Verpletterend inzicht

Verpletterend inzicht

“Oma, je ziet eruit als de tegenstander van de superheld,” zei mijn tienjarige kleinzoon. Hij had een punt: in de spiegel zag ik een soort kruising tussen Voldemort en Frankenstein.
Zo zie je maar weer, dacht ik, dat schurken vooral gewond zijn, getraumatiseerd. Dat laten die verhalen zien, aan hun uiterlijk.

 

Half november was ik op de fiets aangereden door een auto, gelanceerd en op mijn hoofd op het asfalt terechtgekomen. Deze foto is alweer van vier dagen later:

 

(De eerdere selfies zijn te eng).

Er moeten engeltjes op mijn schouders hebben gezeten want ik had niks gebroken, en mijn schedel blijkt zo stevig dat er volgens een CT-scan in het ziekenhuis geen breuken of barsten in waren gekomen, hoewel ik de klap had opgevangen met mijn hoofd. En met mijn nek natuurlijk, die dan ook muurvast was gaan zitten, meteen weer verschanst in het oude verhaal: ‘ik sta er alleen voor, in een onveilige en vijandige wereld’.
Net als vroeger.

Maar ik stond er helemaal niet alleen voor. Mensen schoten direct toe, iemand belde een ambulance (ik kon nog lopen dus hij reed weer weg), iemand bracht ijs voor de bult, de bestuurder van de aanrijd-wagen gaf me zijn kaartje, de huisarts depte, plakte en verbond, lieverds brachten grote boeketten, mijn ene kleindochter bakte koekjes en de kleinzoon van hierboven smolt chocola in hartvorm, vrienden kwamen op bezoek met lekkernijen, appten, mailden, stuurden bloemen en lieve kaartjes, belden en luisterden naar mijn relaas. Zelfs het bezoek aan het Erasmus MC voor de CT-scan was een soort feestje; iedereen daar was zo open en aardig, iedereen maakte echt contact.

 

Nog een groot verschil met vroeger: ik was niet boos op mezelf. Ik vergaf mezelf totaal. Ik had geen oordeel over wat er was gebeurd.
Dat maakt uit.
Er was pijn, en ik nam geen pijnstillers want ik wil mijn lichaam niet voor de gek houden, immers hoe meer pijn hoe dringender de uitnodiging aan het zelfgenezend vermogen, dus ja, er was flink wat ongemak. Vooral de eerste nachten waren moeilijk.
Maar er was geen verzet, geen secundair lijden, geen gepieker over wie er wat fout had gedaan. Ik stond er zelf van te kijken en dacht nog even: ik dissocieer toch niet? Nee hoor, ik voelde alles, ik was er helemaal. Nog steeds trouwens.

 

Volgens mij is het een spiritueel verhaal. (Volgens mij is alles een spiritueel verhaal).

 

De nacht voor de val had ik lang wakker gelegen en er was een verpletterend inzicht in mij opgekomen. Het ging over mijn broer die meer een halve eeuw geleden op zijn zeventiende stierf, ik was toen vijftien. Hij was onhandig en naïef een beetje over seks begonnen te praten en ik schrok daar zo van dat ik hem bruusk en resoluut de rug toekeerde. Dus toen hij vlak daarop ineens dood was door te veel anti-astma-medicijn heb ik me jarenlang diep, diep schuldig gevoeld. Was hij ook gestorven als ik hem niet had afgewezen?

 

Die nacht vóór de aanrijding kwam er vanuit mijn onderbewuste een song in me op van Fairport Convention, een Engelse folk-groep ‘uit mijn tijd’ zoals dat heet, toen ik jong was. Het heet ‘Crazy Man Michael’ en gaat over een man die per ongeluk zijn geliefde doodt. Ik was fan en kende de tekst. De laatste regels zijn: His true love had flown into every flower grown, and he must be keeper of the garden.
Ik zag ineens: in de jaren na zijn dood heb ik mijn geliefde broer gezien in alle jongens en mannen, en ik wilde alle jongens en mannen redden, met seks, wat anders, met dat wat ik hem niet had kunnen bieden. Het was natuurlijk ook de tijd van de vrije liefde, maar dit motief lag er onder voor mij. Een verknipt, verwrongen, verwond motief.

