Podcast Hou van je lijf, maar dan echt hè

Aflevering 16: Hou van je longen, met Inge Maassen

LT: Dit is de vijfde podcast met Inge Maassen van de Healing Tao. Vandaag gaan we het hebben over de longen. Inge, wil jij ons uitleggen wat de Taoïstische visie op de longen is?

IM: Zeker. We zijn nu in de herfst beland. Met de milt zaten we in de nazomer: het oogsten en tot rust komen. Met het hart zaten we in de zomer, bij het bloeien en stralen. Met de lever zaten we in de lente: de opgaande, uitgaande energie, het prille begin. En we kwamen uit de winter, onder de grond, met de nieren in het oerwater als het ware.

LT: Dus ze hebben er één seizoentje bij geknutseld?

IM: De milt houdt het midden. Tussen de seizoenen in heb je altijd een miltmoment. Als de zomer nog niet begonnen is, maar de lente eigenlijk al voorbij is, is er zo’n moment: een stilte- en rustmoment. Dan kan het nieuwe beginnen.

En nu zijn we dus bij de longen beland. Vannacht vroeg ik me af, Lisette: zitten wij als mens nu in de longfase?

LT: Nou, als zeventigplusser heb ik het gevoel dat ik in de winter ben. Alleen is het wel een heel warme winter.

IM: Je bent nog zo aan het creëren.

LT: Ja, misschien is het toch wel herfst, zoals je zegt. Een beetje oogsttijd en zo.

IM: Je bent nog steeds aan het geven. Mensen kunnen van jou plukken, als het ware, als appeltjes van de boom. Dan heb je dus de herfst. De longen gaan over loslaten. Stel je voor: de blaadjes vallen van de boom, maar voordat ze vallen, zijn ze even prachtig van kleur. Volgens mij zitten wij in die fase.

LT: Oké, die gedachte maakt me heel blij.

IM: Ja, het is een leuke visie. Die blaadjes drogen uit en krijgen daardoor hun prachtige kleuren. Ze gaan helemaal stralen en glanzen, prachtig voor het oog. Dan laten ze los en komen ze op de grond te liggen. De boom komt in al haar naaktheid tevoorschijn. Dat is de wintertijd. De voeding in de boom trekt zich terug naar de kern en de diepte van de grond in.

Dan begint het nieuwe seizoen weer, mede doordat al die blaadjes lekker blijven liggen. Ze worden voeding voor de aarde en voor het nieuwe.

LT: Dus wij zitten in de longenfase.

IM: Voor mijn gevoel zitten we in de longenfase. Maar steeds als jij iets nieuws bedenkt, ben je eigenlijk weer even in de lente. Je bedenkt iets en je gaat het ook nog doen: je manifesteert het.

LT: Bij mensen ligt het natuurlijk altijd wat gecompliceerder.

IM: Ja, maar bij sommige mensen niet. Die gaan met pensioen, krijgen AOW en bedenken wat ze daarmee gaan doen. Sommigen hebben de mogelijkheid om lekker in een tuintje te werken of wat met de kleinkinderen te rommelen.

LT: Dat doe ik ook allemaal, hoor.

IM: O ja. Lisette is wel een behoorlijke doener. Maar goed, de longen horen bij de tijd van het loslaten. Met ademen is het net zo: je ademt in en je ademt uit. Je ademt het nieuwe en de toekomst in. Daarna laat je los wat je niet meer kunt gebruiken. En toch blijf je dezelfde. Dat is het kunstwerkje van het element metaal: kunnen opnemen en kunnen loslaten, en tóch jezelf blijven. Bij de longen hoort metaal. Het mooiste metaal, dat het meest integer zichzelf blijft, is goud.

Lucht is ook het element van de longen. Als we de elementen uitleggen, zeggen we: hart — vuur; milt — aarde; longen — lucht/metaal. Of andersom: metaal/lucht.

Waar het hier om gaat, zijn de tinkels in de lucht. Heb je die weleens gezien? Je kijkt in een diepblauwe lucht — hoe dieper blauw, hoe beter je ze kunt zien — en dan zie je kleine lichttinkeltjes. Ze bewegen, ze springen als het ware, ze tinkelen. Zo voelt het voor mij.

Als je dat zelf wilt bekijken, moet je je ogen heel zacht maken en een beetje naar buiten laten vallen. Je moet het niet wíllen zien. Die tinkels komen binnen. Het zijn geen heel kleine stofdeeltjes op je oogvlies; het is echt springerig licht.

