Vredig vallen, kan dat ook?

Het is Allerheiligen vandaag, en Allerzielen morgen, en dat zou je de feestdagen van de dood kunnen noemen. In de herfst sterft er veel natuur af; de blaadjes dwarrelen van de bomen en het oude Engelse woord voor herfst is Fall. In de lente, Spring, is het omhoog geschoten, en nu valt het allemaal weer neer.
Half november vorig jaar viel ik van mijn fiets, aangereden door een auto. Ik viel hard met mijn hoofd op straat, de tijd vertraagde, verwonderd besefte ik dat ik geen enkele controle meer had over de val van mijn lichaam en een vage gedachte kwam op: ga ik nu dood?

Niet zo’n gekke gedachte, want er sterven nogal wat mensen na een fietsongeluk.

Volgens de minister moeten we dat voorkomen; hij wil dat alle fietsers een helm gaan dragen, vooral kwetsbare groepen zoals senioren. Het zou vijftig doden per jaar schelen.
Maar ja, dacht ik een beetje cynisch toen ik dat las, dan moeten die mensen dus iets anders verzinnen om aan dood te gaan. Want dood ga je toch. En waarschijnlijk gebeurt dat sowieso als je tijd gekomen is, of je nou een helm draagt of niet.

Het is een oud geloof. De oude Grieken geloofden in de schikgodinnen: Klotho die je levensdraad spon, Lachesis die de lengte ervan afmat, en Atropos, ‘de onafwendbare’, die de draad doorknipte op het juiste moment.
Dat iedereen sterft op het juiste moment is in onze cultuur een vreemd idee, maar ik vind het mooi. Troostend. Er bestaat een oud Perzisch verhaal over en de dichter P.N. van Eyck vertelde het in dit beroemde gedicht, ‘De tuinman en de dood’:

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ –

Van middag – lang reeds was hij heengespoed –
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’

Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ‘s morgens hier nog stil aan ‘t werk zag staan,
Die ‘k ‘s avonds halen moest in Ispahaan.’

Bij ons in het noorden regeerden de schikgodinnen Oerd over het verleden, Verdandi over het heden en Skuld over de toekomst. Ook mooi. Met onze dood lossen we als het ware de schuld in van het leven dat we ooit te leen kregen, bij de geboorte.
Want alles wat leeft hier op Aarde moet sterven. Zo is dat nou eenmaal.
Om plaats te maken voor het nieuwe.
Als ik niet sterf, kan een nieuw iemand niet geboren worden. En voortdurende vernieuwing is de aard van het leven.

Het val-seizoen dus. Maar vallen heeft een slechte naam. “Val dood” wens je niemand toe.
Als je droomt dat je valt, schijnt dat te duiden op faalangst.

Ik had ook gefaald, in veilig fietsen, maar na mijn val was ik nog springlevend. Ik krabbelde op en wilde gauw naar huis. Mensen kwamen aangerend met geschrokken gezichten en ik voelde ook iets druppen van mijn voorhoofd. Ik bleek nogal toegetakeld.
Moest drie weken thuiszitten om op te knappen.
Maar ook dat ging voorbij.
’s Nachts heb ik nog een soort amateur-EMDR gedaan bij mezelf op de val zelf: dat moment haalde ik terug terwijl ik mijn ogen langzaam heen en weer bewoog. Moeilijk, maar het werkte wel, want als ik nu terugdenk aan dat vallen is de schrik eraf. Eigenlijk had het ook wel wat, die afgedwongen overgave.

En als ik de balans opmaak, stel ik vast dat die val voor 20 procent een negatieve gebeurtenis was en voor 80 procent positief. Ja, het deed pijn en ik nam geen pijnstillers want ik geloof in het nut van pijn, dus ik voelde hem goed. Ik was in het begin ook bang: dat er permanente schade zou zijn. Maar de pijn verdween, de wond genas snel, op een scan in het ziekenhuis bleek mijn schedel heel.
En de ‘oogst’ van mijn val was enorm: wat een warme zorg en aandacht, kaarten, bezoek en cadeautjes, lieve gebaren… het leek wel of ik wekenlang jarig was.

