Bijna jarig: eind april is het precies tien jaar geleden dat ik mijn eerste nieuwsbrief per Mail Chimp verzond. Zo’n blog als in die eerste nieuwsbrief stond, zou ik nu nooit meer schrijven. Hij ging over het wonderlijke fenomeen dat mannen in bed soms zo schattig gaan ruiken dat het lijkt op babygeur. Ik zet hem voor de lol hieronder, maar eerst wat mijmeren over de afgelopen tien jaar. Wat is er veranderd, wat heb ik opgelost of bijgeleerd?
Die eerste nieuwsbrief ging naar 694 mailadressen. Inmiddels zijn dat er bijna vijfduizend, en wat een fijne, betrokken en enthousiaste abonnees heb ik. Jullie dus, mijn lieve lezers. Ik ben diep dankbaar en geniet enorm van jullie respons.
In april 2016 was ik nog hoog en droog getrouwd en vast van plan dat eeuwig te blijven, in Broek in Waterland. Nu ben ik alweer bijna acht jaar een happy single in Rotterdam Noord. Totaal niet meer geïnteresseerd in de geur van mannen tijdens het vrijen, eerlijk gezegd zelfs helemaal niet meer in vrijen. Mag wel toch, op je bijna-73e? Maar dat had ik echt nóóit gedacht: vroeger vond ik mijn seksuele relatie het allerbelangrijkste in mijn leven. Het moest tantrisch, enzovoort. Maar voor mijn gevoel is die periode van veertig jaar onder de plak van geslachtshormonen een soort tocht door de woestijn geweest en ben ik nu in het Land van Melk en Honing. Een antroposoof legde me ooit uit hoe veilig dat is, met melk voor de baby’s, honing voor de oudjes.
Grappig hoe een mens ook totaal omgekeerd kan gaan denken. In mijn derde nieuwsbrief zei ik dat de prinses in het sprookje ‘De kikkerkoning’ staat voor de ziel die uit de hemel komt en de kikker voor de natuur, en nu zie ik dat het andersom is. De prinses in sprookjes vertegenwoordigt bijna altijd onze aardse kant, ons lichaam en ons gevoel. En de prins de hemelse kant, het bewustzijn. Daarom moeten ze ook trouwen, want sprookjes gaan over onze innerlijke ontwikkeling, het is allemaal psychologische symboliek.
Wat nog meer? In 2016 had ik zes kleinkinderen, nu heb ik er acht, alle acht hartstochtelijk bemind.
Toen wist ik zeker dat ik altijd voor tijdschriften zou blijven schrijven want dat was het fijnste werk op aarde. Nu ben ik rebalancer en ik schrijf nog steeds veel, maar alleen nog sporadisch in opdracht, meestal voor Happinez.
Toen had ik al mijn eigen tanden nog en ik woog een paar kilo minder. Maar nu ben ik een blijer mens.
Misschien zijn dit wel de belangrijkste verschuivingen: ik ben optimistischer geworden, en tegelijkertijd ook fatalistischer.
Optimistischer omdat ik zoveel goeds zie gebeuren in de wereld. Als ik met jonge mensen praat, sla ik achterover van bewondering hoe rijp en wijs ze zijn, hoe diep en vriendelijk, vergeleken bij hoe wij vroeger waren op die leeftijd. In landelijke dagbladen lees ik steeds vaker artikelen en interviews die vroeger in een spiritueel tijdschrift hadden gepast – over mediteren, ademen, biologische landbouw, alternatieve geneeswijzen enzovoort. Het zijn maar twee voorbeelden, maar ik zie dus het bewustzijn rijzen op de werkvloer van de wereld, zeg maar, precies zoals de Amerikaanse sociologe Martha Beck vertelt in haar fantastische filmpje The Piramid and the Pool. (Kijken! – als je het nog niet kent. Je wordt er op slag een optimist van).
Fatalistischer ben ik ook, meer berustend, of misschien moet ik zelfs zeggen: realistischer. Ik merk dat ik veel meer dan vroeger begrijp hoe weinig mijn leven afhangt van wat ik zelf bedenk, wil, plan, probeer te bereiken – en hoe ‘vanzelf’ het allemaal gaat. Een dame van 100 jaar oud zei het ook in een Volkskrant-interview deze week: “Besluiten heb ik niet genomen. Alles ging vanzelf, in het leven kom je van het ene in het andere terecht.” Je kunt protesteren: ze had toch keuzes gemaakt..? Maar het voelde voor haar alsof ze niet anders kon.
Dat herken ik. Mijn scheiding was geen keuze, ik kon niet anders. Rebalancer worden was geen keuze, het was een roeping. Mijn lot.