LT: Ik heb dat heel sterk als ik mijn ogen dichtdoe. Eén en al tinkels, pinkels, sprankels. Jij niet? Allemaal bewegende vlekjes van licht. Maar dat is niet wat je bedoelt?

IM: Je ziet het vooral in de lucht vlak boven het water, bijvoorbeeld aan zee. Als je lekker op het strand ligt en naar de blauwe lucht kijkt, zie je ongelooflijk veel van die tinkels. Binnen de Tao noemen we die tinkels de chi in de lucht.

Je hebt zuurstof in de lucht, die belangrijk voor ons is en via je neus binnenkomt. En je hebt chi, energie in de lucht. Volgens de Tao komt die via je huid binnen. Je huid is in die zin ook een ademhalingsorgaan.

LT: Ik kijk met grote ogen. Ga verder, ga verder. Dit is nieuw voor me.

IM: Vanuit de Tao gezien zijn die tinkels minuscuul kleine metaaldeeltjes van afgestorven planeten, die door de ruimte zwerven en door de aarde worden aangetrokken. De aarde is een vaste bol en trekt, voor haar eigen plezier zal ik maar zeggen, en voor groei en genezing, energie aan van planeten en sterren. Kun je je dat voorstellen?

LT: Zeker. Door de aantrekkingskracht van de aarde blijven wij ook aan haar vastgeplakt.

IM: Precies. Dat is heel fijn. De aarde heeft een brede, dikke atmosfeer die voor ons heel belangrijk is. Wij zijn in ons fysieke lichaam ook van de aarde die dus chi aantrekt ‘door ons heen’. Met onze ademhaling staan we daarvoor open. Maar stel dat je huid er ook voor openstaat: dan kun je gebruikmaken van die energie. Die komt gewoon bij jou binnen.

LT: Je zegt: dan kun je daar gebruik van maken. Is dat een bewuste daad?

IM: Ja. De ademhaling gaat onbewust door, ook in je slaap. Maar je kunt haar ook bewust maken. Je kunt ook iets toepassen wat huidademhaling heet.

LT: Hoe doe je dat?

IM: Sommige mensen kennen het gevoel van de sauna en lekker schrobben: dan voel je dat je hele huid tintelt. Of je hebt onder een stromende koude douche gestaan en voelt daarna je huid vibreren en aantrekken.

Allereerst moet je aanwezig zijn in jezelf, anders trek je niets aan. In de lagere delen van ons lichaam heb je meer vastigheid, meer magnetische kracht: in je skelet, buik, onderbuik en bekken. Die hebben energetisch een vastere vorm dan je hoofd en daardoor meer aantrekkingskracht op de tinkels.

LT: Maar moet je dan in je blote bips langs de zee gaan rennen of zo?

IM: Nou, dat zou fantastisch zijn. Maar dat doen we niet. Het is wel goed om kleding van natuurlijke stoffen te dragen, zonder nylon of andere kunststoffen. Het is ook goed erop te letten dat je dekbed niet van kunststof is.

LT: Ja, dat is verschrikkelijk.

IM: Maar laten we bij die huidademhaling eens kijken of je die kunt voelen. Je maakt je ogen weer zacht. Wanneer je inademt, ben je met je aandacht in de irissen van je ogen. Je zuigt die irissen niet naar binnen; je bent er gewoon. Als je uitademt, laat je los — whatever. Kun je dat ook voelen bij je derde oog, bij je voorhoofd?

LT: Nou, dat is nog even een werkje, denk ik. Nog wel een kunstje. Want als ik dat zo snel probeer, zegt mijn hele ademhaling: wacht even. Daar moet ik echt voor gaan zitten.

IM: Daar moet je inderdaad echt voor gaan zitten, maar het kan wel. Via de irisademhaling kom je ook bij een huidademhaling. Je wrijft over een stukje huid en probeert te voelen dat je daar ook aanzuigt en loslaat. Als je dat doet, kun je voelen dat er bij je derde oog — tussen je ogen en iets hoger op je voorhoofd — ook iets zuigends is, waardoor er iets naar binnen kan komen.

Maar het is allemaal heel subtiel. Voor mij is het inderdaad een beetje een koud kunstje.

LT: Jij doet het al dertig jaar.

IM: Nou, ik vind het gewoon heel prettig om huidademhaling te doen. Als ik niets te doen heb, doe ik dat soort dingen. Het hoort bij mijn repertoire aan gezondheidsbevorderende oefeningen.

