In onze massagecursus in Frankrijk was er een cursist die voortdurend een hand op de rug hield van de vrouw die ze aan het masseren was. Ook terwijl ze om de tafel heen liep, bleef ze contact houden.
Ik ging naar haar toe. “Laat maar los,” zei ik. “Dat doen wij niet in rebalancing.”
“Maar dan voelt ze zich misschien alleen,” zei de cursist.
“Prima,” zei ik. “Dat is ze ook.”
Het is een van de belangrijkste inzichten die ik zelf in de hele rebalancing opleiding heb laten binnenkomen: ik ben alleen. Dat wil zeggen: mijn geluk of ongeluk hangt niet af van anderen; ik ben er in mijn eentje verantwoordelijk voor. Als ik me eenzaam voel of treurig, komt dat niet door gebrek aan mensen die mij vasthouden.
Je bent de hoofdpersoon in je eigen verhaal, vertel ik mijn cliënten. Als kind hoor je wel vastgehouden te worden, je veilig en verzorgd kunnen voelen in een gezin. En kuddedieren horen in een kudde. Maar als je een volwassen mens bent, dan ben je autonoom en leg je de bron van je geluk, welzijn en welbehagen niet bij een ander.
Dus. Als je je eenzaam of alleen voelt, op een massagetafel of op welk ander moment dan ook, is dat je kans om het gevoel te onderzoeken. Ten eerste: waar in mijn lichaam voel ik het? En waar ken ik het van? Dan ga je daarnaar toe met je aandacht en je blijft het voelen tot het helder is geworden.
Aha, zo voelde ik me vroeger in mijn spijlenbedje als ik huilde en er niemand kwam… bijvoorbeeld. Voel die pijn; je hart is er nu groot genoeg voor. Dan komt het vastzittende gevoel los, het gaat weer stromen en het stroomt voorbij.
Of is het eigenlijk meer een gedachte? Ook interessant. Vaak genoeg is er helemaal geen echte reden om je eenzaam te voelen en ben je in werkelijkheid omringd door vriendelijkheid en hartelijkheid. Dus wat doet deze gedachte met je? Is het misschien een soort hobby geworden?
Veel mensen hebben zulke hobby’s – ik noem het een hobby omdat het veel tijd en energie in beslag neemt, en we het dus kennelijk graag doen.
Ik doe het ook graag. Het heeft iets, hè, je treurig en eenzaam voelen. Als je je er niet tegen verzet.
Spleen, noemen de Engelsen het, een ongrijpbaar gevoel van gemis.
De Engelse Romantische dichters schreven er veel over. Mijn favoriet was Samuel Taylor Coleridge,

die de laatste tientallen jaren van zijn leven verslaafd was aan opium en Dejection: an Ode schreef in de stilte van een voorjaarsnacht in 1802. Ik wentelde me erin, toen ik Engels studeerde, ik zwolg. Want ik herkende alles, vooral regels zoals deze:
A grief without a pang, void, dark and drear/A stifled, drowsy, unimpassioned grief…
Als ik dat gedicht nu lees, denk ik: typisch oude pijn. Ook hij had de bodemloze eenzaamheid van zijn kindertijd verdrongen.

