Podcast Hou van je lijf, maar dan echt hè

Aflevering 2: Hou van je buik

In deze aflevering gaat het om houden van je buik, maar dan echt. Waarom hebben zoveel vrouwen een hekel aan hun buik? Ga eens na wat je buik allemaal voor je doet, en je gaat ervan houden.

Veel vrouwen hebben moeite met houden van hun eigen buik. Hoe dat komt, weten we allemaal: het schoonheidsideaal van nu eist een platte buik. Een kinderbuik, eigenlijk.

Volwassen vrouwen hebben meestal geen platte buik. In andere culturen weten mensen dat beter. Ik heb weleens gehoord dat het klassieke Indiase ideaal is om drie vetplooien in je buik te hebben. Dat is natuurlijk ook weer ingewikkeld – waarom precies drie? Maar ook bij ons in Europa was het in de Middeleeuwen juist mooi om een bolle buik te hebben.

Hebben wij even pech.

Je weet inmiddels dat we allemaal geneigd zijn ons lichaam te behandelen zoals we zelf behandeld zijn in onze vroege jeugd.

Mijn moeder riep regelmatig getergd: “Ik word gek van jullie!” Ze liet duidelijk merken dat ze ons maar lastig vond. Dus het is geen wonder dat ik lange tijd mijn lichaam heb gezien als iets lastigs, iets wat er maar zo’n beetje bij hing.

En hoe vaak klagen ouders niet over lastige kinderen? Ik hoor ook weleens van ouders dat ze hun kleine kinderen rare bijnamen geven, zoals de beul of het monster. Dat is zo fout. Zo verschrikkelijk fout. Dat moet je helemaal niet doen. Als je ergens last van hebt bij je kind, kun je beter zeggen: “Ja, ik heb hier een beetje last van, maar dit is normaal gedrag voor een klein kind.”

Want als jij als klein kind vaak hebt meegemaakt dat je ouders klaagden dat je zo lastig was, is het heel logisch dat je later ook je eigen lichaam lastig vindt. Vooral de delen ervan die je minder bevallen.

En daardoor gaat het niet beter met je lichaam. Nee, daar gaat het juist slechter van.

Dus we gaan leren houden van onze eigen buik.

Ik ga er voetstoots van uit dat heel veel mensen, en vooral heel veel vrouwen, hun buik te veel vinden. Te rond, te groot.

Maar de echte vraag is: wat doet je buik voor je?

Ik had eens een cliënt die zei dat ze zo’n hekel had aan haar buik. Ze vond hem te groot, te slap, te dik. Ze was helemaal niet dik, maar haar buik had inderdaad iets wat ik gul zou willen noemen.

Die buik deed echt iets voor haar.

In de loop van de sessie vertelde ze dat ze vroeger weinig geknuffeld was. Het was een afstandelijke familie. Maar ze had wel een fijne herinnering aan de grote kussens op de bank op het terras, die door de zon waren opgewarmd. Daar ging zij als kind zo dicht mogelijk tegenaan zitten.

“Ah,” zei ik. “Dus jouw buik probeert misschien wel zoveel mogelijk op zo’n zongestoofd kussen te lijken. Om jou te troosten en gerust te stellen.”

Dat kon ze wel zien.

Een buik is veiligheid, gulheid, warmte.

We zijn in een buik ontvangen uit de hemel, in een warm binnenzeetje, om daar het lichaampje te vormen waarmee we de wereld in komen.

Daarom hebben teddyberen grote buiken.

En daarom hadden de beeldjes van de Grote Moedergodin – beeldjes die tienduizenden jaren geleden gemaakt werden en hier en daar zijn teruggevonden – vaak grote buiken. Het waren kleine beeldjes en ze bestonden voornamelijk uit buik, borsten en billen. De rest was minder belangrijk.

Heb je er weleens een plaatje van gezien? Je kunt ze googelen. Zoek bijvoorbeeld op Venus van Willendorf. Zo hebben wetenschappers haar genoemd. Maar Venus is natuurlijk totaal de verkeerde naam. Het is helemaal geen verleidster. Het is een mama.

Ik heb ooit een replica gekocht, een klein beeldje van kunststof, op ware grootte: ongeveer elf centimeter hoog. En wat mij opviel toen ik het van het sokkeltje afhaalde, was dat het zo lekker in de hand ligt. Dat beeldje vraagt erom omklemd te worden. Je kunt het in je hand houden terwijl je op je duim zuigt.