Voor sommige mensen werkt het ook om zich voor te stellen dat ze rechtstreeks in hun longen ademen. Je zet als het ware je neus in je longen en trekt de chi uit de lucht door de huid van je ribbenkast heen. Niet alleen door je neus, maar ook hier. Op die neus hoef je niet te letten; dat gebeurt vanzelf. Voor sommige mensen is deze huidademhaling gemakkelijk.

LT: Zegt de Tao ook dat je altijd door je neus moet ademen? Want dat zeggen ze in mijn wereld.

IM: Er zijn heel veel soorten ademhaling en ze hebben allemaal een bepaald doel. Ik kan me voorstellen dat je, als je echt via je adem wilt loslaten, door je mond uitademt.

LT: Ja, dat zeggen de rebalancers ook, maar ik doe het niet meer. In het begin van mijn rebalancingpraktijk was er eens een mevrouw die dat zo braaf deed dat ze ging hyperventileren. Ze kwam helemaal verkrampt van de tafel af, in plaats van ontspannen. Ik ben nu Buteyko-fan, dus dat ik zeg dat nooit meer. Buteyko zei: nooit door je mond.

IM: Ja, ik ken het. In je neus is je afweer zo georganiseerd dat allerlei bacteriën in de haartjes kunnen blijven hangen. Het is een weg die je lichaam kent: als er iets binnenkomt wat op dat moment niet goed is voor je lichaam, blijft dat lekker in de neus zitten en snuit je het weer uit. Maar neusademhaling ken ik niet als iets specifieks Taoïstisch. Maar de Tao is zo verschrikkelijk oud en groot.

De eerste Taoïstische teksten die aan de Gele Keizer worden toegeschreven, dateren van duizenden jaren geleden. En Lao Tse, van wie vaak wordt aangenomen dat hij de grondlegger van de Tao is, was een leraar — wel een groot leraar. Toen hij zich aan het einde van zijn herfsttijd wilde terugtrekken, zoals al die wijze oude Taoïsten dat doen, in grotten in de bergen, hebben zijn leerlingen hem tegengehouden. Ze zeiden: jij blijft hier in dit poortwachtershuisje zitten totdat je het een en ander hebt opgeschreven.

LT: Aha, wat een slimme leerlingen.

IM: Daaruit is de Tao Te Tjing ontstaan. En toen mocht hij gaan. Een soort dwangarbeid dus.

LT: Nou, perfect. Moesten we vaker doen, mensen tegenhouden: hier, zitten, schrijven.

IM: Ja, precies. Mooi, maar terug naar de longen. Je kunt ook ademen naar iets wat niet prettig voelt in je lichaam. Door er met je aandacht naartoe te gaan, breng je je adembeweging naar die plek. Je legt er lekker je handen op en brengt beweging met je ademhaling. Als je daar een beetje vrij bent, gaat je middenrif flink naar beneden. De ademhaling brengt beweging in je hele lichaam, tot aan je voetzolen.

Je brengt dus beweging in de tent: zachte beweging, want je bent vriendelijk. Met je zachte blik kijk je naar de verkrampte plekken, naar plekken die emotioneel roepen en waar je denkt: het is hier niet fijn toeven. Of naar plekken met echte, reële pijn — de krijsplekken, zal ik maar zeggen.

Je legt je hand erop, kijkt er met een zachte blik naar en brengt er met je ademhaling beweging in. Pijn vind ik echt een soort krijsen van je lijf. Het heeft eerst gefluisterd en dat hoorde je niet. Daarna heeft het gewoon gepraat en dat hoorde je ook niet. Dan moet het echt gaan krijsen. En dan zeggen wij: weg ermee.

Een kind dat om aandacht vraagt, moet vaak ook weg. Dat zetten we voor de televisie: ‘En hou jij je mond maar.’

LT: Ja, of het wordt naar boven gestuurd: ‘Kom maar terug als je weer gezellig bent.’

IM: Maar wij doen dat niet. Wij ademen er naartoe en dan werken je longen mee aan de genezing. De beweging helpt, evenals je liefdevolle aandacht. Als je je dat wat meer eigen hebt gemaakt, kun je ook de frisse tinkels uit de lucht naar binnen trekken, via de huid op die plek.

En de cloudy energy — ja, hoe zeg je dat in het Nederlands? — de rommelenergie kun je als grijze wolkjes loslaten.

LT: Ik denk dat ‘tinkels’ eigenlijk ook een Engels woord is.

IM: Nee, tinkels is echt een Nederlands woord. Ik heb het zelf bedacht.

LT: O, je hebt het zelf bedacht. Oké, dan snap ik het.

IM: Ja, ik vind het tinkels.

