Huilen om gebroken koekjes

Als je kinderen wilt begrijpen, of jezelf en anderen, kortom als je de wereld wilt begrijpen, is het nuttig iets te weten over het gebroken koekjes-fenomeen.
Veel onbegrijpelijk gedrag wordt duidelijk als je het gebroken koekjes-fenomeen kunt herkennen. De Amerikaanse psychologe en pedagoge Aletha Solter laat het zien in dit briljante youtube filmpje.

Haar boek Tears & Tantrums is ook in het Nederlands vertaald, De taal van huilen.

 

 

Kleine kinderen, zegt Aletha Solter, raken vaak gestresst. Huilen is hun manier van stress ontladen. Als ze om wat voor reden dan ook niet meteen kunnen huilen, zet de spanning zich vast in hun lichaampjes, en dan wachten ze op een gelegenheid om die te ontladen.
Stel je voor: een klein meisje heeft een moeilijke dag in de opvang. Haar favoriete leidster is er niet, ze mag niet meespelen in de poppenhoek, iemand gooit haar blokkentoren om en ze morst verf op haar nieuwe schoenen.
Ze komt thuis in een staat van opgebouwde stress. Na het eten vraagt ze om een koekje. De moeder kijkt in haar doos met zelfgebakken koekjes: er is er nog maar één en dat is gebroken.
“Alsjeblieft,” zegt ze, en ze geeft het kind de brokstukken.
Het meisje werpt zich op de grond in onbeheersbare drift en zet het op een geschreeuw en gehuil. “Boe-hoe-hoe! Ik wil geen gebroken koekje! Ik wil een heel koekje!”
Als de moeder haar laat huilen, er vriendelijk bij blijft en contact blijft houden, is ze na afloop weer helemaal oké, rustig en ontspannen. Want alle stress van die moeilijke ochtend is eruit gehuild. Het koekje was een soort voorwendsel, een haakje dat het kind kon gebruiken om bevrijdende tranen te laten.

Maar kom daar eens om, een moeder die zoveel begrip heeft. Verreweg de meeste ouders zullen protesteren: “Zo erg is dat toch niet, kijk samen is het een heel koekje, en als je het opeet gaat het ook kapot, nou stop met huilen, dat is nergens voor nodig…” Enzovoort.
Of erger: de ouder wordt boos, stuurt het kind naar haar kamer.

Nee, zegt Aletha Solter, als een kind huilt moet je het laten uithuilen, want dat is de manier voor kinderen om stress te ontladen. En als het boos wordt en raast en tiert en schreeuwt, dan moet je het laten razen, tieren en schreeuwen, terwijl je erbij blijft en contact houdt. Je mag het niet wegsturen of alleen laten; je kunt het beter vasthouden en aankijken, het zal meestal wegkijken of de ogen dichtdoen maar toch steeds even checken of je er nog bent, en als je dat goed doet, heb je daarna een kind waaruit de stress verdwenen is. Rustig, ontspannen en vrolijk.

Moeders, vaders, oma’s en andere opvoeders die dit niet weten, proberen het huilen te stoppen.
In mijn jeugd, jaren vijftig, ging dat hard: “Stel je niet aan!” riep mijn moeder. “Hou onmiddellijk op met dat stomme gejank of ik zet je onder de kouwe kraan.” En als we niet sidderend en schokkend stopten met huilen, kregen we die koude douche ook echt.
Ik had kleine kinderen in de jaren tachtig en ik ging natuurlijk alles anders doen. Dus ik zei: “Och schatje, liefje, niet huilen, zo erg is het toch niet, kom maar hier, dan krijg je een knuffel, ik troost je, wil je iets anders eten, zullen we nieuwe koekjes gaan kopen samen?”
De boodschap was precies hetzelfde: stop met huilen, want ik kan er niet tegen.

Dus ik vond het heel confronterend om dat boek van Solter te lezen. Au, au, au, wat heb ik dat verkeerd gedaan.
Maar wat een belangrijke boodschap!
Als rebalancer zie ik voortdurend cliënten die zelfs nog stress uit hun babytijd en vroege jeugd met zich meedragen in hun lichaam. Mensen die als kind alleen gelaten zijn met hun spanning en stress, naar hun kamer zijn gestuurd, misschien zelfs zijn geslagen – of met smeekbeden en beloften verleid om precies die actie te onderdrukken die hun lichaam nodig had.

Niet dat het makkelijk is om het huilen van kinderen te verdragen, als je het zelf nooit mocht. Zelf kromp ik altijd in elkaar als ik ergens een klein kind hoorde huilen. Help, dacht ik, doe iets, red dat kind, het breekt mijn hart. Maar ik begrijp huilende kinderen nu beter. En mezelf.

En ik zie trouwens ook veel gehuil om gebroken koekjes om me heen, en in de krant en op tv, in de wereld. Mensen die onbegrijpelijk boos worden of enorme drama’s maken van iets waarvan je zou denken: joh, wat kan het je schelen. Een woedende driftbui als het gezin een half uurtje te laat vertrekt voor het dagje uit. Of als er iets omvalt en er gedweild moet worden.
En ik vraag me af: hoeveel metaforische gebroken koekjes zijn er niet aanleiding tot oorlog en geweld?
Waarom? Omdat we nog zoveel verboden en onderdrukte huilbuien van vroeger in ons hebben, en nooit uitgeraasde boosheid.
Herken je het?

“Ik kan helemaal niet huilen,” zei een vriendin. “Dat heb ik totaal afgeleerd.”
Ja, dat had ik natuurlijk ook, en ik heb ooit huilhuiswerk gekregen van een van mijn eerste therapeuten. Ze zei: let op je gedachten. Wat is de treurigste gedachte die er door je hoofd gaat? Herhaal die, net zolang tot je erom kunt huilen.
Het was in de tijd dat ik thuis zat met een postpartum depressie na de geboorte van mijn tweede kind, waarin mijn jeugdtrauma’s opdoken en ik ruzie had met bijna iedereen. En mijn treurigste gedachte was: niemand houdt van mij. Dus dat ging ik herhalen, net zolang tot de tranen kwamen. En dan zat ik een uurtje te huilen, tot het weer genoeg was voor die dag.
Warm aanbevolen.

Lukt het dan nog niet, zoek hulp – ga naar een rebalancer, een haptotherapeut, een somatic experiencer, een lichaamsgerichte coach, iemand die je kan helpen met voelen, naar binnen gaan, op zoek naar de echte pijn van vroeger.
Want huilen moet mogen, en het is nooit te laat.

 

6 Antwoorden op “Huilen om gebroken koekjes”

  1. Super, ik zeg ook altijd: niet meteen willen troosten, het mag er zijn, en het mag geuit en gehoord worden.

    1. Dank je wel Els, zo goed als mensen het weten!

  2. Wat een mooi en ontroerend stuk tekst is dit.
    Ik zit zelf bijna met tranen in mijn ogen.
    Laatst moest mijn kleinzoontje van twee en half erg huilen… zijn moeder ging weg.
    Hij verstopte zich achter een deur en wilde absoluut niet getroost worden, hij werd zo boos wanneer ik bij hem kwam.
    Ik liet hem uithuilen en hij wist dat ik bij hem was.
    Ik voelde dat hij zich om veel meer uitte, respecteerde hem en later hebben we zalig gespeeld.

    1. Wat een mooi verhaal Carol, en wat fijn hè dat we als grootmoeders inmiddels die wijsheid wel hebben!

  3. Schitterend! Dank je wel dat je hierover geschreven hebt.

    1. Jij bedankt Ellen voor de geweldige tip!

Geef een reactie