Alles leeft!

‘Het luie meisje’ was een van mijn lievelingsboeken toen ik een kind was. Een meisje woont alleen met haar kat in een huisje en ze is zo lui dat ze alles laat verslonzen en de kat verwaarloost.
In een maanverlichte nacht vertrekt de kat – en de meubels richten zich op en gaan mee. Op het plaatje hierboven zie je ze in een rijtje het huis verlaten.
Ten slotte verheft zelfs het huis zich, het hobbelt achter de spullen aan.
Het meisje wordt wakker, rent achter haar huis aan en de spullen weten haar met vereende krachten in een wastobbe te trekken. Ze krijgt een flinke wasbeurt; haar kleren wassen zichzelf en hangen zichzelf aan de lijn om te drogen.
Als ze in de spiegel kijkt, wordt ze helemaal blij van dat nieuwe frisse, blozende meisje. Ze gaat ijverig aan het werk om alles schoon te maken en te verzorgen. Op het laatste plaatje van het boek plukt ze bloemetjes, met haar blije kat. 
 

Ik resoneerde sterk met dat boek: mijn eigen binnenste was immers net zo verwaarloosd als die dappere poes en die arme spulletjes, en zodra ik groot genoeg was, ging ik ijverig op weg om alles op te poetsen.

In veel kinderboeken en kinderfilms komen pratende dieren voor, ook voorwerpen die praten en bewegen en als kind vond ik dat fantastisch, ik was dol op magie, toverachtige dingen, wondertjes. En hoe ouder ik word, hoe beter ik begrijp dat alles leeft.

Op mijn achttiende werd ik au pair in Oxford bij een oud echtpaar, professor Katkov en zijn vrouw. Hij was een Russische geleerde, zij was Oostenrijkse. Mrs. Katkov vertelde me waar alles hoorde in de keuken: The spoons live in this drawer. Zo zeggen Engelsen dat, legde ze uit: en ze voegde eraan toe: Inanimate things have a life of their own. Die zin ben ik nooit vergeten – onbezielde dingen hebben hun eigen leven.

Ik praat natuurlijk met mijn planten, dat doet iedereen die van planten houdt. En Tommy mijn kat verstaat alles en praat gewoon terug.
En ik praat ook met mijn spullen.
Herken je het?
Vooral apparaten hebben aandacht en erkenning nodig, is mijn ervaring. Ik zeg “dank je wel” als mijn lieve autootje me waarschuwt dat het licht nog aanstaat. Of als ik de was uit die knappe wasmachine haal. En zeker als de printer het goed gedaan heeft, want die heeft weleens een slecht humeur.

Nu las ik het weergaloos mooie boek Is a River Alive? van Robert Macfarlane en begrijp ik dat ook rivieren leven. Een paar keer was ik in tranen tijdens het lezen, diep ontroerd, diep onder de indruk. Over rivieren die doodgemaakt zijn door het chemische afval dat erin geloost wordt, stroperig en olie-achtig zijn geworden en soms spontaan vlam vatten. En over rivieren die belemmerd zijn door dammen die hun leven smoort. Maar ook over wilde rivieren die imposant voort denderen en waarop hij en zijn compagnons in kajaks bloedstollend spannende avonturen beleven. Over de bijzondere dieren die hij ziet. En over de fantastische mensen die hij ontmoet, helden die ervoor zorgen dat rivieren rechten krijgen, een stem. Natuurlijk leeft een rivier, kun je alleen maar concluderen. Wat kan die Macfarlane fantastisch mooi schrijven, meeslepend en poëtisch.

Alles leeft. Rivieren zijn de aderen van de Aarde en de Aarde leeft, alles op Aarde heeft een eigen leven. Daar oog voor krijgen maakt ons groter, dieper, rijker. Macfarlane citeert een van de bijzondere mensen die hij tegenkwam op zijn riviertochten, Yuvan: “Mijn eigen spirituele observatie is dat een klein ‘zelf’ lijdt en lijden veroorzaakt, maar dat liefde voor de levende wereld aparte identiteiten en zelven groter maakt zodat ze meer wezens en landschappen omvatten, zodat het zelf iets ruims wordt…”

Dat vind ik peilloos diep. Essentieel.

Osho zegt het ook in de Zen Tarot bij de kaart Ice-olation: “Je kunt óf in het bestaan zijn óf in het zelf zijn – allebei tegelijk kan niet. Als je in het zelf zit betekent dit dat je je afzondert, dat je afgescheiden bent.” Dan bevries je, zegt hij, door die grens tussen ‘ik’ en ‘niet-ik’: je stroomt niet meer, je wordt een ijsblokje. Door warmte smelt het ijs.
Door warm te lopen voor alles wat leeft om ons heen, door er contact mee te maken en ervoor te zorgen, worden we ruimer, stromender, levender.