Oké, dan is er nog iets wat ik uit de Tao ken: chi-ademhaling. We hebben gezien dat je je nieren kunt vergroten door de fascia, de vliezen rondom de nieren, bij het inademen een beetje uit te zetten. Bij het uitademen vallen die weer terug.

Die fasciavliezen zitten overal: rondom botten, spieren en pezen, zodat niet alles aan elkaar plakt, en ook rondom organen.

Dan heb je de onderste dantien, die van je middenrif tot je bekkenbodem loopt. Een dantien is een soort verzamelplek voor energie.

Onder je huid zit het buikvlies en daaronder zitten allerlei organen — aan de zijkant en aan de rugkant eveneens. Je kunt tussen de huid en de organen inademen; daarmee versterk je volgens de Tao dat buikvlies. Dat heet ademen met chi-druk.

LT: Is het eigenlijk een visualisatie die je doet terwijl je ademt?

IM: Nou, het is eigenlijk een qigongvorm. Je ademt in met wat de dragon breath, de drakenademhaling, heet.

LT: Moet je daar geluid bij maken?

IM: In het begin is dat handig. Je ademt uit met de tiger sound en maakt daarbij een rustig ‘grrr’-geluid. Je buikvlies zet dan aan de rug- en zijkant krachtig uit.

LT: En waar is dat goed voor?

IM: Dat is goed voor de eerste beschermlaag in je lichaam.

Stel, je hebt iets heel moeilijks meegemaakt en je systeem kon niet verder. Iets in jouw systeem heeft zich toen opgeofferd — daar hebben we het al over gehad — door cellen vast te zetten rondom die moeilijke herinnering. Wat gebeurt er in die herinnering en in dat samengedrongen geheel van cellen? Daar trekt je veld een beetje naar binnen.

We hebben het er ook al over gehad dat je daardoor vergelijkbare moeilijke ervaringen aantrekt. Als je je de chi-druk ademhaling eigen hebt gemaakt, zet je je veld weer uit. Je maakt het weer sterk, vol en rond. Wanneer heel moeilijke ervaringen op-ploppen, kun je zacht zijn, ze even koesteren, ervan houden en ze voelen. Vervolgens ben je gevrijwaard van nieuwe moeilijke ervaringen.

LT: Hoe bedoel je: gevrijwaard?

IM: Gevrijwaard, nou… Je krijgt nooit meer een moeilijke ervaring. Je trekt gewoon niets meer aan om je oorspronkelijke trauma’s te helen.

LT: Maar is het leven dan niet onverdraaglijk saai, zonder moeilijke ervaringen? Ik heb zoiets van: als er niets ergs meer gebeurt, kan ik net zo goed dood. Naar boven, naar Huis. Dan is het klaar.

IM: Nou, ik kan me voorstellen dat je dat denkt. Zelf heb ik ook zo gedacht. Maar gewoon in alle neutraliteit kunnen zijn met wat er is, biedt voor mij nog voldoende uitdaging. Ik verlang wel naar dat soort rust.

LT: Ja, oké, dat snap ik. Dat soort rust is heerlijk. Maar één van de redenen waarom ze heerlijk is, is dat ze elk moment weer verstoord kan worden.

IM: Nou ja, dat gaan we zien, want ik ben nog niet zover.

LT: Nee, precies. Het lijkt me een nogal heftig doel: er mag nooit meer iets ergs gebeuren, want anders ben ik niet goed bezig geweest. Er gebeuren natuurlijk genoeg erge dingen om ons heen.

IM: Precies. Maar het hoeft je niet te raken.

LT: Ja, dat snap ik. Maar als je dan zegt: het raakt me toch, dus ik ben nog niet goed genoeg… Daar ben ik niet zo’n voorstander van. Dan heb ik het dus nog niet af, dan ben ik nog niet klaar. Het lijkt me niet prettig om zo te denken.

IM: Ja, maar zo denk ik ook niet, hoor. Dat het nog niet goed genoeg zou zijn.

LT: Ik zou zeggen: het wordt allemaal steeds subtieler. We groeien in een spiraal omhoog. Zo komen steeds dezelfde thema’s terug, maar wel steeds subtieler. En dus ook lichter en minder eng. Enzovoort.

IM: Ja, en er zijn op dit moment best veel jonge mensen die zo verkrampt in hun zenuwstelsel zitten dat ze weinig van de buitenwereld verdragen. Voor hen zou het natuurlijk fijn zijn als ze wat meer chi-druk konden ervaren tussen zichzelf en de wereld.

LT: Oké, dus chi-druk helpt je op een goede manier. Je hoeft niets te verdringen of te onderdrukken; je bent gewoon wat steviger.