Volgens mij zijn deze beeldjes prehistorische teddyberen. Ze zijn troostend, ze zijn geruststellend, ze stralen veiligheid uit. Je hand houdt iets ronds en mama-achtigs vast. Dat is een diepe geruststelling voor het onderbewuste.

En veel van ons hebben toch, linksom of rechtsom, een tekort aan moederwarmte gehad. Sommige moeders waren te gestrest om veel te kunnen knuffelen. Andere moeders hadden het zelf niet meegekregen. Of ze luisterden naar de zogenaamde deskundige adviezen in de trant van: verwen je kinderen niet te veel met aandacht en knuffels.

Veel lichamelijk contact werd vroeger echt officieel afgeraden, hoe krankzinnig dat nu ook klinkt. Ik weet nog hoe blij verrast ik was toen pedagogen begonnen te zeggen: je moet baby’s en kleine kinderen juist wél knuffelen, vooral in de eerste levensjaren. Dat was nieuw.

Het was natuurlijk ook oeroud, want bij veel natuurvolken was het volkomen normaal dat een baby het eerste jaar voornamelijk door de moeder werd rondgedragen. Aan de moeder vast, de hele dag in een draagdoek of slendang.

De baby bewoog mee met alles wat de moeder deed: voedsel verzamelen, rusten, maïs stampen, koken, opdrogen in de zon na een regenbui. Dat is nog eens veiligheid…

Maar als je daar in je vroege jeugd te weinig van hebt meegekregen, hoe geef je jezelf dan meer moeder?

Heb je een ronde, gulle buik, dan probeert je buik dat wellicht voor jou te doen.

Dan kun je tegen je buik zeggen: “Dank je wel, lieve buik. Ik begrijp nu wat je voor me aan het doen bent.”

En je zet je hart open voor het gemis dat je als kind geleden hebt.

Over het hart gaan we het in de volgende aflevering van deze podcast hebben. Het hart is de grote verbinder, de grote transformator. Het verandert pijn in compassie.

Als we allemaal meer contact zouden maken met ons innerlijke kind en met ons eventuele gemis aan moederwarmte in het begin van ons leven, zouden onze buiken veel meer waardering krijgen.

En weet je: een buik wordt zo gelukkig als ze waardering en erkenning krijgt.

Probeer maar.

Wat je nog meer voor je buik kunt doen, is bewust ontspannen.

Van een sportarts hoorde ik ooit een leuke oefening: een psoas-ontspanningsoefening.

De psoas wordt wel de spier van de ziel genoemd, omdat deze spier sterk reageert op spanning en stress. Diep in je lichaam verbindt de psoas je wervelkolom met je bovenbenen. Je hebt er twee, één aan iedere kant.

Hoe ontspan je die?

Door op de grond te gaan liggen met je onderbenen op een bank of stoel. Je ligt met je billen zo dicht mogelijk tegen de bank aan. Je bovenbenen staan ongeveer verticaal omhoog en je onderbenen liggen horizontaal op de bank.

En dan maar voelen.

Niets doen.

Zeker niet op je telefoon kijken of zo. Alleen maar je buik voelen.

Na verloop van tijd merk je dat het steeds prettiger gaat voelen. Er kan zelfs een soort gloed in je onderbuik ontstaan, bijna sensueel. Voor mij voelt dat als een heel diepe ontspanning van de psoas.

De sportarts die ons dit vertelde tijdens de medische basiscursus zei dat drie weken lang elke dag een kwartier zo liggen genoeg kan zijn om veel spanning los te laten. Maar ik ben het gewoon blijven doen. Ik doe het elke dag even: een paar minuten met mijn onderbenen op de bank. En met een diepe zucht van welbehagen ervaar ik dan dat heerlijke gevoel van ontspanning.

Wat doet een buik nog meer voor ons, behalve troosten en moederwarmte geven?

In onze buik ervaren en verwerken we ook veel van onze emoties. Onze onderbuikgevoelens, zeg maar. Hoe meer je je buik kunt ontspannen, hoe minder je wordt overspoeld door zulke onderbuikgevoelens: angst, boosheid, achterdocht.