 

En nu?
Nu is alles anders. Kundalini-energie is de zinderende levensvreugde die mee-vibreert in alles wat ik doe.
En nee, ik kan niemand redden, niet als zus, niet als vriendin, ook niet als rebalancer. Maar met mijn aandacht, met mijn hart en met mijn handen kan ik wel iets betekenen voor mensen die zichzelf willen redden.
Alles is getransformeerd. Alles is geheeld.

 

Na dit verpletterende inzicht was ik die nacht weer in slaap gevallen, en ik droomde dat iemand het over vroeger had, en dat ik begon te trillen over mijn hele lichaam, en maar bleef beven en rillen en trillen en schudden, in die droom, het duurde een hele tijd.
Ontlading.

 

In de ochtend trek ik altijd drie orakelkaarten en die ochtend viel het engelenkaartje Clarity in mijn hand. Nou, dat kon je wel zeggen.
Plus de Tosha Silver kaart ‘Right Action’ over aparigrahalet everything that wants to go, go. And everything that wants to come, come. Ik nam het me heilig voor.
Als derde de Osho Zen-Tarot kaart Beyond Illusion: “Als we ons op het uiterlijke richten raken we te vaak verstrikt in oordelen – dit is goed, dat is slecht, dit wil ik, dat wil ik niet. Een dergelijk oordeel houdt ons gevangen in onze illusies…” Met een plaatje waarin ik later die dag met wat fantasie de gestileerde verwondingen in mijn gezicht kon zien:

 

 

Het lijkt wel of dit moest gebeuren. Het was het lot, de tao.
Inzicht > ontlading > boem is ho.

Hm ja, leuk bedacht. Maar waarom dan? Waartoe?
Was het een karmisch afbetalinkje? Of een schok die innerlijk iets in beweging zet, een oei ik groei?
De I Tjing zei: Vermindering. “Het is niet jouw fout,” schrijft Han Boering daarbij, “maar vermindering is nu eenmaal iets wat zich af en toe voordoet.”
En: “…juist deze vermindering maakt het mogelijk opnieuw te bezien wat er nu eigenlijk essentieel voor je is.”

 

Wat is essentieel voor mij?
Leven zonder illusies, voorbij de illusie. Oordelen zijn illusies, schuld en schaamte zijn illusies, verwijten aan onszelf of anderen zijn illusies. Illusies zijn verhaaltjes die we onszelf vertellen en die ons gespannen maken. Zonder die verhaaltjes is het leven niet minder pijnlijk, maar wel zachter, echter en eerlijker. Warmer.

 

Een vriendin zei: “Ik ben ook zo hard gevallen een paar jaar geleden, maar toen was er niemand.”
“Echt helemaal niemand?” vroeg ik verbaasd.
“Nou ja,” zei ze, “de buurvrouw was heel lief.”
Zó doen wij dat, zo creëren we illusies, met taal die iedereen normaal vindt maar die niet klopt:
“Ik ben kapot.”
“Mijn rug is naar de filistijnen.”
“Er was niemand.”
“Het had niet mogen gebeuren.”
“Ik had hem kunnen redden.”

 

Niet dat ik de illusie koester dat ik voorbij alle illusie ben, hoor.

 

Ik moest natuurlijk mijn cliënten afbellen en daar houden workaholics niet van, en ik begin nu pas weer dus ik heb tweeëneenhalve week niet gewerkt, maar dat was prima. Heb me geen seconde verveeld. Ben overstelpt met liefde, aandacht, medeleven en héél veel spannende verhalen over andere verkeersongelukken.
Zegeningen bleven maar op mij neerdalen.

En ik sta paf van het zelfgenezend vermogen van mijn lichaam. Zo blij dat ik mijn gezicht weer terug heb…

 

 

De wereld is onveilig, ja. Dat hou je toch.
Maar vijandig is ze niet. Ik ben omringd door warme, liefdevolle, steunende medemensen.
Nu alleen mijn nek nog even bijpraten.

(Foto bovenaan: Felix Mittelmeer, Unsplash)

2 Antwoorden op “Verpletterend inzicht”

  1. Een fijn schrijven weer. Het is bemoedigend en troostrijk en humoristisch en menselijk en wijs.
    Ik wens je verpletterend warme winterdagen.

    1. Dank je wel Nataschja voor je lovende woorden, en eh… ik heb in je wens even een -eetje weggehaald want ik heb liever verpletterend warme winterdagen dan verpletterende warme winterdagen :-)))

Geef een reactie