft niet zo nodig naar buiten. Je denkt: ik zit heerlijk in mijn nieren.

LT: Ik durf nu bijna niks meer te zeggen. Maar ik vind het hartstikke leuk en interessant. En ik denk meteen: in de Tweede Kamer moeten ze dit horen en op een andere manier met elkaar gaan praten. Wat zou de wereld opknappen als we allemaal onze nieren beter gingen verzorgen, toch?

IM: Ja, maar het is best eng. Het lijkt alsof je aan de voorkant van je lichaam beter kunt tegenhouden wat er misschien aan engigheid binnenkomt. Maar dat is natuurlijk niet zo. Dat zijn die oude kind-gedachten. Als jij maar goed luisterde naar wat je moeder wilde, in het hoofd van je moeder kroop om te bedenken wat zij mogelijk zou willen, hoe jij je moest gedragen…

LT: Dat heb ik mijn hele jeugd gedaan en vervolgens ben ik de rest van mijn leven bezig geweest om daar weer uit te komen. Het begint eindelijk een beetje te lukken op mijn 71ste.

IM: Ik heb hetzelfde. Het leven begint eigenlijk pas goed te worden op deze leeftijd.

LT: Ja, omdat ik eindelijk het gevoel heb dat ik er helemaal mag zijn zoals ik ben.

IM: Je bent een soort aangeland. Aangeland in wie je bent. Eindelijk.

LT: Dan nog is het niet zo dat ik minder bang ben. Want ik ben voortdurend bang. Heb ik mijn sleutels nog? Is het allemaal wel goed gegaan? Gaat het straks allemaal wel goed? En heel veel dingen gaan ook fout. Dan verlies ik mijn sleutels. Of dan wordt er iets niet opgenomen terwijl ik dacht dat het opgenomen werd, enzovoort.

Maar ja, de andere kant daarvan is: dan los je dat weer op. Het zal waarachtig wel gaan, want het is tot nu toe min of meer gegaan. En soms gaat er iets gewoon niet.

IM: Of het gaat oenig of verkeerd. In ons soort leven kunnen we dat meestal best wel weer oplossen. We zitten gelukkig niet in een oorlogssituatie of andere levensbedreigende omstandigheden. Dus wij hoeven eigenlijk heel weinig bang te zijn. En we weten dat de angst die er is vaak een sprietje is van een groot oud stuk.

En als dat sprietje er mag zijn en dat grote oude stuk ook nog een beetje tevoorschijn komt, en je kunt dat gewoon even voelen — met name als je dan ook nog wat in je nieren gaat zijn, een beetje links, rechts, links, rechts — dan kan dat helpen.

LT: Hoe bedoel je links, rechts?

IM: Als je kijkt in je nieren, of in de plek van de angst, de plek waar je niet zo gemakkelijk in kunt zijn, wat gewoon eng is. Als je daarin links, rechts, links, rechts kijkt, dan kan er iets makkelijker tot rust komen.

LT: Maar hoe bedoel je kijken? Bedoel je eigenlijk voelen?

IM: Nee, je kijkt letterlijk. Je kijkt dus in je nieren.

LT: Maar ik kan toch niet in mijn nieren kijken?

IM: Ja, je oogbollen kunnen als het ware richting je nieren kijken. Ik doe mijn ogen dicht daarvoor.

LT: Ik kan me mijn nieren voorstellen, maar dat is iets anders.

IM: Ik kan er echt in kijken.

LT: Wat is het geheim?

IM: Je moet in ieder geval weten waar ze zitten. En je moet ze kunnen voelen, intern voelen. Dat is iets wat je kunt gaan leren, wat je kunt oefenen. Je kunt steeds subtieler beweging waarnemen in het fascia-gebied rond de nieren.

LT: Fascia is bindweefsel, hè? Dat prachtige zilverige vlies dat overal omheen zit, dat ze vroeger grotendeels weghaalden in anatomiesessies en waarvan we nu veel beter beseffen hoe belangrijk en bijzonder het is. En jij zegt dat je rond de nieren beweging kunt waarnemen?

IM: Rond elk orgaan.

LT: En hoe doe je dat? Met je ogen dicht proberen te voelen? Helpt het om je handen erop te leggen? Dat is voor mij een beetje advanced. Maar ik begrijp dat ik dat zou kunnen oefenen.

IM: Ja, dat is wel iets wat je kunt oefenen.

LT: Gewoon deze podcast luisterend, lekker liggend op de vloer, in je nieren zijnd en ademend, ga je dat op den duur wel leren?

IM: Ja. Want we willen niet dat je ze pas gaat voelen als het pijn doet. Pijn is echt een heftige waarschuwing van je lichaam.

LT: Pijn is een roep om aandacht.

IM: Zo’n scherp roepen is dat. Dus je wilt het liever voor zijn. Maar goed, we zijn het natuurlijk niet altijd voor. En dan is het de kunst om met die zachte blik bij de pijn te zijn. We zijn allemaal in zekere mate uit het bewustzijn van ons lichaam getrokken. Dus daar gaan we weer naartoe terug, met een zachte blik. En voelen, voelen, voelen.

