Podcast Hou van je lijf #1: Hou van je huid

Hallo, leuk dat je weer luistert naar de podcast Hou van je lijf, maar dan echt hè.

In deze eerste echte aflevering gaat het over je huid. Wat zegt je huid over je innerlijk? En waarom aanraking zo belangrijk is.

Je huid is het grootste orgaan dat je hebt. Dat is meteen al een wonder. De opperlaag van je huid vernieuwt zichzelf namelijk elke vier weken. Dan heb je letterlijk een nieuwe buitenkant. Laat dat maar eens goed tot je doordringen: je huid vernieuwt zichzelf voortdurend. Ze is geen ding, maar een proces.

Een aanzienlijk deel van het stof in onze slaapkamer bestaat uit afgestorven huidcellen. Terwijl jij je huid dus voortdurend opveegt, groeit er alweer een nieuwe. Dat geldt voor alle cellen in je lichaam, maar de huid doet het opvallend snel.

Eigenlijk geldt dit voor je hele lichaam: het is geen ding, maar een voortdurend proces. En dat kun je voelen. Als je aandachtig naar binnen voelt, merk je overal een subtiele trilling, een tinteling, een levendigheid. Dat is het gevoel van het leven zelf. Dingen hebben dat niet. Alleen levende wezens.

Maar de huid is om nog een andere reden fascinerend. Ze vormt de grens waar jij ophoudt en de wereld begint. Je huid zegt daarom veel over hoe jij in het leven staat.

In mijn praktijk als rebalancer valt me iets op. Ongeveer één op de vijf mensen die bij mij op de massagetafel ligt, heeft een uitzonderlijk gave, gladde en zachte huid. Ook mannen hebben dat soms, maar minder vaak.

Het opvallende is dat de meeste mensen met zo’n bijzondere huid zich daar vaak niet van bewust zijn. Ik vraag weleens: “Heeft iemand ooit tegen je gezegd dat je zo’n zachte huid hebt?” Heel soms zegt iemand: “Ja, mijn partner zegt dat weleens.” Of: “Een vriendin heeft dat ooit opgemerkt.” Maar veel vaker reageren mensen verbaasd. “O, echt? Ik dacht dat iedereen zo’n huid had.”

Daar heb ik een theorie over. Ik heb overal theorieën over, dus hierover ook.

Mijn indruk is dat mensen met een uitzonderlijk gave huid een sterke voorkeur hebben voor harmonie. Ze houden niet van vechten. Ze vermijden conflicten als het even kan. Natuurlijk kunnen ze boos worden of opkomen voor iemand die zwakker is dan zijzelf. Maar echt met plezier hun eigen territorium verdedigen? Dat zit meestal niet in hun aard.

En het interessante is dat deze mensen heel vaak over zichzelf zeggen: “Ik ben een pleaser.” Meestal klinkt daar ook nog zelfkritiek in door.

Dan zeg ik: nee, dat mag je van mij niet zeggen. Je bent geen pleaser. Je bent geboren voor een wereld die veel zachter en minder gewelddadig is dan de wereld waarin we nu leven. Helaas is die wereld er nog niet. Mensen met zo’n gave huid hebben daar vaak meer last van dan anderen.

Dus als jij zo bent: begrijp het. Vergeef jezelf. Iedere keer dat je een conflict hebt vermeden, wrijf dan maar eens liefdevol over je armen. Natuurlijk. Geen wonder, met zo’n heerlijke zachte huid. Weet dat je een uitzondering bent.

Mensen met een wat ruwere huid, vaak ook een droge huid, zijn volgens mij meer ingesteld op botsingen met de wereld. Dat wil niet zeggen dat ze ruzie leuk vinden of er goed in zijn. Maar hun ziel verwacht blijkbaar eerder weerstand.

Ik ben zelf zo iemand. Mijn huid is droog en zit vol moedervlekken en sproeten. Dat past precies. In het Enneagram ben ik type 8: de Straatvechter. Op de basisschool vocht ik letterlijk, met jongens. En eerlijk gezegd ben ik ook later, in liefdesrelaties en vaak ook in mijn werk, behoorlijk blijven knokken.

