Toen mijn kinderen klein waren, had ik moeite met Sinterklaas. Zo’n glasharde leugen vertellen en uitgebreid volhouden: het zat me niet lekker. Dus op een dag in de herfst vertelde ik mijn dochtertje van vier dat Sinterklaas niet echt bestond.
Ze was er stil van. Verdrietig.
“Vind je het erg?” vroeg ik.
“Ik vind het zo zielig voor die lieve Sinterklaas,” zei ze, “dat hij niet bestaat.”
Au.
Dat had ik toch niet zo goed aangepakt.
Dus toen mijn zoontje aan Sint begon, vertelde ik hem meteen vanaf het begin dat het een spelletje was, een groot spel waaraan alle grote mensen meededen.
Dit was eind jaren tachtig van de vorige eeuw, hij zat op een hippe crèche. Op een dag werd een Surinaams-Nederlandse leidster voor de ogen van de kinderen wit geschminkt en ze kreeg een lange witte jurk en een rode jas aan en een mijter op, en een witte leidster werd zwart geschminkt en trok pietenkleren aan. Ze speelden sinterklaasje en daarna kleedden ze zich weer om – waar de kinderen bij waren – en wasten de schmink van hun gezicht.
De kinderen vonden het prachtig, Sint en Piet op bezoek.
Het sinterklaasverhaal is geen leugen, maar een mythe. Het oude mythische verhaal over cadeautjes die van boven komen en ons in de schoenen vallen heeft een diepe symbolische betekenis: het zijn de spirituele geschenken van innerlijke groei en inspiratie die we uit de hemel kunnen ontvangen in de lange winternachten. Pieter van der Ree schreef er een prachtig boek over: Sinterklaas en het geheim van de nacht.
In een materialistische cultuur zoals de onze mist die diepere laag en daardoor verandert het verhaal in een leugen.
Maar een spel is geen leugen. Kleine kinderen gaan helemaal op in hun spel: ze zijn echt vadertje en moedertje, Sint en Piet waren echt op bezoek.
Volwassenen begrijpen dat een spel een soort afspraak is; iedereen weet dat het een spel is. Als je helemaal opgaat in het spel kun je dat vergeten, maar volwassenheid brengt mee dat je je er toch bewust van blijft. Alleen al omdat er in de meeste spelletjes een competitie-element zit, om het boeiend en leuk te maken, en het gaat natuurlijk niet om het winnen, het gaat om het samen spelen. Ware spelkunst is hartstochtelijk meespelen, en als het moet sportief verliezen. Dat kan alleen in een spel, niet als het bloederige ernst wordt.
Spelletjes spelen is fijn. Ik kon het niet zo goed toen ik jonger was, ik vond spelen eigenlijk zonde van de tijd, alles moest altijd Echt zijn van mij. Maar ik leer het steeds beter, vooral van mijn kleinkinderen.
Vaak moeten we heel hard lachen. (Bijvoorbeeld toen we pictionary deden op een flapover: kleinzoon tekent sneeuwvlokken, andere kleinzoon roept: “Het regent gehaktballen!” Dagen later kon ik er nog om grinniken.)
Alleen al daarom is spelen goed voor je gezondheid: voor je dopamine, je serotonine, je bloeddruk. Zonde van de tijd is het natuurlijk juist niet, integendeel, het is misschien wel het nuttigste wat we met onze tijd op Aarde kunnen doen.
Mijn Nieuwsbrief schrijf ik met zoveel plezier omdat het vanaf het begin voelde als een soort krantje spelen. En mijn podcast is een soort radiootje spelen. Heerlijk.
Volgens mensen die wijzer zijn dan ik, is het hele leven eigenlijk een spel.
Shakespeare schreef: All the world’s a stage/ and all the men and women merely players. Vondel: “De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.”
Leela is het Sanskriet woord voor het heilige spel van God.
Speelt God dan een spelletje met ons? Nee, God speelt dat spel met zichzelf. We zijn allemaal stukjes van God die net doen of ze afgescheiden zijn, los staan van alle anderen. Dus je begint bij wijze van spreken in de ganzenbord-gevangenis, een soort escape room, maar iedereen kan zichzelf bevrijden, dat wil zeggen: het eenheidsbewustzijn hervinden.
