Podcast Hou van je lijf maar dan echt hè
Aflevering 6: Hou van je benen en voeten
Deze aflevering gaat over onze benen en voeten. Over hoe we op aarde staan: stevig of wankel. En waarom we heel veel aandacht zouden moeten besteden aan onze benen en voeten. Want aarden is niet alleen je voeten voelen. Aarden is bereid zijn de werkelijkheid te voelen.
Benen en voeten gaan over hier willen zijn. Echt op aarde willen staan en stappen zetten. Stapjes, zelfs nog liever.
Vorige keer hadden we het erover: als je armen gespannen zijn, kan het goed zijn dat er oude boosheid in zit. Woede die je eruit had willen slaan, maar die er niet mocht zijn. En als je benen gespannen zijn, zou het kunnen dat er angst in zit. Angst die er niet mocht zijn. Die er misschien nog steeds niet mag zijn, want wie wil er nou graag bang zijn?
Niemand toch? Bij angst willen we het liefst wegrennen. Dus angst die er niet mag zijn, kan blijven hangen in onze benen. Angst is vaak de meest passende emotie in allerlei enge situaties. En er is niks mis met angst. Ook angst is een emotie die golft, die opkomt en weer wegebt. Maar als je niet bang mag zijn van je ouders of van jezelf, dan onderdruk je de angst en sla je hem ergens op. Die macaroni-benen, die je ook niet mag hebben van jezelf, die bibberende knieën. Je gaat je poot stijf houden, zeg maar.
En je benen raken permanent gespannen. Als je de angst alsnog mag voelen, ebt hij na verloop van tijd weer weg. Net als alles in het leven. Maar als hij er niet mag zijn, kan hij blijven zitten.
Wat je tegen je benen kunt zeggen is: lieve benen, dankjewel voor je hulp. Ik begrijp dat jullie mijn angst hebben opgeslagen, maar nu ben ik groot. Mijn hart is groot genoeg voor alle pijn en alle angst. Ik kan die angst helemaal in mijn hart opnemen. Ga maar bibberen, benen. Ga maar trillen en schoppen en schudden. Doe maar wat je wilt en wat nodig is om die oude angst alsnog te verwerken. Dat mag.
Het helpt dan ook enorm als je echt gaat staan schudden. Zet leuke ritmische muziek op en laat je benen trillen, rillen, bibberen, zoveel ze maar willen.
Het principe is: we hebben niet zoveel last van angst of woede of verdriet, wat het ook is. We hebben vooral last van onze weerstand daartegen. Weerstand zorgt dat je gespannen raakt en verkrampt. En dat zet de boel vast. Als je de weerstand opgeeft, gaat het weer stromen.
Als je de weerstand tegen angst opgeeft, zul je dus eerst beter voelen dat je bang bent. De angst grijpt je misschien wel naar de keel, zoals dat heet. Dat is eng. Maar als je nou weet: ah, hier is mijn angst. Geen wonder dat ik bang ben. Of dat ik vroeger bang was.
Want veel angst is eigenlijk oude angst van vroeger, die er toen niet mocht zijn. En die daarom nooit verdwenen is. Dat is de lading die komt te liggen op alles wat er in het hier en nu gebeurt waarvan je schrikt of terugdeinst.
Weet je, wij willen helemaal niet een honderd procent veilig leven. Als we dat hadden, zouden we sterven van verveling. Wat we willen, is kunnen vertrouwen dat we aankunnen wat er op ons afkomt. En dat kan als je ook angst mag voelen van jezelf.
In Rebalancing-kringen zeggen ze: angst is te veel energie in een te kleine ruimte. Als je de ruimte groter maakt, wordt de angst verdund. De angst lost een beetje op in die grotere ruimte. Dat is een opluchting.
Hoe maak je de ruimte groter? Door er met je aandacht naartoe te gaan.
Dus voel. Voel in je keel, voel in je midden, voel in je benen wat je allemaal precies aan het voelen bent. Dat ontspant, dat geeft ruimte. En dan kan langzaam maar zeker je angst oplossen.