De Japanse Shinto-religie is erop gebaseerd: alles heeft een Kami, een geest, rivieren, bergen, bomen: die vereren en respecteren maakt het leven goed. In de antroposofie kennen we de elementair-wezens die de natuur bezielen – de elfjes, zeg maar, de kabouters en de andere natuurwezens waarin ook elk kind nog gelooft, volkomen terecht.

Maar ook onze organen zijn bezield door spirituele wezens, zegt de antroposofische leraar Thomas Mayer in zijn boekje Overcoming Fear. Je kunt ermee gaan zitten en elk orgaan begroeten met een vreugdevolle glimlach: “Lief wezen van mijn longen, wat heerlijk dat je bestaat. Ik hoop dat het goed met je gaat, en ik glimlach naar je. Lief wezen van mijn lever, ik groet je. Hoe is het vandaag met je? Laat me je strelen.” Als een orgaan niet gezond is, kun je het extra liefdevolle aandacht geven en vragen wat het nodig heeft.

Vandaag is Allerheiligen en morgen is het Allerzielen: op deze dagen herdenken we dat ook de doden er nog zijn, dat ook de doden voortleven en ons kunnen inspireren, hulp en raad geven. De oorsprong van die feesten is Samhain, het Keltische feest waarmee gevierd werd dat de sluier tussen ons en de doden tijdelijk dunner wordt, zodat we beter met ze kunnen communiceren.

Als kind weten we nog dat alles leeft. Hoe zou het zijn als we die innerlijke kennis weer gaan koesteren? Wat doet het met ons als we alles behandelen alsof het leeft, alsof het waard is om zorg en aandacht aan te geven, te koesteren, er dankbaar aan te zijn?
Dan gaan we ijverig op weg om alles op te poetsen.

 

 

(Illustraties van Zdenek Miler, uit de Tjechische tekenfilm ‘Lenora’ van Eduard Hofman)

7 Antwoorden op “Alles leeft!”

  1. Alles leeft. Zeker. Ook alles wat ogenschijnlijk niet natuurlijk is ontstaan, want gecreëerd vanuit ideeën en handelingen die natuurlijk zijn.
    Terwijl ik dit noteer, merk ik dat het woord ‘natuurlijk’ beperkend voelt…
    Alles is alles.

    1. Dank je wel voor je leuke respons Julia. Het doet mij denken aan mijn vader, die 60 jaar geleden zei: “Een telefoonboek is ook natuur, want wij zijn natuur en wij hebben het gemaakt.” Bijzonder om het zo uit te breiden.

  2. Heerlijk herkenbaar!
    Zo draai ik eens in de zoveel tijd mijn stapeltje washandjes om omdat ik het anders zo zielig vind dat het onderste washandje nooit aan de beurt komt 🙂
    Het is zeker zo dat alles met bezieling benaderen je leven zoveel ruimer maakt en verrijkt.
    Fijn om dit stuk te lezen en misschien dat ik dat boek van Robert Macfarlane ook eens ga lezen.

    1. Daar zul je zeker geen spijt van krijgen Gaby, het is echt een van de allermooiste boeken die ik ooit gelezen heb.

  3. Heel erg dankbaar dat ik u heb mogen ontdekken via google, omdat ik naar boeken opzoek ben over lymfedrainage. En ik uw boek ‘Vrienden worden met je lijf’ voorbij zag komen, wat mij natuurlijk direct aansprak. Uiteindelijk kwam ik op deze blog terecht; wat een leesplezier!

    1. Fijn Jeanice, dat je iets aan mijn werk hebt. Lichaamsbewustzijn bevorderen is waarvoor ik op Aarde ben!

  4. Mooi hoe op jonge leeftijd boeken zo’n invloed op ons kunnen hebben…
    Zelf moest ik denken aan het boekje wat ik keer op keer herlas ” Hoe trotskopje genas” . later besefte ik pas dat genas niet haar naam was maar een begrip.
    Zij groeide op in een arm gezin. Een rijke kinderloze vrouw nam haar op en verwende haar. Toen het meisje haar arme, zieke vader zag lopen heeft ze hem niet willen begroeten/kennen omdat ze zich schaamde voor hem….Later komt ze wel weer nader tot haar familie, gelukkig. Tranen met tuiten heb ik bij het lezen gelaten.

Geef een reactie