Laat niks los! Doe niets weg!

“Moeder, magge me naar de vullis?” Zo begint het boek Lijsje Lorresnor, dat ik had als kind. Lijsje en haar zussen gaan naar de vuilnisbelt om waardevolle spulletjes te zoeken. Het gezin is zo arm dat moeder dat wel goed moet vinden, al drukt ze hen op het hart om te zorgen dat niemand het ziet. Zus Marie komt met praktische dingen terug waar moeder wat aan heeft. Lijsje vindt een lapje van rood fluweel, een strohoedje: ze is romantisch, een kunstenares in de dop.

Misschien komt het daardoor dat ik afval altijd iets fascinerends heb gevonden, en ook weleens iets meeneem wat bij een vuilcontainer staat. Dat vrijwel perfecte autostoeltje bijvoorbeeld, toen ik er net een nodig had voor mijn kleinzoontje. Een plant. Het is ongelooflijk wat er allemaal staat.

Hoe rijker we zijn, hoe meer afval we produceren. Eens zag ik een strip van Peter van Straaten in de serie ‘Vader en zoon’ die me is bijgebleven. De vader staat uit het raam te kijken en zegt: “De buurman heeft promotie gemaakt.” “Hoe weet je dat?” vraagt de zoon. “Er staan drie vuilniszakken aan de straat, in plaats van twee.”

In de boekwinkel zag ik Grof vuil van de Amerikaanse journalist Alexander Clapp, over de verwerking van afval over de hele wereld, en dat kocht ik meteen, maar het lag lang op mijn lees-stapel. Ik aarzelde om het te lezen, vroeg me af of ik wel wilde weten wat erin stond. Het bleek nog schokkender dan ik vreesde. De manier waarop wij met ons afval omgaan, is onbegrijpelijk grof, onmenselijk vuil.

Kort samengevat: “Sinds de jaren tachtig zijn er steeds grotere hoeveelheden afval van de rijke landen naar de arme landen geëxporteerd,” schrijft Clapp, “…niet omdat dat [daar in die arme landen] op een veilige en efficiënte manier kan worden gerecycled, maar juist omdat dat níet kan. Het is nog altijd makkelijker, goedkoper en prettiger voor het oog om die rommel ergens anders naar toe te brengen.” Daar, ver van ons bed, vervuilt en vergiftigt de afvalverwerking het land en het water. Gif sijpelt door in de bodem en komt in het grondwater terecht, plastic verstopt de rivieren en drijft naar zee. Clapp is zelf op veel van die plekken gaan kijken – hij ziet bijvoorbeeld een tandpasta-tube uit Nederland liggen op een vuilnisbelt in Indonesië – en hij beschrijft hoofdstuk na hoofdstuk hoe smerig de zaak is, wie er geld mee verdienen en hoe het kan dat het nog altijd doorgaat. Erger: dat het na pogingen om het te stoppen vaak explosief toeneemt.

Wat we eigenlijk aan het doen zijn, is ons giftige afval verdringen, wegduwen, uit het zicht zetten.

Zo binnen, zo buiten. Wij zijn de wereld en wat er gebeurt in het groot, gebeurt vaak ook in onze eigen ziel. Ook in ons binnenste hebben we liever niets dat stinkt, gebroken en gescheurd is, dat ons niet meer bevalt. En ook die emoties sturen we liever ver weg, projecteren we op anderen – “Het is zijn/haar/hun schuld dat ik ongelukkig ben.” Of we verdringen ze, onderdrukken ze en verbannen ze naar de verborgen vuilnisbelt van het onderbewuste. Ik spreek als ervaringsdeskundige, ik heb het zelf heel lang gedaan.

“Dat mag ik nu loslaten,” zeggen cliënten in mijn rebalancing praktijk vaak als ze vertellen over een oude pijn, een slechte gewoonte of een overlevingsstrategie waar ze vanaf willen. Begrijpelijk: ze verlangen naar rust in hun ziel, verlossing van de beklemming, balsem op de wond.

Maar ja, wat je wegduwt gaat niet weg, het duikt alleen onder. Vroeg of laat worden we geconfronteerd met de gevolgen van alles wat er niet mag zijn. Het sijpelt door onze grond, het komt door de kieren naar buiten, er rommelt iets in ons leven en we worden er ziek van.

In een rebalancing-traject is het doel niet om los te laten. Niets is ongewenst afval, hoe pijnlijk ook. Alles kan omarmd worden, toegelaten tot het bewustzijn. Ook in onszelf kunnen we op zoek gaan naar oud emotie-afval. En dat kunnen we recyclen. Dat wil zeggen: de moeite nemen om dat wat er in ons onderbewuste zit bewust te maken, tot op de bodem te onderzoeken en te transformeren tot iets nieuws. En nee, dat is niet prettig, en ja je krijgt er bij wijze van spreken vuile handen van. Maar het is goed en nobel werk.

Van oud verdriet kunnen we compassie maken. Van oude angst wakkerheid, onderscheidingsvermogen. Oude woede transformeert door bewustwording tot kracht en moed. Oud onbehagen en schaamte kunnen bronnen worden van van milde humor, zachte zelfspot en relativering.

Ook in ons innerlijk vinden we lapjes van fluweel en leuke hoedjes.

8 Antwoorden op “Laat niks los! Doe niets weg!”

  1. En weer raak Lisette, wat een helderheid, dank je wel!

    1. Jij ook bedankt voor je respons. Het is heerlijk om te merken dat lezers herkennen wat ik bedoel.

  2. Een ander perspectief, zo mooi en raak omschreven, dank je wel om te delen ! 🙏🙏🙏❣️

    1. Fijn dat het je raakt!

  3. Dank weer voor dit mooie bewust maken. Ik ben zelf ook helemaal niet liefhebber van de term ‘loslaten’. In mijn werk in de GGZ zeuren ze ook eindeloos over loslaten. Maar het kan niet. Het is er. Alle trauma en verdriet is onderdeel van je en vormt je. Ben zo blij met hoe jij het beschrijft; transformeren van wat is.
    Thanks for this, Lisette. En voor de boektip. Heb het uit de bieb gehaald. Liefs x

    1. Dank voor je leuke respons! Ja loslaten is enorm in. Fysieke spanning loslaten is al ingewikkeld als het ‘moet’ – van mezelf of een ander. Controle op commando loslaten gaat al helemaal niet.

  4. Dank je wel lieve Lisette,

    Ik kan me zo vinden in je denken.
    Vind het zo herkenbaar allemaal.

    Dank je wel🌷

  5. Dit doet me herinneren aan alweer jaren geleden -toen loslaten ook al in was-. Ik durfde er niet eens voor uit te komen. Liefdeloos, dat gevoel kreeg ik erbij. Zeker als bedoeld werd dat je je (grote) kinderen los moest (kunnen) laten, ik werd er boos door. Toen ging ik dit hardop uitspreken. En zo ontstond de term Anders Vasthouden. Klinkt al liever… en inspirerend!
    Dankjewel Lisette

Geef een reactie