Onze spijsvertering verwerkt voedsel, en onze buik reageert tegelijkertijd sterk op emotionele ervaringen.

We spreken vaak over onze darmen, meervoud, maar eigenlijk hebben we één doorlopend spijsverteringskanaal, van mond tot kont, waarvan maag, dunne darm, dikke darm en endeldarm verschillende onderdelen zijn.

Darmen voor mij al snel alsof er een slordige hoop wriemelende wormen in je buik zit, terwijl het in werkelijkheid een hoogst intelligent en gevoelig orgaan is, dat alleen maar respect en dankbaarheid verdient.

Het interessante is dat de Engelse term gut feeling iets heel anders betekent dan ons Nederlandse onderbuikgevoel. Letterlijk betekent het natuurlijk zoiets als darmgevoel, maar een gut feeling is intuïtie. Fijngevoeligheid. Een situatie goed kunnen aanvoelen. Hoe kom je aan een goede gut feeling?

Volgens mij onder andere door een ontspannen buik. En daarvoor moet je je onderbuikgevoelens niet onderdrukken – je moet ze verwerken. Hoe beter je negatieve emoties verwerkt hebt, hoe zuiverder je gut feeling kan worden.

Mijn goeroe, de Australische spirituele leraar Barry Long, zei dat er een spiritueel vlammetje in onze buik zit dat emoties kan verteren. Ik vind dat een prachtig beeld. Emoties zijn een soort warm dekentje van Moeder Natuur dat ons komt helpen wanneer we schrikken, bang worden, boos of verdrietig zijn. Daar is niets mis mee. Een normale, gezonde emotie is een golf. Het gevoel komt op, je voelt het, het bereikt een hoogtepunt en daarna verdwijnt het weer. Het golft verder.

Helaas hebben de meesten van ons in onze vroege jeugd geleerd dat niet alle emoties even welkom zijn. Ouders zeggen tegen hun kinderen: “Daar hoef je toch niet verdrietig over te zijn?” Of: “Nee, nee, nee, niet boos worden. Dat mag echt niet.” Of: “Niet bang zijn, dat is nergens voor nodig.” En dan gaan we ons schamen voor wat we voelen. We onderdrukken het, verdringen het of ontkennen het.

Maar een emotie die je onderdrukt, verdwijnt niet zomaar.

What you resist, persists.

Waar je je tegen verzet, kan juist hardnekkig worden. Een onderdrukte emotie kan als een soort permanente spanning in je lichaam blijven zitten. In je spieren, in je bindweefsel, in je houding. En dan kan dat spirituele vlammetje de emotie niet verteren. Dan krijg je als het ware een buik vol onderbuikgevoelens waar je zelf onder lijdt – en waar de rest van de wereld soms ook last van heeft.

Want alles wat er niet mag zijn, bevriest en verstart.

Angst bijvoorbeeld is opwinding die er niet mag zijn en daardoor te weinig ruimte krijgt. Dan wordt het letterlijk eng: te nauw, te weinig ruimte. Als je jezelf toestemming geeft om bang te zijn, met begrip en zelfcompassie, en tegen jezelf zegt: “Natuurlijk ben ik bang. Geen wonder. Dat is heel begrijpelijk in deze situatie,” krijgt die angst meer ruimte. En dan wordt het vaak vanzelf al minder eng.

Alles wat er wél mag zijn, kan weer gaan stromen en golven, zoals alles in de natuur stroomt en golft. Een gevoel wil opkomen, pieken en weer verdwijnen zoals het gekomen is. En daar helpt je buik bij.

Dus hoe meer je van je buik houdt en hoe beter je begrijpt wat ze allemaal voor je doet, hoe beter. Je kunt het soms zelfs horen wanneer je ontspant. Dan gaat je buik borrelen. Je hoort knorretjes en borreltjes. Daar kun je blij mee zijn. “Ah, mijn buik borrelt. Ik ontspan.”

Het was natuurlijk fijner geweest als onze ouders tegen ons hadden gezegd: “Ja, boos zijn mag. Verdrietig zijn mag. Bang zijn mag. Natuurlijk mag je dat allemaal voelen. Je mag niet je zusje slaan en je mag niks kapotmaken, maar je gevoel mag er helemaal zijn. Kom maar, ik troost je. Ik help je.” Zo zou het eigenlijk moeten. Als kinderen leren dat hun emoties er mogen zijn, hoeven ze die niet te verdringen. Maar als jij dat niet op zo’n verlichte manier hebt meegekregen, kun je alsnog jezelf toestemming geven om te voelen.