Tegenwoordig woon ik alleen met een kat. Daar vecht ik niet mee, want hij heeft scherpe nagels waar ik niet tegenop kan. Tegenover mijn kat ben ik dus de ultieme pleaser geworden. Dat doet onze relatie veel goed.

En natuurlijk ben ik ouder, wijzer en zachter geworden. Bovendien heb ik in de loop van mijn leven waarschijnlijk een paar zwembaden vol bodylotion in mijn huid gewreven. Ook dat helpt. Mijn huid is inmiddels een stuk zachter geworden.

Dat doet me denken aan een cliënte van wie de moeder smetvrees had. Ze had daar als kind enorm onder geleden en had zelf een extreem droge huid ontwikkeld. Ik vroeg haar eens: “Waarom smeer je jezelf eigenlijk niet in met een bodylotion?”

Ze reageerde geschrokken. “Dat is vies!”

Ik zei: “Schat, dat is niet jouw gevoel. Dat is de angst van je moeder, die je hebt overgenomen. Zoek net zo lang tot je een product vindt dat je heerlijk vindt.”

Dat heeft ze gedaan. Het was een kleine metamorfose. Haar huid knapte enorm op.

Er zijn natuurlijk nog veel meer soorten huid. Misschien schrijf ik daar ooit nog eens een boek over. Welke huidtypen zijn er allemaal? En wat zeggen ze over je innerlijk? Voor nu laat ik het hierbij. Maar kijk eens goed naar je eigen huid. Vraag eens aan een vriend, vriendin of partner: “Wat voor huid vind jij dat ik heb?” En onderzoek vervolgens of dat iets zegt over de manier waarop jij contact maakt met andere mensen.

Want contact is uiteindelijk het doel van de huid.

En daarin zit een prachtige tegenstelling. Aan de ene kant vormt je huid de grens tussen jou en de rest van de wereld. Toen jij als ziel in de buik van je moeder een menselijk lichaam kreeg, werd je als het ware ook in een huid gewikkeld. Zo werd je een eigen wezen, los van het grote geheel. Dat is de oerafscheiding.

Ik vind het mooi dat je dat zelfs in de Bijbel terugziet, in mythische taal. In het Hebreeuws staat dat de eerste mensen, toen ze uit het paradijs verdreven werden, ‘mantels van huid’ kregen. In veel moderne vertalingen is daarvan gemaakt: ‘kleren van dierenvellen’, omdat de vertalers zich daarbij meer konden voorstellen. Maar letterlijk staat er: mantels van huid.

Alsof de mens in het paradijs die afscheiding nog niet kende. Pas toen we in dit aardse bestaan terechtkwamen, kregen we een huid: een grens tussen onszelf en de wereld. We werden losgemaakt uit het oceanische bewustzijn, uit de kosmos, om onze eigen, eigenwijze zelfjes te worden.

Maar tegelijkertijd is de huid juist hét contactorgaan bij uitstek. Het woord contact zegt het eigenlijk al. Het betekent letterlijk: samen aangeraakt. Je voelt de ander met je huid en de ander voelt jou. Contact is letterlijk: samen geraakt worden.

En dat hebben we nodig.

Baby’s die niet worden aangeraakt, ontwikkelen zich niet zoals een gezonde baby zich hoort te ontwikkelen. Maar ook volwassenen gedijen bij vriendelijke aanraking. Niet iedere aanraking is goed. Maar een warme, veilige aanraking, zonder eisen, zonder kritiek, doet iets bijzonders met ons. Daarbij maken we oxytocine aan: het hormoon dat ontspanning, vertrouwen en verbondenheid bevordert.

Er zijn leuke onderzoeken naar gedaan. Serveersters en obers die hun gasten vriendelijk even aanraken, krijgen gemiddeld meer fooi. En artsen of therapeuten die hun patiënten op een prettige manier aanraken, bereiken vaak betere resultaten.

Dat zijn dus de twee schijnbaar tegengestelde functies van de huid: ze maakt je tot een afzonderlijk mens én ze maakt werkelijk contact mogelijk.

Geen wonder dat daar soms iets misgaat. Veel huidklachten lijken, in mijn ervaring, iets te vertellen over contact of juist over een gemis aan contact. Daarbij moet ik denken aan mijn eigen eczeem.