LT: ‘In hart en nieren’ is een mooie uitdrukking. Ik ben een lichaamswerker in hart en nieren. En dan is hart de liefde en nieren is de energie?

IM: Ja. Je kunt ook zeggen: het hart is het universele, het grootste. En de nieren zijn de aarde. Dus vanuit het fysieke én vanuit het energetische hoogste goed ben ik aanwezig.

Maar je kunt ook zeggen: vuur en water. Vuur, dat is het hart. En water, dat zijn de nieren. Als je dat samenbrengt, wordt het stoom.

Vuur wil omhoog, warmte gaat omhoog. Water wil naar beneden, stroomt naar het diepste deel. Taoïsten zijn altijd bezig om daarin een omkering teweeg te brengen. Je ziet het vuur van je hart als een soort zon naar beneden schijnen op het water. En dat water — zoals je dat kent van een meertje dat van die heerlijke nevels krijgt in de ochtendzon — gaat zacht omhoog als nevel.

Er is bijna niks mooiers dan dat. In de taoïstische traditie wordt dat als ongelooflijk genezend gezien. Je brengt je meest fysieke energie en je meest spirituele energie samen.

Dus neem een roeibootje en ga in de ochtendnevel over het water roeien.

Ik ben zelf ook heel erg dol op de ondergaande zon in de zee. Dan sta ik lekker met mijn voeten in het water. En in mijn lichaam gebeurt het ook: dan zakt mijn hart als het ware in de waterenergie. Dat maakt die wat grovere seksuele energie meer verfijnd, waardoor die in mijn lichaam een heerlijke geniet-energie geeft. Daar word ik zelf heel blij van. En je ziet het ook voor je.

LT: Ik zie meteen de zon voor me en die baan van licht over het water.

IM: En dat kun je in je eigen lichaam creëren. Taoïsten werken veel met interne alchemie, in deze: omkering en zo. Maar zo kan het ook.

Seksuele energie hoort in de Healing Tao echt bij de nieren. Het is onze geniet-energie in het bekkengebied, specifiek verbonden met de testikels bij de man en de eierstokken bij de vrouw. Daar werken we met die energie, en je kunt haar versterken door met je bekkenbodem te ademen.

En als je de klank tjoeoe maakt, met een t-s-j — tsjoe, tjoe — misschien kun je dan voelen dat er iets gebeurt in je bekkenbodem? Tjoe, tjoe.

LT: Ja, daar voel ik wel iets.

IM: En dan kun je in dat onbewuste stuk ontdekken: wacht eens even, dat zijn die en die spieren, die gebruik ik dan. En daarmee ga je zacht ademen. Als bloembladen onder water, wordt gezegd. Zacht ademen in de bekkenbodem. De testikels neem je mee, de vaginalippen ademen als het ware mee.

En in onze voortplantingsorganen zit natuurlijk het vermogen om nieuw leven voort te brengen. Daar wordt in de Tao heel bijzonder mee omgegaan. Taoïsten zijn niet zo van: we gaan flink seksuele energie aanmaken en die vervolgens allemaal kwijtraken in een orgasme. We maken een klein beetje aan en gaan die energie verfijnen, om haar zacht door het lichaam te laten nevelen.

Of door de ruggengraat te laten stromen, lekker naar de hersenen. En naar je nieren ook.

LT: Gaat dat ook over je nieren?

IM: En naar je nieren ook. Het grappige is: als je al een tijdje lekker in je nieren aan het ademen bent, merk je op een goed moment — zeker als je je voeten goed op de grond hebt — hé, mijn bekkenbodem ademt mee.

In de taal van de Tao zit in je bekkenbodem die voorraad water, die bronenergie, die je omhoog kunt laten bewegen naar de nieren. Die nieren maken het water als het ware bruikbaar voor het hele systeem.

Dus je bent eigenlijk in de diepte, in de mannelijke of vrouwelijke organen, aanwezig om een mooie waterstroom te creëren.

LT: Ik vind de taal mooi waarmee jij over die dingen praat.

We hebben natuurlijk heel veel niet aangeraakt. Maar zullen we het voor deze keer hierbij laten?

IM: Ja, wat mij betreft is dat prima. Er kan natuurlijk heel veel trauma verbonden zijn met het gebied van de nieren, maar zeker ook met de mannelijke en vrouwelijke organen: overgeërfd trauma of eigen trauma uit de kindertijd. In de Healing Tao zijn de nieren daarom ook belangrijk bij het werken met trauma.

Het gaat om zijn met wat er is. Dat hoeft niet per se over beelden zien of woorden eraan geven te gaan — dat kan allemaal helpen om iets een fysiek gevoel naar het bewustzijn te brengen, op de aarde: Maar wat kan helpen is: Voelen, een zachte blik, zijn, ademen. Heen en weer kijken kan helpen. Een beetje praten met onderdelen van jezelf, zou ik maar zeggen.

LT: Nou, heel erg bedankt, Inge, voor deze aflevering.

Inge heeft een e-book gemaakt met theorie, uitleg, oefeningen en plaatjes. Voor € 5 kun je het kopen via deze link:
https://www.healingdao.nl/bestellen/