En dan kan dat spirituele vlammetje zijn werk doen.

Door aandacht. Eigenlijk is dat spirituele vlammetje gewoon aandacht.

Verder zitten er in je buik ook nog ontelbaar veel echte, concrete, levende, piepkleine wezentjes – vooral in je dikke darm. Bacteriën, maar ook virussen, schimmels en gisten. Samen vormen ze het microbioom. Dat microbioom is ontzettend belangrijk voor onze gezondheid. Hoe meer verschillende soorten er in je darm leven, hoe beter. Ik heb weleens gelezen dat mensen die veel dichter bij de natuur leven als het ware een oerwoud in hun darm hebben, terwijl wij westerlingen eerder een aangeharkt parkje in onze buik hebben.

Dat heeft onder andere te maken met ons voedingspatroon en onze leefomgeving. En ook daarom vind ik het verstandig om zoveel mogelijk onbewerkt en biologisch te eten. Dat is beter voor de aarde en volgens mij ook voor je eigen lijf.

Het microbioom en de hersenen communiceren bovendien voortdurend met elkaar. Daarbij speelt onder andere de nervus vagus een rol: de grote tiende hersenzenuw, die vanuit de hersenstam naar allerlei organen in borst en buik loopt. Daarom wordt de darm ook wel het tweede brein genoemd.

En daarmee komen we bij een oefening die ik heel vaak geef: de Basic Exercise. Veel mensen die mij eerder hebben gehoord of gezien kennen hem al, maar ik leg hem nog een keer uit. Ik heb hem trouwens uitgebreid en ik noem mijn versie de Oh my God. Waarom, dat begrijp je straks vanzelf.

De Basic Exercise is bekend geworden door Stanley Rosenberg, een Deens-Amerikaanse craniosacraal therapeut. Hij beschreef hem in zijn boek Accessing the Healing Power of the Vagus Nerve. Je kunt er ook allerlei filmpjes van vinden op internet als je zoekt op Basic Exercise Stanley Rosenberg.

De oefening is heel simpel.

Je gaat liggen en houdt je hoofd vast met je handen achter je achterhoofd. Je hoofd blijft stil.

Je houdt je ogen open en kijkt helemaal naar rechts, bijvoorbeeld in de richting van je rechterelleboog.

Dat doe je totdat je voelt dat je wilt geeuwen, zuchten of slikken. Soms is het geen geeuw maar een rilling, een subtiel schokje of een andere kleine ontspanningsreflex.

Laat die helemaal toe. Het is heerlijk om te geeuwen, te zuchten of te rillen.

Daarna draai je, zonder je hoofd te bewegen – je neus blijft precies dezelfde kant op wijzen – je ogen helemaal naar links.

En ook daar wacht je totdat je zo’n ontspanningsreactie voelt.

Dat is de Basic Exercise.

Maar ik heb er zelf nog iets aan toegevoegd: kijk daarna ook eens helemaal naar boven, naar het plafond, zonder je hoofd op te tillen. En wacht weer tot je gaapt of zucht. En kijk vervolgens helemaal naar beneden, zonder je hoofd te buigen, richting je borst of de vloer. Weer even wachten op die zucht, geeuw of andere ontspanningsreactie.

Want ik zag dat eye rolling – met je ogen rollen terwijl je “Oh my God” zegt – eigenlijk verdacht veel op deze beweging lijkt. Alsof we intuïtief al weten dat bewegen met onze ogen ons kan helpen om spanning los te laten. Daarom noem ik mijn uitgebreide versie de Oh my God.

Elke keer als je iets stom vindt, lastig of eng, kun je hem even doen.

“Oh my God…”

En dan: zucht. Of geeuw.

Dus de volgende keer dat je voor de spiegel staat en er komt weer zo’n ouderwetse negatieve gedachte op over je lichaam of over je buik, doe dan even deze oefening.

“Oh my God.”

Ontspan.

En kijk dan nog eens naar je buik.

Die warme, intelligente, gevoelige buik.

Die zoveel voor je doet.

En hou ervan. Maar dan echt hè.