Ik was 42 toen mijn moeder overleed. Kort daarna kreeg ik, voor het eerst in mijn leven, eczeem. De huisarts gaf me een zalfje. Het eczeem verdween… om vervolgens terug te komen in mijn gezicht. Lekker dan.

Twintig jaar lang had ik er last van. Soms viel het mee, soms zag ik eruit als een Ninja Turtle.

In 2018, ik was inmiddels 64, kwam ik bij een therapeut terecht die werkte vanuit de Germaanse geneeskunde. Volgens die benadering ontstaan lichamelijke klachten wanneer een innerlijk conflict is opgelost. Zolang een conflict actief is, heb je geen klachten. Maar zodra de spanning wegvalt, kunnen er klachten ontstaan.

Dat zie je bijvoorbeeld ook als iemand maandenlang veel te hard werkt. Tijdens de drukte houdt hij zich overeind. Maar zodra de vakantie begint en hij eindelijk ontspant, wordt hij ziek. Volgens deze visie is dat geen teken dat het lichaam faalt, maar juist dat het aan het herstellen is.

Die therapeut zei tegen mij:

“Eczeem in je gezicht wijst op een scheidingsconflict met een ouder. Je bent niet aangeraakt zoals je had willen worden aangeraakt. Of juist wel aangeraakt op een manier die je niet wilde. Herken je dat?”

“Ja,” zei ik meteen. “Ik was een ongewenst kind. Bijzonder ongelukkig getimed. Ik heb geen foto’s waarop ze mij als baby vasthoudt of knuffelt. Ik lag altijd ergens anders.”

Hij antwoordde: “Toen je moeder overleed, was dat conflict op zielsniveau voorbij. Zij kon je niet langer afwijzen of aanraken. Daarna ging je huid reageren. Dat noemen wij de genezingsfase.”

Dat raakte me diep. Het was dus alsof mijn onderbewuste zei: ik maak mijn huid wat dikker en harder, zodat ik nooit meer zo hoef te lijden onder een gebrek aan koestering.

“Maar waarom,” vroeg ik, “duurde dat dan twintig jaar? Waarom ging het niet vanzelf over?”

“Hoe is je huwelijk?” vroeg hij.

Ik reageerde onmiddellijk: “Als je maar niet denkt dat ik ga scheiden. In mijn familie is al generaties lang iedereen gescheiden. Maar ik ga dat niet doen.”

Hij stelde nog een paar vragen. En toen sprak hij de gedenkwaardige woorden: “Je hebt geen goed huwelijk. Je doet alleen net alsof je een goed huwelijk hebt.”

Bingo. Ik wist dat het waar was.

Lang verhaal kort: een half jaar later waren mijn toenmalige man en ik, in alle vriendelijkheid, gescheiden. Voor ons allebei was dat eigenlijk een opluchting. En mijn eczeem verdween.

Ik dacht: voorgoed. Maar in de herfst van 2024 volgde ik een intensieve workshop over moeder-dochterrelaties. Daar werd opnieuw een oud stukje pijn aangeraakt en opgelost. En kort daarna verscheen er weer een klein plekje eczeem op mijn gezicht. Mijn eerste reactie was natuurlijk: o nee, ik dacht dat ik hiervan af was.

Zo denken we bijna allemaal. We willen dat een klacht verdwijnt en nooit meer terugkomt.

Maar een lichaam werkt anders. Een lichaam heeft eindeloos geduld. Alles heeft zijn tijd. Blijkbaar was er nog een laagje dat gezien en verwerkt wilde worden. Dat accepteerde ik. Eigenlijk kon ik niet anders. En na een tijdje verdween ook dit plekje weer.

Nog iets heel belangrijks: je diepste wond wordt vaak je grootste kracht.

In mijn familie zat een diepe wond rond contact. Mijn moeders moeder was koel en afstandelijk, en haar moeder waarschijnlijk ook; daar zijn verhalen over. Vermoedelijk gaat die wond nog veel verder terug. Zo worden pijn en gemis soms generaties lang doorgegeven.

