Wat moet, dat moet… of toch niet?

Zo af en toe, vaker in de zomer, denk ik: waarom woon ik niet buiten? Waarom zit ik eigenlijk hier, in die grote stoffige rumoerige stad? Zoveel mensen die ik ken, hebben een fijne plek in de natuur voor zichzelf geregeld.

Ik kan er weleens over dromen. Waarom heb ik dat niet gedaan? Vroeger dacht ik toch altijd dat ik een natuurmens was?

Maar het juiste antwoord is: omdat ik hier en nu in Rotterdam moet zijn.

Sommige mensen vinden dat ik wel erg vaak ‘moeten’ schrijf. En ja, ik heb ook een tijdje gedacht dat moeten fout was.

Ik moet stoppen met moeten
want moeten is niet goed.
Ik moet stoppen met moeten
maar ik weet niet hoe dat moet!

 

Als je moet, ben je ’n verliezer
want het is alleen je Pleaser
en je strakke Controleur;
die gaan samen door een deur…

 

Kopje kleiner wil ‘k ze maken
om die krengen kwijt te raken,
ja ik vind echt dat dat moet.
Maar dat is dan weer niet goed!

Zo ging het nog een tijdje door, het liedje dat ik ooit schreef en zong, in de tijd dat ik liedjes schreef en zong.

Want joh, wat moest ik veel van mezelf.

Het is een trend in spirituele kringen om te vinden dat we niks meer moeten. Sommige mensen hebben het over ont-moeten, met een streepje, om te laten zien dat je dan niet meer hoeft te moeten.
Daar ben ik het niet mee eens. De etymologie klopt sowieso niet volgens mij, want je hebt toch ook bijvoorbeeld het woord ontstaan: dan begint er juist iets te bestaan. Dus misschien begínt er juist wel iets te moeten, bij een echte ontmoeting.

Nee het moet niet, zegt men dan, het mág.

Maar als er iemand tegen je zegt: “U mag hier tekenen,” probeer dan maar eens dat aanbod luchtig weg te wuiven… ‘Mogen’ is vaak moeten, met een maskertje op.
Dus als een cliënt in een sessie zegt: “Dat mag ik nu loslaten,” antwoord ik meestal: “Je bedoelt waarschijnlijk dat het weg moet? Helaas, dat werkt niet.”

In Rebalancing doen we niet aan loslaten, we gaan juist overal naar toe. De ervaring leert dat iets dat er helemaal mag zijn, of het nu oude pijn is of nieuwe emotie, loskomt uit de verstarring en begint te golven. Zoals alles wat leeft, golft. Dan verandert het, het komt op en ebt weer weg.

Maar. Over moeten.
Tegenwoordig zou ik eerder de vraag stellen: van wie moet het, en voor wie moet het?
Van mezelf weet ik dat ik vroeger heel veel moest voor mijn moeder, om haar goedkeuring of waardering te krijgen. Zelfs nog lang nadat ze gestorven was. En in het verlengde daarvan: voor de goedkeuring of waardering van mijn partners. Tegenwoordig is er ook de druk van de sociale media, die half-anonieme mensenmenigte die like-jes kan uitdelen of ons cancelen als we niet genoeg behagen.
Dat is beklemmend. Als je iets moet voor een ander, dan moet je op je tellen passen, je inhouden of in bochten wringen, iets zijn wat je niet bent, iets doen wat je liever niet zou doen.

Dus? Nooit meer tegen elkaar zeggen dat iets moet? Niks meer doen wat een ander zegt? Schouders ophalen en antwoorden: “Ik moet niks”?

Hm. Ik ben rebalancer geworden omdat astroloog Jan Bartelsman letterlijk tegen me zei: “Rebalancing is voor iedereen goed, maar voor jou is het een must.” Eeuwig dankbaar ben ik hem.
Want ik zei tegen mezelf: nou ja wat must, dat must.
En ik ging naar de rebalancer die hij me had aangeraden, hoewel ik het doodeng vond, en het was ook doodeng want het brak me open, en het veranderde alles. Daarna moest ik zelf rebalancer worden, dat kon echt niet anders, en ik moest me richten op mijn praktijk. En om allerlei enorm belangrijke redenen, zoals kinderen en kleinkinderen, moest dat echt in Rotterdam.

 

 

Het woord moeten is etymologisch verwant aan het Gothische gemotan, lees ik in mijn etymologische woordenboek, met de betekenis: plaatsvinden, ruimte vinden. Dus, zou je kunnen zeggen, dat waar het leven ruimte voor vindt, dat moet. Ja zelfs: wat plaatsvindt, dat moet.

Wat ik moet, wat ik altijd weer opnieuw in de allereerste plaats moet, is mijn hart groot genoeg maken voor wat er is, precies zoals het is.
Ik vroeg laatst aan de I Tjing hoe dan? En ik kreeg hexagram 60: De Beperking. In de oude Richard Wilhelm-versie: “Om sterk te worden heeft men de beperking door de plicht nodig. Alleen door vrijwillig deze beperkingen op zich te nemen en zich uit eigen beweging te onderwerpen aan het gebod van de plicht, verkrijgt de enkeling betekenis als vrije geest.”

Dus een mens kan zich vrijwillig onderwerpen aan het moeten. Maar hoe voel je het verschil?
Volgens mij: aan je schouders.
Schouders gaan over bewegingsvrijheid. Het schoudergewricht zit zo fantastisch knap in elkaar dat we met onze armen letterlijk alle kanten op kunnen. Dus als je je schouderbladen vastzet, heb je jezelf vastgezet. Dan moet je te veel, of je mag te weinig; er is een innerlijk protest.
Maar als ik soepele, ontspannen schouders hebt, dan gun ik mezelf bewegingsvrijheid, dan ben ik vrij in wat ik moet doen.

Zelfs al is dat niet wat ik zelf bedacht zou hebben. Want waar de liefde mij wil hebben, daar moet ik zijn.

4 Antwoorden op “Wat moet, dat moet… of toch niet?”

  1. Ja, een hele goeie weer! En je hebt dezelfde engelenkaartjes als ik! Vanmorgen trok ik ‘education’. Sluit toch mooi aan bij jouw column.

  2. Mooi beschreven. En voor mij om nog een aantal keren te lezen. Want dat “moeten” is een thema voor me, waar ik van af wil, maar op de manier waarop jij het beschrijft voelt het veel lichter! En dat moet/mag/kan ‘t volgens mij ook zijn. ????
    Dank je wel, Lisette!

  3. Vervang het woord ‘moeten’ door ‘willen’ en er gaat een wereld voor je open.

    1. Lisette Thooft zegt: Beantwoorden

      Nee, dat was juist mijn punt: het verschil tussen ‘willen’, de bewuste keuze die ik zou maken als ik op mijn wil en mijn wilskracht zou afgaan, en het innerlijke moeten, het gevoel geen keuze te hebben omdat er iets is dat groter is dan mijn wil dat mij leidt en op een plek brengt die ik niet had verwacht.

Geef een reactie