De waarheid over jezelf

Zeg de waarheid over jezelf, dat helpt

Als een schoolfrik corrigeer ik vaak de woorden die mijn cliënten zeggen.
“Na de vorige sessie was ik me heel erg bewust van mijn lichaam,” zei iemand bijvoorbeeld. “Maar ja, na een week ben je dat toch kwijt.”
“Ben ik het na een week kwijt?”
“Nee ik.”
“En ben jij het altijd na een week kwijt?” vroeg ik. “Ik zou het niet dichttimmeren als ik jou was. Zeg het gewoon precies: ik was het die keer na een week kwijt. Het kan toch volgende keer anders zijn?”

Veel mensen praten zo – als het een beetje moeilijk of pijnlijk is, plaatsen ze de feiten een beetje buiten zichzelf door over ‘je’ te praten als ze het over zichzelf hebben. En je kunt je gevoel nog meer pantseren door het niet als een eenmalige gebeurtenis te vertellen, maar als iets dat nou eenmaal altijd gebeurt, niks aan te doen.
“Dan word je toch pissig.”

We zijn zo opgevoed, denk ik.
Een van mijn cliënten vertelde dat haar moeder haar eens had toegeblaft: “JIJ verpest altijd alles.”
Een flagrante leugen, want het kan niet waar zijn dat één van de kinderen in een gezin altijd alles verpest. Waarschijnlijk was ze vooral een meer intens kind dan de rest, en raakte die moeder af en toe een beetje in de war van haar gedrag.
“Daarna ben ik me gaan aanpassen,” zei ze.
In het zelfonderzoek, onderdeel van de rebalancing sessie, voelde ze een brok in haar keel. “Het lijkt wel een steen,” zei ze.
“Misschien wil je alsnog iets tegen je moeder zeggen?” suggereerde ik. “Bijvoorbeeld: dat is helemaal niet waar, en het is zó gemeen om te zeggen.”
Ze herhaalde het: “Ja zó gemeen!” en ze schokte even van het snikken. Daarna, een beetje verrast: “De steen is weg.”

We leren leugens te vertellen van onze ouders en omgeving, en het kan een gewoonte worden.
Een andere cliënt van mij liet een hangertje vallen toen hij zijn jas van de kapstok nam.
“Loop ik de boel weer te slopen,” zei hij.
“Huh?” vroeg ik. “De boel slopen? Je liet een hangertje vallen.”
“Ik ben kapot,” zei iemand anders.
“Kapot?” vroeg ik. “Zo te zien functioneer je prima, zoals je daar zit. Wat voel je echt?” 

Zo pantseren we vaak gevoelens die we liever niet voelen, met overdrijving, met cliché-uitdrukkingen, met veralgemeniseringen en buiten-jezelf-plaatsingen. Maar het is geen goed idee. 
“Je hele lichaam hoort het,” zei mijn goeroe Barry Long. Ons lichaam of ons onderbewuste (dat is bijna hetzelfde) hoort wat we zeggen en zou weleens kunnen concluderen: o, ze zegt dat ze kapot is, dan zal ik maar mijn best doen om kapot te gaan.

Volgens mij hebben wij het recht om de waarheid te spreken, niet de plicht: soms moet je liegen, als je voor een overmacht staat. Maar als je het over jezelf hebt, is het meestal beter om de waarheid te zeggen. Want alleen de waarheid maakt je vrij.

Ooit hoorde ik van een collega-rebalancer dat de woorden ‘ik ben’ zo heilig zijn, de heiligste woorden van het heelal, dat je daarna nooit iets negatiefs mag laten volgen.

“Ik ben heilig, en ik ben heel.”

Dat is de waarheid.

Alle informatie over rebalancing vind je hier.

4 Antwoorden op “De waarheid over jezelf”

  1. Prachtig geschreven, Lisette!

  2. heel mooi! en wat ik zelf eigenijk ook steeds opmerk om mij heen.

  3. Edith Wolffenbuttel zegt: Beantwoorden

    Wat een fijn duidelijk verhaal over dat wat ik mezelf ook wel hoor doen.
    Stukje bewustzijn daarover kan voor mij geen kwaad.
    Bedankt!

  4. Goed om te lezen . Vooral voor mijn zelfkritiek. Er breekt iets open of er valt iets weg . Wat het ook is….er gebeurt iets. Een bijzonder moment. En de zon gaat buiten schijnen. Ik Ben Heilig , Ik Ben Heel. Dank je wel Lisette . Veel liefs.

Geef een antwoord