Je hebt er wel reïncarnatie bij nodig, want het lukt pas na een heleboel levens.
Als ik van een cliënt een levensverhaal hoor met opmerkelijk veel trauma zeg ik weleens iets als: “Dat klinkt als een advanced level game. Jouw ziel was er kennelijk aan toe om het eens flink lastig te maken voor jezelf.”
Ik vind dat een fijne manier om ernaar te kijken. Als het hele leven een spel is, een heilig spel, kan ik nog steeds met hart en ziel betrokken zijn. Treuren om tragiek. Woede voelen om onrecht. Schaterlachen om absurditeit. Uit volle borst mijn best doen.
Maar toch ligt er een soort luchtlaagje onder.
You win some, you lose some, it’s all in the game.
Mij helpt dat idee om te glimlachen als er iets stroef gaat. Om mezelf makkelijker te vergeven.
Hoe is dat voor jou?
Dank je weer Lisette ik vind het super fijn jouw teksten!!
Ja idd. glimlachen als het lastig voelt in jezelf door omstandigheden, situaties in contact met anderen hun woorden. Het leven als een spel zien niet vanaf een geïsoleerd plekje maar er middenin…
Maar ja vanuit mijn plekje hier op aarde is dat wel het minste. Word je geboren in Iran b.v. of zit je al jaren in een omgeving van oorlog weet ik niet of me dat zou lukken.
Ik gun iedereen een plek op aarde waar de omgeving zo is dat je geen last hebt van dat soort toestanden.
Ik vroeg mijn kleinkind paar jaar geleden wat schrijven we op de kerstkaart (zij was toen 4 jaar)
Zij zei, we wensen iedereen heel veel Kerstmis!
Ha ha nou of we daar nou zo blij mee moeten zijn?
Ik snap haar, ik houd ook veel van Kerst.
Dank je wel Cloudette voor je reactie. Ja we kunnen onszelf vergelijken met anderen die het veel minder goed hebben. En we kunnen onszelf ook vergelijken met anderen die het veel beter hebben. Maar we kunnen ook stoppen met onszelf te vergelijken met anderen en besluiten om dít ene leven, ons eigen leven, zo goed mogelijk te doen. Waar je kunt helpen, doe je dat, en waar je niet kunt helpen, berg je de pijn in je hart, dat er compassie van maakt.
Dank je wel Lisette. Fijn en goed om te lezen. Zo’n 60 jaar geleden zag ik meteen met het Sinterklaas-bezoek wie de Piet was en ik deed er verder niets mee. Het was voor mij gewoon Sinterklaasfeest. En ja het leven is een spel. Mijn vader zei altijd tegen mij: het leven is een spel. Ga het spelen. Speel je rol en ga genieten. Woorden die mij altijd dierbaar zijn en bijblijven. Alsof hij het nu weer in mijn oor fluistert. Ik wens je een gezellige wintertijd.
Dank je wel Ineke, en je had dus een wijze vader.
De belevingswereld van een kind vind ik prachtig. En wat Sinterklaas betreft heb ik deze zelf (bijna) nog. En onze kinderen, elk op eigen wijze. Onze oudste vroeg: Bestaat Sinterklaas? De kinderen op school zeggen van niet. Mijn vraag’ wat denk je zelf?’ Antwoord: Natuurlijk wel. Dus lieten we het bij zijn beleving. Onze dochter vroeg hetzelfde en met de vraag kwam: ‘eerlijk zeggen’. Dus kwam er van ons een eerlijk antwoord. Het opzetten van de schoen, soms zat er wat in soms niet. Verrassing of oh jammer. Elke keer weer spannend. En soms was het paard geweest want er lag (roggebrood)poep. En was het 5 december, Sinterklaas dan was het echt wel echt. De heerlijke beleving van een kind op eigen wijze. Er zit een verlangen in. Zoals: Zonsondergang: ‘Mama kan de zon wel zwemmen?’ Door microfoon pratende buschauffeur: ‘Papa de bus kan praten’.
Jullie hebben er allemaal van genoten zo te zien, fijn.