Kleine kinderen kunnen dat nog niet. Baby’s die in een onveilige omgeving geboren worden en kinderen die worden afgewezen of in de steek gelaten, moeten wel uitchecken, zoals dat heet: dissociëren. En een pantser van spanning vormen om te kunnen overleven.
Dat pantser noem ik ook wel de schatkist. Onze innerlijke schatkist. We zijn allemaal uit onze jeugd gekomen met een schatkist aan oude pijn. Pijn die er niet mocht zijn, die er niet kon zijn, omdat we er te klein en te kwetsbaar voor waren. En die dus op de een of andere manier is opgeslagen in ons lichaam.
Die schatkist kun je dichthouden. Dan zeul je rond met dat loodzware geval in je lijf en blijf je gespannen en nerveus. Maar je kunt de schatkist ook openmaken en de oude pijn eruit laten komen en alsnog voelen. Niet allemaal ineens, maar beetje bij beetje, met je aandacht.
Vaak heb je daar hulp bij nodig, maar die is er gelukkig ook in overvloed. Rebalancers, haptonomen, lichaamsgerichte therapeuten, Trager Practitioners, craniosacraal therapeuten, holistische masseurs. Er is Somatic Experiencing, er is Focusing, de lijst is lang. Zoek gewoon net zolang tot je hebt gevonden wat het beste bij jou past en wie het beste bij jou past.
Mijn spirituele leraar Barry Long zei vaak tegen mensen die hem vragen stelden over zichzelf: You’re the patient and you’re the doctor.
Je bent zelf je eigen arts.
Dat wil niet zeggen dat je jezelf kunt genezen van alle lichamelijke aandoeningen en ziekten. Poeh, als je dat gelooft en het lukt niet, dan ben je nog verder van huis. Het wil ook niet zeggen dat je nooit een arts nodig hebt. Medici doen fantastische dingen en zijn vaak een geschenk uit de hemel.
Maar wat je altijd wel voor jezelf en je eigen gezondheid kunt doen, is aandacht schenken aan je lichaam en aan je ziel, en vooral ook aan de interactie tussen die twee.
Laten we meteen gaan voelen. Ben jij nu, op dit moment, met je bewustzijn aanwezig in je voeten? Voel je je voeten heel subtiel prikkelen of tintelen of stromen, of hoe je het ook maar wilt noemen? Geef het even tijd en blijf voelen, net zolang tot je binnenin je voeten dat levendige gevoel voelt van aanwezigheid, van lichaamsbewustzijn. En doe dat zo vaak als je maar kunt.
Je wilt niet weten hoeveel mensen op gespannen voet staan met hun voeten. Hun voeten zijn te koud, of ze voelen branderig, of ze doen pijn. Er is eelt met pijnlijke kloofjes, hielspoor, een hallux valgus, schimmelnagels, hamertenen, platvoeten of een te hoge wreef, en ga zo maar door. Veel voeten zijn ook echt voortdurend gespannen. Sommige mensen, ook mannen, hebben een soort Barbievoeten. Die kunnen eigenlijk niet meer plat staan.
Dus als je dat allemaal niet hebt, moet je eigenlijk elke dag de hemel danken op je blote knietjes en jubelend door de straten dansen van geluk. En als je wel last hebt van je voeten, dan weet je dat je niet de enige bent en ga je met aandacht, geduld en vriendelijkheid kijken wat jij voor je voeten kunt doen.
Niet alleen wat je voeten voor jou doen, maar ook wat jij voor jouw voeten kunt doen.
Wat onze voeten van ons vragen is in de allereerste plaats realiteitszin. Werkelijkheidsbesef. We zijn nu eenmaal afgedaald uit de geestelijke wereld naar dit tranendal. Dit ondermaanse, deze onderwereld. En hier moeten we voorlopig zijn, hoe moeilijk het ook is.