Juist daarom ben ik zelf heel goed geworden in contact. Mijn praktijk als rebalancer bloeit, omdat mensen zich veilig voelen bij mijn aanraking. Een van mijn kleindochters zei eens: “Oma, jij hebt de fijnste handen van alle mensen die ik ken.”

Dit is blijkbaar mijn opdracht, mijn zielsmissie: liefdevol contact maken, vooral via aanraking. Een aanraking die niets van de ander wil, niets eist, niets verbetert. Die alleen maar werkelijk contact maakt.

Zo’n visie op aandoeningen vraagt iets van ons geduld. Wij zijn gewend geraakt aan techniek. Je drukt op een knop en er verandert iets. Of iets is verdwenen. Maar een lichaam werkt niet zo. In een lichaam gaat alles cel voor cel. Laag voor laag. Er groeit langzaam een nieuwe werkelijkheid. Hoe minder haast je hebt, hoe rustiger je bent en hoe meer geduld je hebt met je lichaam, hoe beter.

Terug naar de huid.

Heb jij een gave, gladde, zijdezachte huid? Dans dan jubelend door de straten van dankbaarheid zou ik zeggen. Geniet ervan.

Heb je huidproblemen? Onderzoek dan welke boodschap je huid je misschien wil geven.

En hou van je huid.

Hou van je huid!

Nog één laatste gedachte. Aan je huid kun je misschien wel het duidelijkst zien dat je ouder wordt. Je kunt botoxen en liften wat je wilt, maar ergens verraadt je lichaam toch dat er geleefd is. Aan je handen, je hals, je decolleté. Er verschijnen rimpels en ouderdomsvlekjes.

Dat is misschien even slikken. Maar erg is het niet. Het is precies de bedoeling. Je komt letterlijk én figuurlijk wat losser in je vel te zitten. Dat rennen, dat presteren, dat ego-gedoe… het wordt allemaal minder belangrijk.

Ik wil eindigen met een prachtig citaat uit Het fluwelen konijn van Marjorie Williams, een boek uit 1922 dat destijds wereldberoemd was. Het verhaal gaat over een speelgoedkonijn dat cadeau wordt gegeven aan een jongetje. Na een tijd belandt het in de speelgoedkast, waar de andere speelgoedbeesten op hem neerkijken. Alleen een oud leren paard, helemaal versleten, behandelt hem vriendelijk.

Nu citeer ik uit het boek.

“’Echt is niet hoe je gemaakt bent’, zei het leren paard. ‘Het is iets wat met je gebeurt. Als een kind lang, heel lang van je houdt, en niet alleen om met je te spelen, maar echt van je houdt, dan word je echt.’

‘Doet dat pijn?’ Vroeg het konijn.

‘Soms wel,’ zei het leren paard, want hij sprak altijd de waarheid. ‘Maar als je echt bent, dan geef je er niets om dat het pijn heeft gedaan.’

‘Gebeurt het allemaal ineens, net als opgewonden worden?’ vroeg hij. ‘Of beetje bij beetje?’ ‘Het gebeurt niet allemaal ineens,’ zei het leren paard. ‘Je wordt het gewoon. Het duurt een hele tijd. Daarom gebeurt het ook niet vaak met dingen die makkelijk breken, of scherpe randen hebben, of heel voorzichtig behandeld moeten worden. In het algemeen ben je tegen de tijd dat je echt wordt, meestal kaalgeknuffeld. Je ogen zijn eruit gevallen, je poten bengelen erbij en je ziet er haveloos uit. Maar dat geeft allemaal niets. Want als je eenmaal echt bent, ben je niet lelijk meer. Behalve voor de mensen die het niet begrijpen.’

Tot zover dat citaat uit dat boek.

Echt worden kan alleen als je slijt. Je hoeft dus niet te treuren wanneer je huid ouder wordt, wanneer er rimpels verschijnen of je lichaam verandert. Je lichaam is de knuffel. En jij bent degene die de knuffel een leven lang liefheeft. Tegen de tijd dat je je lieve lijf zo’n beetje aan flarden hebt geknuffeld, ben je een echt mens geworden.

Love your body to pieces.

En word echt. Daar gaat het om.

Tot de volgende keer.