IM: Ja, met name in die onderste dantien. Je hart blijft open, je longen blijven open. Je zit wat steviger in je onderbuik en rug.

Er zijn veel manieren waarop je die kracht kunt krijgen. Dit is een chi-ademhaling die ik ken en waarover ik iets heb verteld: iets wat je vanuit de Tao met de adem kunt doen.

LT: Wat bedoel je met veel manieren?

IM: Nou, ik ken ze niet allemaal, maar ook in de yoga zijn er veel ademhalingsvormen, vanuit het Indiase denken.

LT: Voor het versterken van het onderlichaam?

IM: Ja, maar die hebben ook heel andere doelen.

LT: Daar hoef ik niet speciaal naartoe, maar een manier om je wat veiliger te voelen in je eigen lichaam is natuurlijk heel fijn.

IM: Wat misschien nog wel grappig is om te vertellen: een Taoïst wil graag zeshonderd jaar oud worden.

LT: O, hemel. Dat lijkt mij een lot erger dan de dood. Maar goed, ik ben geen Taoïst.

IM: En een hindoeïst wil graag uit het rad van het leven stappen. Er is dus een wereld van verschil in wat je met je adem doet; dat kun je je voorstellen. Ik wil zeker geen zeshonderd jaar worden, maar toch wel tegen de honderd — op een goede manier. Vroeger wilde ik graag honderdtwintig worden, maar daar ben ik van afgestapt. Mijn moeder heeft de honderd net niet gehaald, dus ik heb redelijk goede genen.

LT: Ja, zeker, dan is je kans groter. Het maakt uit hoe oud je moeder was toen ze stierf. Mijn moeder was zevenenzestig en toen ik rond die leeftijd was, dacht ik: nu zou ik dus ook wel kunnen gaan. Maar dat was helemaal niet aan de hand. Ik was springlevend en kerngezond. Dus ja, ik heb nog wat te doen. Maar van mij hoeft het niet langer dan drieëntachtig, vierentachtig jaar. Dat vind ik de perfecte sterfleeftijd.

IM: Maar we gaan het zien. We gaan het zien.

LT: ‘Het is ons niet gegeven te weten tijd noch uur.’

IM: Je kunt je wel iets voorstellen, en door die voorstelling is er soms ook een kans dat het naar je toe komt, dat je het realiseert.

LT: Dat je het manifesteert? Of misschien weet je het eigenlijk al; dat kan ook. Dat iets in mij allang weet dat ik vierentachtig word, en iets in jou allang weet dat je honderdtwee wordt.

IM: Inderdaad. Maar goed, je kunt de adem op veel manieren bewust gebruiken. Je kunt er echt van alles mee. De adem is in die zin een hulpmiddel.

Als je longen niet zo sterk zijn, kun je ze rustig oefenen: kalm inademen, pauzeren en dan weer lekker loslaten. In de Taoïstische visie kan moeite met loslaten samengaan met zwakke of verkrampte longenergie. Loslaten gaat toch altijd wel gepaard met iets van verdriet.

LT: Ja, je moet ontspannen in het verlies.

IM: Stel dat je bijvoorbeeld veel kleiner gaat wonen. Dan moet je een hoop dingen van vroeger loslaten.

LT: Status en zo. Dat heb ik zelf meegemaakt. Tot mijn stomme verbazing voelde het echt als statusverlies. Eerst was ik een getrouwde mevrouw met een voor- en achtertuin, twee auto’s en uitzicht over de weilanden. En ineens zat ik in een klein benedenappartement. Ik dacht: nu ben ik een eenzame oude gek in een tiny house. Maar toen heb ik daar samen met Yoeke Nagel een ritueel voor gedaan; zij begeleidde dat fantastisch. Het ging over alles wat ik aflegde en losliet, en alles wat daarvoor in de plaats kwam. Dat gaf een diepe ontspanning. O, heerlijk. En zo voelt het nu ook: het is heerlijk zoals het is.

IM: Ontzettend gaaf. Goed dat je dat hebt gedaan.

LT: Ja, ik was me er erg van bewust. En ik keek er ook met een soort verwondering naar: ik was toch een ouwe hippie, voor mij maakte zoiets toch niet uit? Maar het zat er wel. Ik denk dat dit ook meespeelde: dit was niet wat mijn moeder zou hebben goedgekeurd. In mijn achterhoofd zat natuurlijk nog: ‘Je bent mislukt als je eindigt in een benedenappartement van 59 vierkante meter.’ En nu ben ik zo dol op mijn huis.

We dwalen weer af.

