Ik ga maar weer eens naar de kerk, vandaag, Allerheiligen.
Vorige week was ik in Londen met drie kleinzoons, we logeerden in een appartement in St. Pancras en op zondagochtend moesten ze van mij mee naar de mis in The Old Pancras Church, op de foto hierboven. Ik vond het heerlijk, mijn kleinzoons trouwens ook, het was zo vriendelijk en warm, met een prachtige preek over liefhebben als het hoogste gebod, en bij de communie zowaar een slokje sterke zoete witte wijn, dat gaf er toch wat meer sjeu aan, moet ik zeggen.
Later zocht ik nog even op of ik wel mee had mogen doen met die communie, want ik ben rooms-katholiek gedoopt en dit was een Anglicaanse kerk. Nou dat mocht van de anglicanen wel, maar van de roomsen niet. Ik was gerustgesteld – die roomse regels heb ik in mijn leven al zo uitbundig overtreden, dit kon er ook nog wel bij.
Sint Pancras of Pancratius was volgens de overlevering een jongen van 14 jaar die begin 4e eeuw werd onthoofd op last van keizer Diocletianus, omdat hij weigerde te offeren voor de Romeinse goden. Hij was een wees, werd opgevoed door zijn oom. Ze waren christenen en dit was de laatste en heftigste christenvervolging in het Romeinse rijk; duizenden christenen werden vermoord. De keizer wilde Pancras nog gratie verlenen vanwege zijn leeftijd maar de jongen weigerde dat, en stierf dus mee met de anderen. Al snel werd hij heilig verklaard, beschermheilige van de jeugd (en van hoofdpijnlijders).
Na de mis ging ik een kaarsje voor hem branden.
“Wat zouden jullie doen,” vroeg ik mijn kleinzoons, “mee naar de hemel met de groep, of in je eentje achterblijven? Ik zou meegaan, maar ja, ik ben al oud.” Een van hen zei, en ik vond het dapper: “Ik zou toch kiezen voor leven.”
Interessante vraag eigenlijk: ik zou wel dood willen als dat gezelliger is met z’n allen, maar zou ik bereid zijn te sterven voor mijn geloof? Veel heiligen zijn gedood om hun geloof, vooral in de begintijd van het christendom. En ik voel mij wel degelijk een christen, hoe ouder ik word hoe meer, maar mijn leven ervoor geven? Ik geloof het niet, nee.
Want wat geloof ik nou eigenlijk? Mijn geloof is nogal vloeibaar. Ooit heb ik bedacht: het leven is sowieso een onbegrijpelijk wonder. Dus als ik nou alles geloof wat ik lees en hoor, zit ik waarschijnlijk dichter bij de waarheid dan als ik niks geloof. In de mis prevel ik dan ook onbekommerd mee met de geloofsbelijdenis; met mijn lenige symbolisch-denkende geest kom ik een heel eind.
Tot het een beetje wringt, bij ‘ik geloof in de heilige katholieke kerk en de gemeenschap van de heiligen’…
Wat is heilig? En wat is eigenlijk heilig voor mij?
To hallow is heiligen: Hallowed be Thy Name zeggen ze in het Engels, Uw naam worde geheiligd. Halloween, gevierd met spoken en snoep, was All Hallows’ Eve, de avond voor Allerheiligen.
Ik vraag het aan de I Tjing, voor mij ook best een heilig boek trouwens: wat is heilig voor mij? Geweldig antwoord: ‘De mondhoeken.’ Let op je woorden, en waarmee je jezelf voedt. De wijze voedt de waardevolle mensen.
Ha, ja, biologisch eten! Doe ik al heel lang, zoveel mogelijk. Want Moeder Aarde is heilig, die mogen we niet vergiftigen.
En ja natuurlijk, taal die kan helen is ook heilig en het ontroert me als ik denk aan alle spirituele leraren en therapeuten die mij zo diep hebben geraakt, die mijn leven veranderd hebben, geheeld.
En ja, dit geloof ik: je kunt je leven heiligen met aandacht, de aandacht waarmee je jezelf en anderen geestelijk en lichamelijk voedt met wat goed is, wat heel is en heilzaam, elke dag opnieuw.
Wat is heilig voor jou?