Er zijn heel veel oude mythen over. Een held of heldin – heel vaak is het een heldin – die afdaalt naar een lagere wereld, het daar heel moeilijk heeft en uiteindelijk weer naar boven mag. Het oudste verhaal is dat van de afdaling van Inanna naar de onderwereld. Inanna is een godin uit het oude Mesopotamië. Zij daalt vanuit de godenwereld af naar de onderwereld en moet door zeven poorten.
Bij elke poort legt ze iets af. Tot ze door de laatste poort gaat, naakt als een pasgeboren baby. Dat symboliseert volgens mij: geboren worden.
Nou, daar heeft ze het moeilijk. En ze kan alleen maar terugkeren uit de onderwereld als iemand anders haar plaats inneemt. Symbolisch voor hoe wij komen en gaan hier op aarde. Als we doodgaan, mogen we naar huis met een hoofdletter H, de hemel, en dan kan er weer iemand anders geboren worden.
Maar ook het sprookje van Vrouw Holle gaat daarover. Dat meisje valt door een put en ook dat kun je zien als een beeld van het geboortekanaal. Ze komt in een wereld terecht waar ze brood uit de oven moet halen en appels moet plukken. Dat is onze aarde. Ze moet het huishouden doen van Vrouw Holle, die Moeder Natuur symboliseert. En als ze dat allemaal dapper gedaan heeft, mag ze met goud beladen weer terug naar haar ware thuis.
Dat is het universele, kosmische verhaal van onze ziel die uit de hemel afdaalt, hier hard moet werken en daarna weer terugkeert naar boven. Doodgaan is klaar, naar huis. Onze ziel weet dat. En hier moeten we moeilijke dingen doen, hard werken. Het is niet alleen opwindend en verrukkelijk, het is ook lastig en zwaar en pijnlijk.
Maar ja, als je dan toch hier bent gekomen, als je zo moedig was, als je ziel moedig genoeg was om het aan te gaan, dan kun je er ook maar beter helemaal zijn. Van top tot teen.
En als je niet goed geaard of gegrond bent, dan is er waarschijnlijk een deel van je dat eigenlijk liever niet hier wil zijn.
Heel veel mensen zitten in hun hoofd. Ze zijn uit hun lichaam weggetrokken, weggezogen, weggemept, weggemanipuleerd. Ik zeg weleens: als je ouders het niet voor elkaar kregen, doet de school het wel.
En omdat wij tegenwoordig zo rijk zijn, zo welvarend als nooit tevoren, en omdat onze cultuur gebaseerd is op materialisme, geloven veel mensen dat het mogelijk zou moeten zijn om zonder pijn en moeite te leven. Alleen maar opwinding en verrukking te ervaren.
Ook in spirituele kringen komt dat geloof voor. Mensen willen moeiteloos leven. Het universum is toch onuitputtelijk? Dus kan er toch altijd totale overvloed op mij neerdalen en kan ik toch altijd gelukkig zijn?
Ik geloof dat dat een teken is van niet gegrond zijn. Niet met beide voeten op de grond staan. Veel mensen zweven een eindje in de lucht. Ze geloven echt in wat ze kunnen bedenken en fantaseren.
Ik kan erover meepraten, want ik heb ook het grootste deel van mijn leven vooral mijn best gedaan om er zoveel mogelijk niet te zijn. Net als heel veel andere mensen. Dus ik zat in mijn hoofd. Daar lijkt het veilig, want je voelt een heel stuk minder. Maar het is juist onveilig. Een hoofd is eng. In je hoofd kun je niks met pijn en verdriet. In je hoofd wordt angst alleen maar erger.
En woede ook. Je hebt echt je lichaam nodig, je hart en de rest van je lichaam, om emoties te voelen en te laten stromen, zodat ze ook weer kunnen afnemen en wegebben.
Met je hoofd kun je jezelf wel perfect verdoven of afleiden, en dat noemen we dan ontspanning. Een groot deel van onze economie is daarop gebaseerd: op amusement dat ons afleidt van het hier en nu. En op al die honderdduizend manieren waarop we onszelf verdoven. Zodat we een beetje gaan zweven, boven de grond hangen, ons vege lijf redden van dit lastige gedoe hier op aarde.
