Verbeter de wereld, raak elkaar aan (en jezelf)

“Ik vind aanraken ingewikkeld,” zei laatst een deelneemster aan mijn massagecursus. “En aangeraakt worden nog meer. Aan de ene kant trekt het me aan, maar aan de andere kant…”

Wij zijn als mens geboren voor contact, voor wederzijdse aanraking. Dat is te zien in onze hersenschors, want daarin zitten relatief enorm veel zintuiglijke zenuwen speciaal voor de handen.

 

 

(Dit is de ‘Homunculus’, die laat zien hoeveel zenuwen er in onze hersens zitten voor de verschillende onderdelen van ons lichaam. Handen zijn sterk oververtegenwoordigd.)

Mensen hebben het nodig om aan te raken en aangeraakt te worden. Aanraking wekt oxytocine op, in de gever nog meer dan in de ontvanger: het ontspan- en herstel-hormoon dat een gevoel van welbehagen brengt.
In een wereld vol onrust en angstaanjagend nieuws is elkaar aanraken het beste wat we kunnen doen om het leven veiliger te maken.
Maar dan moet dat wel een veilige aanraking zijn.

 

Wat maakt aanraking eng?

Haastige, nerveuze aanraking is eng. Ruwe, boze aanraking is nog enger. Maar aanraking die iets van je wil, die grijperig is, graaierig, is misschien nog wel het engst van alles.
Als aanraking te vaak onveilig is geweest, worden we er bang voor.
Veel mensen verbannen lichamelijk contact naar het terrein van de seks en dat maakt het niet per se veiliger. Met seksuele begeerte aangeraakt worden is alleen maar fijn als je zelf ook begeerte voelt.
We zingen “Baby, I love you” en geven elkaar kinderlijke koosnaampjes in liefdesrelaties; misschien omdat we van onze liefdespartner de veilige aanraking hopen te krijgen die we als baby en kind van onze ouders hadden moeten hebben? Helaas, geen enkele partner kan ons geven wat we vroeger nodig hadden, om de eenvoudige reden dat we geen kind meer zijn.
Hoe meer teleurstelling, hoe onveiliger aanraking wordt.

 

Veilige aanraking is zonder haast, zonder begeerte, zonder ruwheid en zonder angst. De eerste keer dat ik dat heb ervaren was ik al over de zestig – bij de rebalancer, waar voor mij een totaal nieuw leven begon. Ik moest ervan huilen en pas later begreep ik waarom: het verdriet over alle onveilige aanraking uit mijn verleden mocht er eindelijk zijn.
Natuurlijk werd ik daarna zelf rebalancer, ik kon niet anders.

In de opleiding leerden we over de juiste houding bij het masseren, niet alleen fysiek maar ook emotioneel: er zijn voor de ander zonder iets van die ander te willen. Dat heet een ‘neutrale’ houding maar wat een bloedeloos woord is dat – er schuilt een diepte van spirituele liefde achter die je pas voelt als je ermee in aanraking komt. Warme belangstelling zonder voorwaarden.

 

Ik las in de krant dat corona onze begroetingen heeft veranderd: mensen geven elkaar minder vaak drie kussen, en we omarmen elkaar meer. Dat vind ik vooruitgang, want die kussen in de lucht waren vaak gemaakt. Een hug is warm, lief en contactvol. Maar sommige mensen gaan een beetje nerveus over je rug wrijven, die denken kennelijk dat ze iets moeten doen, snappen de neutrale houding nog niet zo. Gewoon elkaar even vasthouden is beter: hoi, fijn dat je er bent.

Je kent vast wel de beroemde dichtregel van Lucebert: Alles van waarde is weerloos.

 

 

De regel die daarop volgt in het gedicht is: Word van aanraakbaarheid rijk.

Aanraakbaar zijn is openstaan voor echt contact. Jezelf durven zijn en andere mensen accepteren zoals ze zijn, met alle glanzende, stralende kanten die ze hebben, en alle donkere pijn die er ook altijd is.

Een mensenlijf is een schatkist. Een weergaloos wonder waarmee we het leven voelen, ervaren en vieren. Een wonder van groei, vernieuwing en zelfgenezing. Maar ook: een schatkist vol gevoelens die gevoeld en bewust gemaakt willen worden. Want alle  gevoelens die er mogen zijn, die je bewust maakt en mag voelen, hoe pijnlijk ook, veranderen in je hart in compassie. In warmte, liefde, begrip, troost, wijsheid, diepgang, kracht.

Daar wordt de hele wereld beter van.

 

(Foto bovenaan: Diego PH on Unsplash)

Geef een reactie