staarde naar een zonovergoten heuvellandschap, dacht aan liefdes die voorbij waren, niet gelukt waren, afgewezen of gestorven, en schreef:
Tears, idle tears, I know not what they mean/ tears from the depth of some divine despair…
En ook dat herken ik, want ja, juist een warme, lome dag en een prachtig uitzicht kunnen triggers zijn van een gevoel van weemoed of melancholie waarbij er iets door je heen gaat als: het leven is heus wel fantastisch maar oh, alles wat er niet meer is, wat er had kunnen zijn, wat voorbij gaat… Dat is zó onzegbaar treurig.
Deep as first love, and wild with all regret;/ O Death in Life, the days that are no more.
Dus ja, ontspannen in de pijn, ermee gaan zitten, ermee zijn, een traantje plengen, jezelf erin opvangen… dat is wat je doet met pijn, als je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen gevoelens.
Of er een gedicht over schrijven.
Maar!
Nu moet ik nog even iets rechtzetten uit een vorig blog.
Eerder schreef ik over de hoofdpersoon zijn in je eigen verhaal, en ik noemde het toen main character energy.
Tot mijn schrik begreep ik door deze heerlijke column van Aaf Brandt Corstius dat die term helemaal niet positief bedoeld is, maar als kritiek. Zij krijgt de term naar haar toe geslingerd door haar kinderen: “Ik heb bijvoorbeeld momenteel griep, ik zeg daar een paar keer iets over, trek me zielig terug onder een deken en hoest wat vanaf de bank, en dan gedraag ik me ‘heel main character’.”
Aaf googlet wat het precies betekent en begrijpt: “…dat main character is dat je denkt dat je de hoofdrolspeler in je eigen leven bent, en in de wereld an sich. Het belangrijkste personage in de Hollywoodfilm die je omgeving is.”
Ze overweegt: de meeste mensen zullen toch wel dit gevoel hebben? En het is toch ook wel nuttig op bepaalde momenten? Alleen als je te véél main character bent, concludeert ze, wordt het bloedirritant of lachwekkend.
Ik denk dat het niet een kwestie is van te veel of te weinig. Het is de kwaliteit van de energie. Straal je uit: ik ben de hoofdpersoon hier en jullie niet, en dus heb ik recht op jullie voortdurende aandacht, troost, bevestiging en bewondering – ja dan ben je bloedirritant en lachwekkend. Het is ook niet goed voor jezelf, want je maakt je afhankelijk.
Maar dat is natuurlijk juist niet wat ik bedoel. Want alle andere mensen zijn ook hoofdpersoon in hun eigen verhaal. En ik, als echte hoofdpersoon, zorg zelf voor mijn gevoelens van veiligheid of eenzaamheid.
Alle genezing is zelfgenezing, heb ik op een tegeltje laten zetten:

Maar pal daaronder hangt de mooie quote van Ram Dass:

En dat is ook waar.
Hoe zit dat dan?
Natuurlijk is hoofdpersoon-zijn niet hetzelfde als: geen hulp nodig hebben. Hulp kunnen vragen is een van de belangrijkste vaardigheden om te ontwikkelen.

(Uit dat briljante boek The boy, the Mole, the Fox and the Horse van Charley Mackesy)
Maar hulp vragen is niet manipuleren, niet zuchtend zielig doen en stilzwijgend verwachten dat iemand anders je begrijpt. Ook niet eisen: als de ander nee zegt op een hulpvraag, ben je niet boos of teleurgesteld, dan is dat ook helemaal oké. Dan zoek je iemand anders om hulp aan te vragen.
Als je echt de hoofdpersoon bent van je eigen verhaal, is het een genoegen om anderen te laten shinen, te empoweren, uit te nodigen om hun kracht te ervaren. We helpen elkaar door elkaars hoofdpersoonlijkheid te eren, elkaars eigenheid en zelfstandigheid te respecteren. Niet door tegen elkaar te leunen, aan elkaar vast te plakken en afhankelijk te worden van elkaars steun.
Nou. Het wordt saai. Je hebt het vast allang begrepen.
Laatst vertelde iemand me dat ze voor een massage-toets was gezakt, omdat ze de cliënt op de massagetafel had losgelaten. Tja, als dat niet mag volgens de regels van die opleiding moet je natuurlijk de regels volgen.
Maar wij-van-de-rebalancing hebben gelukkig een andere visie.
Dank je wel Lisette. Goed om telkens weer hier aan herinnerd te worden.
Ja, mooie ook vertrouwde bespiegelingen…dankje…
AMOR FATI, ik mag mijn lot Liefhebben…
Bedoel je mag of moet?