Hoe hou je het vol?

“December is de maand van het teleurgestelde kind,” schreef ik ooit in een column. Want wie heeft geen pijnlijke herinneringen aan decemberfeesten die niet brachten wat je in je kinderlijke onschuld had gehoopt? Nu denk ik: ja, december is de maand van het kind, niet alleen het Heilige Kind, ook het gewonde kind. Ons innerlijke kind. Als je je ervan bewust wordt en je hart ervoor opent, is het heilzaam. Helend.
Elk jaar, als de dagen korter en donkerder worden, komt er op allerlei manieren oude pijn naar boven. Het donker, het duister in ons, roept. Voel je het ook? Angsten die je dacht allang overwonnen te hebben, diep, naamloos verdriet, flarden onbegrijpelijke boosheid.

“Hoe houden de mensen het hier vol, vraag ik me af. Hoe doe jij dat?” vroeg iemand me laatst en ik vond het een fijne vraag om over na te denken.
“Ik vertrouw op een kantelpunt over niet al te lange tijd,” schreef ik terug. En ik bedoelde niet dat de dagen weer gaan lengen na 21 december – hoewel dat op zich al zo’n wijze les is: na het donker keert het licht weer terug. Altijd.
Maar we hadden het over de grote boze wereld geregeerd door geld en hebzucht en ego, en hoe het duister daarvan ons allemaal raakt. Hoe we van alle kanten bepoteld worden door de lange grijpvingers van de commercie en verleid om te consumeren, meer, meer, meer, terwijl we met ontzetting zien wat de gevolgen daarvan zijn op de natuur, op Moeder Aarde.
Ook daarin zie ik een ommekeer naderen, een terugkeer van het licht.
“Het bewustzijn stijgt,” mailde ik, “en op een dag is er een kritische massa en verandert het allemaal.”

Zie je het ook om je heen? Ik ben nu bijna zeventig dus ik heb wel een beetje overzicht en ik zie de afgelopen decennia een enorme toename in bewustzijn. Tegenwoordig lees ik bijna elke dag wel iets in de krant dat wij geitenharen-sokken-tuinkabouters in de jaren zeventig al riepen: de landbouw moet duurzaam, het gif moet uit de grond en uit ons voedsel, dieren moeten rechten krijgen en de economie hoeft niet meer te groeien. Beter niet zelfs.
“Groei is goed voor kinderen, kalfjes en kool,” schreef ik ergens vorige eeuw in Onkruid, “maar niet voor volwassenen.” Logisch toch: als je volwassen bent, volgroeid, dan is het ongezond om nog verder te groeien. Dan heb je jezelf alleen nog maar verder te ontwikkelen: echter worden, authentieker, meer jezelf. En daardoor wijzer worden, verantwoordelijker.
De mensheid als geheel staat op de drempel van de volwassenheid.

Indertijd werden wij idealisten nog gezien als gekkies, maar nu is elk weldenkend mens het ermee eens. (Lees dit interview bijvoorbeeld).
De vraag is niet meer óf we ons kinderlijk egoïsme en onze puberale competitie moeten transformeren, maar hóe we dat voor elkaar krijgen. Het is lastig, omdat de oude grijpreflexen, het onrecht en de vervuiling zo gewoon zijn geworden, ingemetseld en vastgeroest in het systeem.
Maar het systeem zelf is aan het wankelen.

En ja, daarom is dit een moeilijke tijd, zeker voor gevoelige mensen en we worden goddank met ons allen steeds gevoeliger. Maar ook in een moeilijke tijd kun je gelukkig zijn met je leven – als je voelt dat je volwassen aan het worden bent. Sterker én kwetsbaarder, eerlijker en meer jezelf.
Ontzettend veel mensen zijn daarmee bezig, op een of andere manier. Daarom houd ik ook zo van mijn werk als rebalancer. Oude pijn aankijken, doorvoelen en je hart ervoor openen brengt vanzelf meer authenticiteit.

Hoe hou je het vol? Het beste antwoord is: door mijn hart open te zetten. Door alles te mogen voelen wat ik voel, hoe pijnlijk ook.
Mijn hart is er groot genoeg voor. Het jouwe ook. Elk mensenhart is vol innerlijk licht, warmte en compassie en hoe meer je het laat stromen, hoe meer je ervan hebt.
Vaak moet je hart eerst breken voordat het opengaat. Maar daar zijn onze harten voor gemaakt: om open te breken.

Wees niet bang om je hart te laten raken door wat je tegenkomt in jezelf, de pijn van het kind dat je was, en door wat je tegenkomt in de wereld.
En laat je hartenwarmte en je hartenlicht overvloedig schijnen op jezelf, je innerlijke kind en dat van alle anderen om je heen.

Geef een antwoord