Er is niks mis met amusement en er is ook niks mis met verdoving. Verdoving is eigenlijk ook een zegen, een geschenk uit de hemel. Maar als je dat alleen maar doet, of te veel doet, als je niet ondertussen ook op de grond gaat staan, ja, dan ben je er niet helemaal.
Onze voeten willen niet zweven. Die willen echt op aarde staan, kleine haalbare stappen maken in de realiteit. En gezonde en bezielde voeten, waar je met je aandacht in aanwezig bent, kunnen dat ook.
Daarom zet ik ook een paar vraagtekens bij het hele begrip manifesteren. Het is heel erg in. Je verzint een doel. Bijvoorbeeld: ik wil romanschrijfster worden. Je maakt een moodboard met plaatjes van schrijfhuisjes aan het strand en je gaat je helemaal inbeelden dat je dat al bent.
Dat is met je hoofd over de realiteit heen zweven naar een of andere fantasiewolk. Ik heb het zelf gedaan, ik weet waarover ik het heb.
Maar nu weet ik: als je een roman wilt schrijven, dan moet je dat gewoon doen. Dan ben je bezig met je voeten op de grond. Je schrijft wat je in je hebt, omdat je dat wilt doen, dat schrijven. En je denkt niet aan het resultaat. Wat ervan komt, zie je later wel. Je gaat stap voor stap.
En daarom denk ik ook: als we niet echt aanwezig zijn in onze voeten, hebben we misschien wat meer nederigheid nodig. Het woord roept veel weerstand op. Sorry, maar het moet toch even.
Want voeten doen nederig hun werk. Helemaal onderaan, laag bij de grond. En onze hele cultuur is er een van hoogmoed: zich verheven voelen boven het gewone, het simpele, het natuurlijke.
Dus als we torenhoge hakken dragen, of hele dikke, dempende zolen niet omdat het beter is voor je voeten maar omdat het mode is, dan zeggen we daarmee eigenlijk dat we erboven staan. Boven het gewone leven. Dat we een beetje boven de werkelijkheid willen uitstijgen en al dat hobbelen en bonzen niet willen voelen.
Het is natuurlijk geen enkel probleem om daar af en toe mee te spelen. Maar als het een gewoonte wordt en je weet niet beter, dan krijgen je voeten vroeg of laat een probleem. En jij dus ook.
Terug naar de basis. Loop zoveel mogelijk op blote voeten. Kijk eens of er ergens in je buurt een blotevoetenpad is. Of loop op het gras in je tuin, of ergens anders waar gras is. Probeer ook eens van die barefoot-schoenen met een dunne zool, die je voeten omhullen en beschermen, maar je voeten wel hun eigen werk laten doen.
En vraag je af: draag je wel sokken? Ik heb weleens cliënten die heel hip met blote voeten in sneakers binnenkomen en die voeten blijken dan toch koud en verwaarloosd. Vroeger had je het tv-programma Sesamstraat, waar ik weleens naar keek met mijn kinderen, en daar noemden ze sokken ‘voetzorgjes’. Dat ben ik nooit vergeten. Sokken zijn ook voetzorgjes.
Zorg voor je voeten. Geef je voeten ook speeltjes, zoals van die ballen met stekeltjes erop, of een houten voetenplankje met ribbeltjes, waarop je je voeten heen en weer kunt rollen. Als je zoekt op voetmassage, kom je heel veel leuke en niet zo dure dingen tegen die je goed kunt gebruiken.
Praat tegen je voeten. Geef ze complimenten. Neem voetbadjes met kruiden. Smeer je voeten in met speciale voetencrème. Liefst biologisch natuurlijk. Zoek net zolang tot je er een hebt die je echt lekker vindt. Masseer je eigen voeten en die van een geliefde.
Doe alles wat je kunt om je voeten het respect, de waardering en de dankbaarheid te geven die ze verdienen.
En voel je voeten. Voel je benen. Voel je voeten.
Dan sta je echt met je voeten op de grond, in de realiteit.
Dat is een prachtige basis.