IM: Nee, want verhuizen past heel goed bij het onderwerp. Iemand met verkrampte of verzwakte longenergie vindt het binnen de Taoïstische visie vaak lastig om te verhuizen. Er moet dan heel veel worden losgelaten en er moet iets nieuws worden opgebouwd, met nieuwe rituelen.

LT: Maar eerlijk gezegd is het ook gewoon heel lastig om te verhuizen, toch? Vind jij het alleen maar leuk?

IM: Nou, niet alleen maar leuk, maar ik hou gewoon van nieuwe dingen.

LT: Ja, ik ook enorm. Maar verhuizen is ingrijpend.

IM: Misschien vooral op deze leeftijd. Ik ben al dertig jaar niet verhuisd, want ik heb ook een verrukkelijk appartement. Maar vroeger ben ik altijd met veel plezier verhuisd. Ik ben zeker twintig keer verhuisd in mijn leven.

LT: Ja, ik ben ook vaak verhuisd, maar ik vond het altijd lastig.

IM: Ik vond het heerlijk om naar één kamertje in een community te verhuizen en gewoon alles wat ik had los te laten. Heerlijk. Ik weet niet of ik dat nu nog heerlijk zou vinden, maar toen vond ik het verrukkelijk. Precies wat jij zegt: het geeft zo’n ontspanning. En het geeft je leven zoveel mogelijkheden. Het is alsof je weer op een nulpunt bent beland, met ongekende mogelijkheden vanuit het hier en nu.

Maar eerst moet je loslaten. In de Taoïstische visie heeft loslaten rechtstreeks met verdriet te maken. Je moet het verdriet van het loslaten dus durven voelen.

LT: Ja, dat klopt helemaal. Het sluit volledig aan bij waar rebalancing over gaat. Dat is echt: voel en ontspan in het verdriet. Dan kan het gaan stromen en stroomt het uiteindelijk ook weer weg. Als het er niet mag zijn, zet het zich ergens in het lichaam vast. Maar als het gaat stromen, kun je ook huilen. Je tranen zijn smeltwater; alles smelt, stroomt en vloeit. Daarna ben je een ervaring rijker. Naar mijn gevoel hoeft het verdriet dus niet echt weg, maar moet de spanning eraf.

IM: Precies. Goed gezegd. De longen worden dus geassocieerd met verdriet en loslaten.

Maar gek genoeg vertegenwoordigen ze Taoïstisch gezien ook een samentrekkende kracht. De lever staat voor de uitgaande kracht; de longen staan voor een naar binnen gaande kracht. De chi uit de lucht transformeer je tot metaalkracht in jezelf. Daardoor krijg je als mens de moed en kracht om het nieuwe aan te gaan. Die twee horen ook bij elkaar: verdriet durven voelen is moedig.

Er zijn veel meditaties voor, waaronder de helende klanken, die beginnen met de longen. Jij vroeg mij laatst: waarom beginnen wij in deze podcast eigenlijk met de nieren en niet met de longen? In de Tao zeggen ze dat je, als je longen goed op orde zijn, de angst van de nieren durft aan te gaan. Maar ik heb ook boeken gevonden die met de nieren beginnen, omdat daar onze start ligt: onze erfenis, dat wat we van onze voorouders meenemen.

Als we het daarover hebben: de nieren hebben te maken met je grootouders en ouders, de lever met het kind in jou en de toekomst, het hart met je spirituele ontwikkeling en — ouderwets gezien — de vaderlijn en yang, en de milt met de moederlijn. Wat zouden de longen dan in deze familie vertegenwoordigen?

LT: Ik ben benieuwd.

IM: De longen vertegenwoordigen wie jij bent in de buitenwereld. Je zou het je persoonlijkheid kunnen noemen, maar daar kleven natuurlijk een hoop associaties aan. Wie ben ik in de buitenwereld? Kan ik mezelf door de buitenwereld laten veranderen? Kan ik delen van de buitenwereld inademen, verteren en weer loslaten? En kan ik mijn wezen ook uitademen naar de wereld toe?

Dus dat zijn de longen. Ik hou bijvoorbeeld erg van schoonheid. Ik vind het leuk om er zelf goed uit te zien en als mijn huis er goed uitziet. Ik ga graag naar musea en ik schilder graag. Houden van schoonheid is ook echt iets van de longen. Natuurlijk moet je daarin niet verstrikt raken en alleen voor uiterlijke schoonheid gaan, snap je?

LT: Ja, dat heb je goed gezegd. Het is niet het allerbelangrijkste in het leven.