En ik fiets nu voorzichtiger.

In mijn praktijk hoor ik ook val-verhalen van cliënten: ze zijn van de trap gevallen of over een stoepje. En verrassend vaak heeft het behalve pijn, angst en gedoe ook iets goeds opgeleverd: inzicht, of rust, of dankbaarheid.

Ik ben erover na blijven denken: waarom vallen we, of wanneer vallen we? Wat is het nut ervan?

Vallen is een hardhandige omhelzing van Moeder Aarde; ze trekt ons bruusk naar zich toe met haar zwaartekracht en wij hebben geen verweer. Elke val is een harde confrontatie met de grond, de basis. Een brute smak in het hier en nu, in het leven in de stof.
We vallen in de realiteit. Alle fantasie, alle illusies en dagdromen van macht en controle laten we noodgedwongen los.

Dat kan weleens nuttig zijn, of nodig. Het kan ons leren hoe belangrijk aarden is, gronden, in ons lijf aanwezig zijn. Het kan ons realistischer maken. Bewuster van onze kwetsbaarheid, ons ultieme gebrek aan controle, onze onvermijdelijke sterfelijkheid.

Ook interessant om over na te denken: hoe minder je je verzet en hoe meer ontspannen je valt, hoe minder schade, doorgaans. Verzet heeft iets heroïsch, en soms kun je niet anders dan je verzetten. Maar als je valt, is ontspannen, meegeven, je overgeven en je lot aanvaarden meestal wijzer.

Als we vallen nou eens wat beter accepteren, er vriendelijker en zachter over denken, zouden we dan ook vriendelijker en zachter denken over falen? En zou de dood dan ook beter te aanvaarden zijn?

Niet minder pijnlijk, nee. Iets accepteren betekent niet dat je de pijn ervan niet hoeft te voelen – het betekent juist dat de pijn er mag zijn. Maar pijn die er mag zijn, is het goud van de spirituele ontwikkeling: ze schoont je op vanbinnen. Je hart maakt er liefde van.

Ontspannen vallen. Loslaten op het juiste moment, naar beneden zweven. Zouden we dat kunnen leren? Zouden we zo ook kunnen sterven, als onze tijd gekomen is?
In overgave.
Misschien zelfs vreugdevol? Zoals de blaadjes?
Dit vers zit al zo’n halve eeuw in mijn hoofd, uit October Song van The Incredible String Band:

The fallen leaves that jewel the ground
They know the art of dying
They leave with joy their glad gold hearts
In the scarlet shadows lying.

6 Antwoorden op “Vredig vallen, kan dat ook?”

  1. Dank voor deze mooie woorden, voor het delen van je inzichten. Het lezen brengt mij veel “jaaaaa dat !” momenten. (H)erkenning.

    1. Fijn om te horen Bettina!

    2. Mooi …the art of dying … Als onze tijd gekomen is weten we vast hoe dat gaat … ?

  2. O wat mooi weer geschreven Lisette❤️
    Altijd moet ik zo lachen en zie ik een beeld van jou en je verhaal…
    ‘Alsof ik wekenlang tijd jarig was…zoveel aandacht en cadeautjes en meer’

    Zo Lief en grappig vind ik jou Lisette Thooft

  3. Kan pijn ook vallen in je hart? Of botst pijn tegen je hart aan en neemt ze daarna langzaam bezit van je hart, waarna je besluit dan maar een muurtje eromheen te bouwen.
    Ik ga mee in je advies om te voelen en vooral ook de tijd te nemen om te voelen, mindful aanwezig te zijn bij hoe de pijn in je kruipt of zich al in je genesteld heeft. Dat vraagt om stilte en bewustzijn en mezelf serieus nemen. Pfoe. Ik neem me voor het echt te doen. Dankjewel Lisette voor je woorden.

    1. Nee als er iets botst, is het je ‘zelf’ of ego. Je hart laat geen muurtjes om zich heen bouwen, dat zit allemaal in je denken. Pijn is niet iets om te wantrouwen, maar om vriendelijk, nederig en geduldig te ondergaan.

Geef een reactie