Ik probeer allang niet meer te manifesteren.
Mijn diepste verlangen is te doen wat Het Leven van mij wil. (Het Leven, ook bekend onder de naam God, je weet wel).
Dat heb ik in die tien jaar bijgeleerd.
(Voor de liefhebber, pietsje ingekort:)
Mijn eerste nieuwsbrief-column, 28 april 2016
‘Bed & Babygeur’
Jaren geleden kreeg ik eens een boos verwijt van een minnaar, L. Ik had in bed tegen hem gezegd dat hij rook als een baby. Maar nu had hij zelf van J., de minnaar die ik vóór hem had, gehoord dat ik tegen J. ook weleens had gezegd: je ruikt als een baby.
Of ik me maar even kon verantwoorden.
Ik stond met de mond vol tanden. Ik kon het me totaal niet herinneren. En wist ik veel dat mannen onderling dit soort intieme informatie uitwisselden…
Maar later hoorde ik van een vriend van mij dat een vrouw tegen hem precies hetzelfde had gezegd in bed: je ruikt als een baby. En nu vraag ik me af: hoeveel vrouwen zeggen dat tegen een man, kunnen we daar een meldpunt voor opzetten? En waarom zeggen wij dat? Babygeur is zo ongeveer de lekkerste aller geuren. En het ligt niet aan de Zwitsal of de Weleda Babylotion, het is de baby zelf die zo verrukkelijk ruikt. Naar mens, maar dan een mens op zijn allerbest, allerliefst, allerschoonst en allerintiemst.
Hoe kan het dat mannen naar baby gaan ruiken?
Ik zag een paar mogelijkheden. Misschien verlangde ik destijds zo naar een baby dat ik die voor mijn geestesneus al kon ruiken? Dit gedoe met die minnaars speelde zich lang geleden af, voor ik moeder werd. Of was het eerder een uiting van bezorgdheid, zo van: jij ruikt naar baby, ik mag wel oppassen..?
Of was het misschien gewoon waar?
Ooit hadden we in een groepje redacteuren van het blad Onkruid een gesprek over zweet. De bioloog Midas Dekkers had ergens geschreven dat wij elkaars zweet lekker zouden moeten vinden, want bij dieren is dat dé lokgeur voor het andere geslacht. Onzin natuurlijk, want we zijn niet altijd bezig met lokken en gelokt worden.
Toen vroeg een van de mannen: “Is het jullie ook weleens opgevallen dat je oksels anders gaan ruiken als je net bent klaargekomen?” Er werd een beetje gegrinnikt en gegiecheld: het was nog niemand opgevallen. Maar ik zag meteen een mogelijk antwoord op mijn oude vraag opdoemen.
Ik ben een beetje gaan googlen en ik vind alleen wat Amerikaanse panels waarop mensen zelf signaleren dat er iets verandert in body odor bij het vrijen. Die wordt soms lekkerder, zegt men, en soms juist minder goed te verdragen, bijvoorbeeld als je niet meer van iemand houdt. Ja, dan kun je die persoon niet meer luchten of zien, dat spreekt vanzelf.
Kan hier alsjeblieft eens een wetenschappelijk onderzoek op worden losgelaten? De farmacologische industrie zal er geen brood in zien, maar deze essentiële kwestie moet nodig worden opgehelderd. Voorlopig concludeer ik: een man van wie je houdt, kan in bed soms zomaar naar baby gaan ruiken. Mmmmm.
Mocht je ook ervaring hebben op dit terrein, aarzel dan niet om die met me te delen.
Naschrift 1: mijn stiefbroer Reinout de psycholoog mailde me destijds als antwoord op deze column dat zulk onderzoek extreem ingewikkeld zou zijn om uit te voeren, iets met heel veel stellen die met regenjassen aan zouden vrijen. Dus nee, het werd niet onderzocht.
Naschrift 2: Is er iemand van jullie die dit nu leest die al tien jaar abonnee is van deze nieuwsbrief en zich deze column nog herinnert? Ik vind het leuk van je te horen!
Wat een heerlijke stuk. Dat van nu zo vol met dankbaarheid, althans dat is wat ik lees. En ook het stuk van toen vind ik erg leuk!
Mijn grote liefde(21jaar ouder) is 7wkn geleden gestorven aan alzheimer
Rook zo lekker, in bed in zijn armen…het is gebleven tot t laatst.
Klauterde naast m in t hooglaagbed (in ‘t verpleeghuis)
als hij zijn arm spreidde ‘Kom’,
zielsgelukkig zijn lichaamsgeur!