IM: Nee, maar het is wel belangrijk. Mijn ogen vinden het heerlijk om schoonheid te zien en om in een mooie wijk te wonen. Daar word ik heel blij van. Het gaat mij niet om de status, maar om de schoonheid.

LT: Dat snap ik meteen. Alleen kun je soms ook schoonheid zien in iets wat lelijk lijkt. Dat is natuurlijk een typisch kunstzinnige ingang.

IM: Leuk dat je dat zegt. We hebben gezien dat de dingen er mooier uitzien als je vanuit het midden van je hoofd kijkt en ze binnen laat komen. Je kijkt van binnenuit en er komt als het ware een schilderij binnen. Doordat je in jezelf bent, loop je dat schilderij binnen. Heel leuk om te doen.

Op de lelijkste plekken ga ik dus het meest naar binnen. Dan ga ik eens kijken: wat is hier de schoonheid als ik me in het midden van mijn hoofd bevind? Ken jij de moderne kunstenaar Anselm Kiefer? Daar hebben we onlangs een grote tentoonstelling van gehad. Hij maakt op grootse wijze kunst van allerlei rommel. Hij zegt: als je zo’n chaotisch schilderij maakt, moet het ingekaderd zijn; dan krijgt het weer schoonheid. Kader je het niet in, dan wordt het een zootje.

Als je vanuit het midden van je hoofd naar een merkwaardig fabrieksterrein kijkt, of naar iets anders wat je lelijk vindt, doe je eigenlijk hetzelfde: je kadert het in, waardoor het weer een bepaalde schoonheid krijgt.

LT: En heet dat punt in je hoofd het kristalpunt?

IM: De kristalkamer. In de Taoïstische voorstelling bevinden onder andere je pijnappelklier en hypofyse zich in dit gebied. Vanuit die kristalkamer ga je kijken naar de schoonheid die er altijd is en die de longen als het ware kracht geeft.

Stel dat je vaak pijnlijk geraakt bent, maar het verdriet daarover — of de boosheid — niet hebt durven voelen. Dan kan er een zielig meisje in je ontstaan. Dat had ik zelf zeker.

LT: Ja, je innerlijke kind wordt dan een treurend kind.

IM: Ja, maar treurend met een verhaal in het hoofd. Niet-doorvoeld verdriet kan een soort zieligheid geven.

LT: Ik snap je goed. Ik gebruik dat woord ook. Ik had ook een zielig kind in mij, maar tegelijkertijd een afkeer van zieligheid.

IM: Ja, natuurlijk, dat hoort erbij. Ik heb er ook nog steeds een beetje een hekel aan, maar ik probeer er dan een werkje van te maken. Als ik het bij een ander opmerk, hangt het kennelijk nog in mij rond. Dan vraag ik me af: waar zit dat zielige kind in mij?

LT: En wat bedoel je met ‘er een werkje van maken’?

IM: Ik zeg dan niet tegen die ander: ‘Moet jij niet eens iets gaan doen met dat zielige kind in jou?’ Je kunt ook zeggen: het is een werkje voor mij. O, hier zit nog mijn allergische kind, het kind dat allergisch is voor zieligheid. Dat is het werk dat je zelf kunt doen als iets in de ander je raakt. Als je ergens door geraakt wordt, weet je: er is een weerklank in mij. Dus ik mag nog wel een paar schilderijen maken met huilende zigeunermeisjes.

LT: Huilende zigeunerjongetjes zijn nog zieliger.

IM: Met die zieligheid word je ook heel snel door alles geraakt. Vanuit de oude Taoïstische visie is dat een longstuk. Uiteindelijk raak je dan depressed — ingedrukt. Je trekt alleen maar zielige dingen aan, zal ik maar zeggen: dingen die je nog verdrietiger, ongelukkiger of zieliger maken. Maar je durft het allemaal niet te voelen. Het worden verhalen in je hoofd: kijk, altijd ben ik de klos. Dit gebeurt mij nu altijd.

LT: Het nummer ‘Ik heb een heel zwaar leven’ van Brigitte Kaandorp.

IM: Ja, één brok zieligheid. Je krimpt in elkaar en krijgt van die ronde schouders, weet je wel. Je hebt al die narigheid op je nek. Dan wordt het tijd om de tinkels in te ademen en de chi-ademhaling met je onderste dantien te doen.

LT: Ja, of om dat verdriet echt aan te kijken en moedig genoeg te zijn om het te voelen.

IM: Ja, precies. Het verdrietige kind in jezelf omarmen en erkenning geven.

Wat mij ook erg helpt, is dat heen en weer kijken: in je longen naar links en rechts kijken. Dat helpt om er te durven zijn. Jij hebt daar niet zoveel mee.

LT: Nou, ik snap het niet zo goed. Hoe bedoel je: heen en weer kijken?

IM: Met mijn ogen naar rechts en naar links kijken. Je kunt ook rechtsonder en linksonder kijken.

LT: Ja, maar je bedoelt niet met je echte ogen; je bedoelt met je voorstellingsvermogen, toch?

IM: Het grappige is dat ik wel mijn echte ogen bedoel. Misschien moet ik me daarbij voorstellen dat ik mijn longen zie. Mijn ogen richten zich echt naar beneden, naar links en naar rechts. Voel je dan ook iets in je longen?

LT: Ik voel iets, maar ik zie niets. Alleen de gebruikelijke vlekjes en tinkeltjes die ik altijd zie met mijn ogen dicht.

IM: Je ziet niets, maar je voelt wel iets.

LT: Ja, daar heb je een punt. Ik voel inderdaad wel iets. Dus met ‘links-rechts kijken’ bedoel je eigenlijk links-rechts voelen.

IM: Ja, maar je blik richt zich wel. Je gebruikt je ogen om je gevoelsbewustzijn te richten, zelfs om je longen als het ware een beetje uit te duwen. Zo kun je ook in een pijnlijke plek kijken.

LT: Toevallig heb ik geen pijnlijke plek, helaas.

IM: Nee, ik ook niet.

LT: Dus we kunnen niet oefenen. Nou, hopelijk komt er nog een pijnlijke plek. Als je met je ogen naar zo’n plek gaat en ernaartoe ademt, geef je er energie en aandacht aan. Daardoor kun je erin ontspannen en kan het herstel worden ondersteund. Is dat het?

IM: Ja, perfect. Dat kun je met ademen doen. Ademen helpt je voelen.

LT: Wij zeggen dan: voelen, voelen, voelen. En jullie Taoïsten zeggen: ja, en dat doe je met je ogen. Je gaat naar links en rechts en ademt erbij. Jullie hebben helemaal uitgebouwd en ingevuld hoe je dat precies kunt doen.

IM: Ja. Het is net zoiets als met het woord liefde en ‘houden van’. De Belgen zeggen: ‘Ik zie je graag.’ Dat is zo helder. Houden van jezelf betekent: kun je met een zachte blik aanwezig zijn bij wat zich in je omgeving of in jezelf voordoet? Door dat te oefenen kun je meer in jezelf aanwezig zijn.

Liefde heeft alles te maken met er mogen zijn. Precies met wat er is en hoe je bent. Hier en nu. Met alles wat nog komt en alles wat geweest is. En stel dat je dat allemaal voor elkaar hebt, dan wordt het de uitdaging om ook met die zachte blik aanwezig te zijn bij een heel vervelend ander mens, of in moeilijke omstandigheden. Dat is een hele kunst.

Maar het is wel een stuk makkelijker als je niet in paniek raakt en denkt: o, de omstandigheden zijn verkeerd, help. In plaats daarvan kun je denken: de omstandigheden zijn lastig, maar ik ben in mezelf. Ik hou van mezelf. Ik kan met mijn blik, aandacht en adem naar de pijn toe.

LT: Tachtig procent van je aandacht bij jezelf, twintig procent bij de omgeving, zeggen wij. Eigenlijk is dat een beetje onzin, want je kunt die percentages niet meten en ze verschillen steeds. Maar het gaat erom: voel, voel, voel, wat je ook doet.

Nou, dan zijn we denk ik zo’n beetje aan het einde gekomen. We willen ook nog even wijzen op het boekje van Inge Maassen over de vijf yin-organen. Alle tips, oefeningen en korte theorie die je in de afgelopen vijf podcasts hebt gehoord, heeft zij samengevat in een enorm handig klein e-boekje ‘Hou van je yin-organen’. Dat kun je aanschaffen, via https://www.healingdao.nl/bestellen/

Inge, enorm bedankt voor deze schatkamer. Het is niet eens een schatkíst, het is een schatkámer aan wijsheid die jij in vijf opnamesessies hebt gedeeld.

IM: Het waren ook gewoon heel leuke gesprekken. Ontzettend gaaf om te doen en om hiervoor door jou te worden uitgenodigd.

LT: Nou, ik ben heel blij dat ik het heb gedaan. Ik ga natuurlijk verder met mijn podcast en nog heel veel andere mensen interviewen.

Keep tuned, stay posted — hoe noem je dat? Je snapt het.

Dag!